Review

Pop: Radiohead - Kid A/Amnesiac/Hail to the thief *****

Platenfirma EMI beschikt over één van de grootste en fraaiste muzikale schatkamers op aarde, en geregeld wordt er een kroonjuweel afgestoft en opgewreven om, glanzend als nooit tevoren, aan het publiek getoond te worden.

Het meest in het oog springende voorbeeld van dat voorbeeldige schatkamerbeheer is de dezer dagen onontkoombare heruitgave van het complete Beatlesoeuvre: zestien albums van de Fab Four, simultaan uitgebracht in zowel authentiek mono als stereo.

In het mediageweld dat met deze mammoetrelease gepaard gaat, zou haast vergeten worden dat EMI vrijwel gelijktijdig nóg een paar muzikale troeven uit de mouw trekt. In het licht van de popgeschiedenis onvergelijkbaar met de Beatles, zoals Genesis onvergelijkbaar is met ieder ander Bijbelboek, maar daarom niet minder belangrijk is. Want zoals John, Paul, George en Ringo het geluid van de sixties domineerden, zo zou Radiohead -want daar hebben we het over- wel eens typerend kunnen blijken te zijn voor het decennium dat nu bijna achter ons ligt.

Als in de laatste maanden van dit jaar de balans wordt opgemaakt van wat de jaren nul (of zoals de Engelsen zeggen: the noughties) ons op muzikaal gebied hebben gebracht, zal het vooral over techniek gaan. Over de iPod, MP3, downloaden en de terugkeer van het enkele liedje als dominant vehikel van popmuziek, in tegenstelling tot het hele album dat, pak hem beet, met het verschijnen van Sgt. Pepper's toonaangevend was geworden.

In dat historisch perspectief is Radiohead een van de laatste albumbands en Kid A, uit 2000, één van de laatste grote albums van het lp/cd-tijdperk. Vanzelfsprekend worden er nog steeds goede en zelfs fantastische popplaten gemaakt, maar die vallen goeddeels ten prooi aan de eindeloze partymix van de shuffleknop. Zoals er tv is van vóór en na de afstandsbediening, zo is er muziek van voor en na de iPod.

De vorm mocht het eind van een tijdperk markeren, stilistisch hield Radiohead op Kid A en op de zusterplaat (want tijdens dezelfde sessie opgenomen) Amnesiac de blik standvastig op de toekomst gericht. Het zijn radicaal modernistische platen die afstand nemen van het knusse conservatisme dat veel Britpop tien jaar geleden al typeerde.

Groot geworden als klassieke, zij het eigenzinnige Engelse gitaarband, riskeerden zanger Thom Yorke en de zijnen hun populariteit door van de ene plaat op de andere te breken met de lyrische, licht zwaarmoedige indiepop, om plaats te maken voor een bijna abstract bandgeluid dat putte uit experimentele elektronica, jazz en de soundscapes van Brian Eno.

Vooral in de Britse muziekpers werd Radiohead verweten dat de band zich daarmee zou vervreemden van zijn fans met muziek die doelbewust moeilijk was. Liever had men Oasis met de gebroeders Gallagher, die hun kunstje eindeloos bleven herhalen, tot ze er twee weken geleden dan toch eindelijk bij neervielen.

Inderdaad klinken Kid A en Amnesiac tot op de dag van vandaag ambitieus en zijn het geen van beide platen waarmee je op familiefeesten de voetjes van de vloer krijgt. Maar na tien jaar moet de conclusie luiden dat Radiohead hier de blauwdruk voor de moderne rock in de jaren nul schrijft.

Animal Collective, die een van de fraaiste platen van het jaar op zijn naam heeft staan, is schatplichtig aan Radiohead, maar ook stadionacts als U2 en Coldplay hebben goed geluisterd naar de wijze waarop Yorke & co elektronica gebruiken om het popidioom nieuw leven in te blazen. Weliswaar door de hulp in te roepen van Brian Eno, de man die met zijn ambient soundscapes een onmiskenbaar stempel op Kid A en Amnesiac drukt, maar toch.

Complexe, sferische platen zijn het, die het meer moeten hebben van klanktextuur dan van de liedjes en ondanks het voortschrijden van de techniek niet verouderd klinken.

Na Amnesiac verklaarde vooral gitarist Johnny Greenwood dat het volgende Radioheadalbum weer een ouderwetse rockplaat zou zijn. Maar Radiohead is nooit meer de oude geworden, getuige Hail to the thief. Wel klinken beide incarnaties van de band op de plaat meer in balans. Hail to the thief laat een spannend en fragiel evenwicht horen tussen vertrouwde rockstructuren en elektronische soundscaping.

Wie de drie albums achter elkaar beluistert, zal zich op een goed moment wellicht gaan ergeren aan Thom Yorkes soms wat al te dreinende stemgeluid, zoals het ook het verlangen naar een ouderwets Motown- of -vooruit, waarom niet?- Beatlesliedje doet ontwaken. Dat neemt niet weg dat Radiohead er de afgelopen tien jaar in is geslaagd de grenzen van de popmuziek af te tasten, en in een enkel geval te overschrijden, zónder zichzelf te marginaliseren. Dat alleen al rechtvaardigt deze fraaie heruitgaven met bonus-cd's en -dvd's. (JERRY GOOSSENS)
(Parlophone/EMI)

www.radiohead.com
www.inrainbows.com

null Beeld
null Beeld
null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden