Review

Pop: Eels - Hombre Lobo****

Acht jaar geleden zag hij op het album Souljacker het levenslicht, de jongen met de hondenkop: één van de vele alter ego's van Mark Oliver Everett, ook wel E. genoemd. Een tragikomische held, die dog faced boy, net als vrijwel alle personages die in Everetts songs opduiken. Een eenling, die voortdurend de groep tegenover zich weet.

Maar de hondenjongen is veranderd in een wolfman: hombre lobo. Net zo alleen (de wolf symboliseert eenzaamheid, wat goed bezien vreemd is voor een roedeldier), maar gedreven door verlangen. 12 songs of desire, luidt dan ook de ondertitel van dit zevende studioalbum van Eels. Everett heeft voor de gelegenheid een baard laten staan waar menig jihadist jaloers op kan zijn en draagt daarbij een enorme zonnebril.

Dat zou de suggestie kunnen wekken dat de Amerikaan zich wil verschuilen achter al dat aangezichtshaar, maar hoewel zijn gezicht dus grotendeels aan het oog wordt onttrokken, maakt hij van zijn hart nog steeds geen moordkuil. Al eerder schreef hij met af en toe pijnlijke openhartigheid over het sterfbed van zijn moeder of de zelfmoord van zijn zus.

Die loodzware onderwerpen verklankte hij in verraderlijk luchtig klinkende popliedjes. Op zijn laatste plaat, Blinking lights and other revelations uit 2005, klonk Everetts werk orkestraal, zonder bombastisch te worden. Het leverde een van de beste platen uit het Eelsoeuvre op. Eentje die lastig te evenaren was, bovendien. Dat zal de reden zijn waarom Everett het roer radicaal heeft omgegooid. Want voor de liefhebbers van verfijnde pop als My beloved monster of Novocaine for the soul zal het onopgesmukte minimalisme van dit album wellicht even wennen zijn.

De plaat begint met wolvengehuil en de primitieve blues van Prizefighter, dat Everett met overstuurde stem zingt. Meer dan vier kale gitaarakkoorden en een basaal boem-tak-ritme is het niet. Ook op het tedere That look you give that guy is het eenvoud troef. De productie is onopgesmukt en de ritmesectie speelt niet meer dan het allernoodzakelijkste.

Dat zorgt voor een intieme sfeer, alsof Everett zijn luisteraars deelgenoot maakt van de eerste aanzetten voor nieuwe nummers. Die zijn goeddeels in twee categorieën onder te verdelen: breekbare liefdesliedjes als All beautiful things en gruizige rockers als Tremendous dynamite, waarin Eels ineens klinkt als een bebrilde uitvoering van de Jon Spencer Blues Explosion.

Het nadeel van die schetsmatige werkwijze is dat Hombre lobo in eerste instantie een nogal onaffe indruk maakt. Maar na een paar keer draaien, openbaart zich in die eenvoud een zekere verfijning. Een subtiel contraritme dat halverwege het eerder genoemde Tremendous dynamite wordt ingezet, een voorzichtig glockenspiel, een zweem van synths in Fresh blood. Het zijn toevoegingen die met voorzichtige hand gedoseerd zijn en je dwingen geconcentreerd te luisteren.

Als dank voor de moeite sluit de plaat af met het voor Eels doen ongecompliceerde Ordinary man, dat gestut wordt door een opzwepend Motownbeatje. Een doodgewone man zal E wel nooit worden, en dat is, getuige Hombre Lobo, maar goed ook. (JERRY GOOSSENS) (Vagrant/V2)

www.eelstheband.com

www.myspace.com

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden