Platenindustