PlusInterview

Poëzie is overal: ‘We houden van feelgoodpoëzie’

Poëzie doet ertoe. En hoe! Ze komt voor op straat, in rouwadvertenties, op het lichaam (tatoeages) en op sociale media. Tot die conclusie komt Kila van der Starre (1988) in haar proefschrift, waarmee ze vorige week promoveerde aan de Universiteit Utrecht.

De laatste regels van Rotterdam aan de Meter van Rieneke Grobben, op een muur in Rotterdam. Beeld Sanne Donders
De laatste regels van Rotterdam aan de Meter van Rieneke Grobben, op een muur in Rotterdam.Beeld Sanne Donders

U bespreekt zowel de circulatie van het gedicht Eb van M. Vasalis, als Candlelight-poëzie en Instagrampoëzie. Wat vinden andere literatuurwetenschappers hiervan?

“Ik heb veel enthousiaste reacties op mijn onderzoek ontvangen van docenten Nederlands, maar ook van letterkundige collega’s, omdat mijn onderzoek toch een soort openbreking van het genre is. Mijn proefschrift staat in een nieuwe traditie van onderzoek naar populaire cultuur, het is heel inclusief en ik neem middlebrow- en lowbrowcultuur serieus voor analyse. Hoe normale mensen met cultuur omgaan, is wetenschappelijk te analyseren.”

“Vanuit conservatieve hoek heb ik indirect reacties gekregen op mijn losse omgang met kwaliteit: waarom zou je in vredesnaam Candlelight-poëzie serieus nemen? En: waarom zou je aandacht besteden aan Instapoëzie, want er is zoveel goede poëzie in de wereld? Maar de extreemste reactie is: wat jij onderzoekt is geen poëzie. Dat klinkt neutraal, maar dat is natuurlijk enorm normatief. Ik gaf eens een lezing over virale poëzie, zoals het gedicht OCD van Neil Hilborn, en een van de bezoekers stond op en riep: ‘Ik wil dat je ophoudt dit een gedicht te noemen.’ De woede van die man vond ik fascinerend. Ik ging met hem in gesprek en legde uit dat ik een functionalistische opvatting van ­poëzie heb: als de maker het een gedicht noemt en het staat op een platform voor poëzie, is het een gedicht. Hij noemde OCD een emotionele monoloog en stormde de zaal uit.”

Waar komt die woede vandaan?

“Ik denk dat die voortkomt uit angst dat er mensen en teksten worden toegelaten tot een genre waarvan je dacht dat dit heel klein en overzichtelijk was. Maar er zit ook een soort elitarisme en snobisme achter; angst dat de massa poëzie overneemt via YouTube. Populaire Instagramdichters als Rupi Kaur en Tim Hofman worden echt gehaat door critici. Als je haat voelt, zit er denk ik iets heel groots achter.”

Uw onderzoek begint met een uiteenzetting over de circulatie van het gedicht Eb van M. Vasalis. Waarom dit gedicht?

Eb circuleert op grote schaal, maar dat is niet uniek. Er zijn veel gedichten die op poëzieposters van stichting Plint en in rouwadvertenties staan én voorkomen in mijn poëzietatoeage­respondentengroep én als straatpoëzie. Ik heb voor M. Vasalis gekozen omdat ik in mijn onderzoek zie dat poëzie van vrouwen een grotere positie inneemt in circulatie buiten het boek, dan binnen het boek, zoals in onderwijshandboeken en bloemlezingen. Een andere koningin is Ida Gerhardt, die bijvoorbeeld het meest voorkomt in de database van Straatpoezie.nl. Ik wilde bovendien mijn proefschrift openen met een gewaardeerde dichter uit de canon, om meteen duidelijk te maken dat ‘erkende poëzie’ uit boeken ook een essentiële rol speelt buiten het boek. Ik koos specifiek Eb, omdat het nooit is opgenomen in bloemlezingen. Toch is het immens populair. Daarmee toon ik meteen een van mijn hoofdconclusies: als je boekcentrisch (binnen het boek) kijkt, trek je heel andere conclusies over de populariteit van gedichten dan als je kijkt buiten het boek. Wat leeft er écht onder gebruikers van poëzie?”

Voor dichters kent uw onderzoek wel wat ongunstige uitkomsten: Ze worden te pas en te onpas zonder bronvermelding en soms zelfs foutief geciteerd in bijvoorbeeld rouwadvertenties en op muurschilderingen.

“Ik besteed bewust weinig aandacht aan dichters in mijn onderzoek, omdat mijn onderzoek gaat over het gebruik van poëzie in de samenleving, maar het kent natuurlijk wel interessante conclusies voor dichters. Bijvoorbeeld dat de top tien van poëzie-ervaringen in Nederland bestaat uit gratis poëzie. Weinig mensen betalen voor hun poëzie-ervaringen. Ik heb hier gesprekken over gevoerd met dichters, onder wie Ingmar Heytze, die hier ook veel over geschreven heeft.”

“Het is natuurlijk heel paradoxaal: dichters zijn enerzijds blij als hun poëzie wordt gewaardeerd en gebruikt, en al helemaal als hun werk in een rouwadvertentie wordt geplaatst of op een lichaam wordt getatoeëerd. Anderzijds vinden ze het wel heel erg als een tekst wordt aangepast of als hun naam er niet bij wordt vermeld. Ik weet ook van Instagramdichters dat die het heel leuk vinden als hun teksten worden gedeeld, maar ze willen wel dat hun naam wordt vermeld. Dat is juridisch gezien een kwestie van auteursrecht, maar ook gewoon een kwestie van respect.”

Hoe erg is het als de vormgeving of inhoud van een gebruiksgedicht wordt veranderd?

“Het is eigenlijk heel raar dat wij binnen de literaire wereld zo hechten aan witregels, hoofdletters en regelafbrekingen. Omdat het in heel veel andere teksten niet uitmaakt. Ik ben ook mezelf als neerlandicus en literatuurwetenschapper tegengekomen: waarom hecht ik daar zoveel waarde aan? Ik kom uit de traditie van close reading; met een verandering van de layout verandert de betekenis van het gedicht. Ook ben ik opgeleid om complexiteit en ambiguïteit heel hoog te waarderen. Als een tekst te simpel en voor de hand liggend is, was ik vóór dit onderzoek geneigd deze niet zo interessant te vinden.”

Toch besteedt u ruimschoots aandacht aan Candlelight-poëzie.

“Jan van Veen presenteert Candlelight al ruim 50 jaar, maar tegenwoordig niet langer op de radio, enkel op zijn onlinezender. Het is al een halve eeuw immens populair. Hij ontvangt nog steeds wekelijks talloze gedichten. Wat ik zo interessant vind, is dat de poëzie in dit programma een duidelijk subgenre is. Candlelight-dichters grijpen terug naar de idee van een gedicht: eindrijm, grote woorden, korte regels, witregels en een poging tot metrum – dat lukt vaak niet, want dat is ook heel moeilijk. Show don’t tell is geen regel bij Candlelight-poëzie. De dichters kiezen een 18de- en 19de-eeuwse vorm, ze lopen achter op ontwikkelingen in moderne poëzie en hebben een andere opvatting over oprechtheid en authenticiteit in de poëzie. Voor dit genre is bijna geen academische aandacht geweest.”

Angelsaksische Instagramdichters hebben vaak een niet-westerse achtergrond, ze zijn regelmatig queer of non-binary en hun boodschap is activistisch, in tegenstelling tot Nederlandse Instagramdichters. Die zijn ­overwegend wit en zorgeloos. Zegt dat iets over Nederlandse poëzie in het algemeen?

“Inhoudelijk en vormelijk zijn de populairste Nederlandse Instagramdichters te positioneren bij light verse en ze staan vaak in de traditie van cabaret- en liedcultuur. Hun idolen zijn dichters als Toon Hermans en Annie M.G. Schmidt. In onze cultuur lijkt veel meer behoefte te zijn aan feelgoodpoëzie, al zijn er natuurlijk uitzonderingen. De signature hashtag van de populaire Instadichter Lars van der Werf, die in de traditie van Toon Hermans dicht, is bijvoorbeeld #heblief. Een van de verrassendste en leukste conclusies van mijn onderzoek is dat Instagrampoëzie ontzettend populair is onder jongeren. Poëzie leeft.”

Het proefschrift is gratis te downloaden als e-book via kilavanderstarre.com

Kila van der Starre. De literatuurwetenschapper promoveerde vrijdag 12 februari 2021 aan de Universiteit Utrecht met proefschrift Poëzie buiten het boek. De circulatie en het gebruik van poëzie. Beeld Joost Bataille
Kila van der Starre. De literatuurwetenschapper promoveerde vrijdag 12 februari 2021 aan de Universiteit Utrecht met proefschrift Poëzie buiten het boek. De circulatie en het gebruik van poëzie.Beeld Joost Bataille
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden