Plus

Plotseling klinkt er een geluid buiten

Schrijver Thomas Heerma van Voss schreef speciaal voor de angstweek een griezelverhaal: 'O jezus, nu zag ik hem ook!'

. Beeld Sjoukje Bierma

Zij is degene die met de grapjes begint. Eerst doet Lea het om gewoon iets te zeggen, nu we een te lange wandeling langs het IJ hebben gemaakt en het appartement zoeken dat ze heeft gereserveerd. We zijn beland in een buitenwijk van een buitenwijk; Zeeburg voorbij, naar een gebied dat zo te zien kortgeleden door makelaars is ontdekt.

Daar, omgeven door levenloze hijskranen, hekken en zandvlaktes, ligt volgens mijn gps ons appartement. Daar gaan we doen waar we het al maanden over hebben gehad en nu eindelijk tijd voor hebben gevonden - dat wat wij onszelf aanvankelijk verkochten als een 'liefdesweekendje naar de grote stad', maar wat onze therapeute vorige week samenvatte als 'een nieuw begin'.

Terwijl we de huisnummers een voor een nagaan omte zien wat we hebben gehuurd, en ik de opmerking onderdruk dat we zijn opgelicht en beter kunnen vertrekken, valt ons oog op een huisje verderop, een veredelde schuur eigenlijk. Helemaal aan het eind van de straat, tegen een weiland vastgeplakt. De enige woning in de buurt waar licht brandt. Hebben we dat gehuurd? Nee, nee, zegt ze, wijzend naar een glimmend nieuwe deur naast ons, hier moeten we zijn.

Maar wat is die woning verderop dan? Nog voor we beter hebben gekeken begint Lea met grapjes maken. Haha, daar is waarschijnlijk iemand achtergebleven uit de 19de eeuw. Of zit er misschien een ondergedoken crimineel?

Ik lach, vooral omdat ik hoop dat Lea dan ontspant. Iemand uit de 19de eeuw. Een crimineel. Twee omschrijvingen die ze een uur later herhaalt, wanneer het buiten donker wordt - ons appartement is nieuw en leeg, de hardnekkige plastic geur wekt de indruk dat er nog nooit iemand is geweest - en we zittend voor het raam proberen niet langs elkaar heen te praten. "Hoe moeten we verder," zeg ik nog wel terwijl we een kommetje tomatensoep naar binnen lepelen en vooral grote slokken wijn nemen. Maar mijn woorden lijken niet aan te komen en eerlijk gezegd kan ik er ook weinig mee. Ineens begrijp ik niet waarom we naar Amsterdam moesten om acht jaar samenzijn te evalueren, wat er te bespreken of redden valt.

Onze blikken dwalen af naar het huisje verderop. Dat eenzame lichtpuntje. Een scheef dak, ontbrekende dakpannen. Een opeenstapeling stenen die vermoedelijk dienstdoet als schoorsteen. Wie weet zit er een ondergedoken nazi, opper ik en ik hoop dat het ontspannen klinkt, dat Lea niet merkt dat mijn hartslag iets omhoog gaat.

Een beetje ingedut
Wijn, meer wijn. Zoals we zo vaak deden toen we net samen waren. Die triomfantelijke eerste dates die uit een vorig leven lijken te stammen, geen spoor van twijfel of angst toen, alles was nieuw, alles was spannend. Wanneer is dat opgehouden? Ik vul onze glazen tot de rand. Alweer kijk ik naar de overkant van de straat, het gaat vanzelf.

Verbeeld ik het me of loopt er iemand langs het raam, een man die kort onze kant op kijkt?

"Zie je dat?" Mijn stem klinkt zachter dan gehoopt.

"Wat? Nee."

"Er stond daar iemand. Hij is weg."

"Echt? Ik zag niks." Een korte pauze. "Je schrok, hè. Ik heb jou nog nooit bang meegemaakt, Pieter, echt nog nooit."

Het is moeilijk om geen verwijt te horen. Ik neem een slok wijn, Lea ook, onze handelingen zijn hetzelfde als vroeger, zoals ik ook gehoopt had - maar er gebeurt verder niets, er bloeien geen oude gevoelens op, er volgt geen diepgaand gesprek, er zijn alleen onze aftastende blikken en net als Lea zegt dat we samen 'een beetje ingedut' zijn, dat we er misschien beter aan doen een tijdje los van elkaar te gaan wonen, betrekt haar gezicht. "O jezus, nu zag ik hem ook. Een man. Hij keek inderdaad naar ons, zeker weten." Haar adem wordt gejaagder, het gebeurt meteen. "Wat zou die vent daar allemaal doen?"

"Misschien is het een pedofiel," zeg ik. Is dat nog een grap? Lea lacht in elk geval niet.

"Wacht even," zegt ze. "Komt er nou rook uit zijn schoorsteen? Het is heel warm buiten."

Eerst denk ik dat ze het zegt om me op te fokken. Maar inderdaad, grote grijszwarte dampen komen uit het huis, ze gaan vrijwel meteen op in het donker.

Een tijdje doen we niets dan kijken. Naar de rookkringen, naar het raam aan de overkant. Maar er gebeurt niets meer. Hardop overdenken we wat daar allemaal kan plaatsvinden, een gevluchte crimineel verbrandt bewijsstukken, een pedofiel cremeert een kind - de alcohol prikkelt onze fantasie, maar we lachen geen seconde meer. Op den duur voel ik behalve mezelf ook Lea bang worden, en allebei willen we het niet laten zien, niet vandaag, ging het de afgelopen tijd niet juist mis doordat we allebei zo angstig waren?

Sneeuwruis
"Zullen we gewoon even proberen er niet op te letten?" piept mijn stem ten slotte. "Even iets leuks gaan doen?"

We schenken onze glazen bij en dwingen onszelf naar de sofa te gaan. Maar de televisie vertoont alleen maar sneeuwruis. De muziekinstallatie blijkt geheel niet te werken. Het volgende moment valt de stroom uit.

Met het licht van mijn mobiel zoek ik naar de stoppenkast, iets wat Lea gewoonlijk zou doen, ditmaal neem ik het voortouw. Ik druk op alle stoppen, schuif klepjes heen en weer, maar het heeft geen effect. Plotseling klinkt er buiten een geluid, hoog en schel. Als ik me omdraai, zie ik dat er niemand meer is en dat de voordeur openstaat.
"Lea?" roep ik.

Voorzichtig loop ik het appartement uit. Bij iedere stap heb ik het idee dat ze tevoorschijn kan springen, me aan het schrikken kan maken en kan doen alsof ze de overbuurman is. Er gebeurt niets.

Dan zie ik haar staan. Twintig meter verderop, vlak voor het licht, de rookkringels rondom haar hoofd.

"Lea," roep ik. "Wat doe je daar?"

Uit mijn hele lichaam komt zweet. Mijn benen trillen, mijn hoofd suist. Nog een keer roep ik Lea's naam, weer tevergeefs. Waar is ze in vredesnaam mee bezig? Waarom ga ik naar haar toe? De vragen komen bij me op maar verdwijnen ook direct weer. Luisterend naar mijn voetstappen, dat kalme, weergalmende geluid, word ik overvallen door het vreemde, aangename idee dat dit de werkelijke reden is waarom we hierheen zijn gekomen, naar deze stad, dit appartement, dat het hier allemaal op neerkomt, dat er na al die maanden en jaren eindelijk weer iets op het spel staat: ik ga naar haar toe, ik moet haar beschermen.

Staat hij daar nou weer, voor het raam, vlak voor haar? Gek genoeg wordt het niet duidelijker nu ik dichterbij het schuurtje kom. Ik kijk naar Lea, maar zelfs haar kan ik steeds moeilijker onderscheiden zo in het donker. Eenmaal bij het schuurtje - nog zoiets vreemds: het is kleiner dan het vanuit de verte leek - ontneemt de rook een groot deel van mijn zicht. "Ben je daar?" vraag ik, ik denk althans dat ik dat zeg. Ik moet bijna tegen het raam aan leunen voor ik haar kan zien of naar binnen kan kijken, een penetrante zwavellucht komt me tegemoet.

En dan zie ik het allemaal helder, van het ene op het andere moment. Een kamer, merkwaardig veel lijkend op onze kamer thuis. "O mijn god." Eindelijk, Lea's stem. Ver weg. Ik wil opzij kijken maar mijn aandacht blijft bij het raam. Kinderen, delen van kinderen, zijn het poppen? Een arm, een gezicht, een rug - ik kan niet goed zien of de rest van de lichamen ontbreekt of net buiten beeld blijft. Ik buig nog verder naar voren, mijn neus tegen het glas, en dan zie ik de gestalte in het midden, een inderdaad magere jongen in wiens gezicht ik een vroegere versie van mezelf herken. Recht kijkt hij me aan, hij maakt een gebaar waarvan ik betwijfel of het een uitnodiging of een bevel is, ik weet niet of dit een begin betekent of een einde, ik weet niet of Lea nog naast me staat of inmiddels is weggelopen - en ik kan niets meer doen dan stilstaan, stilstaan en wachten tot het duidelijk wordt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden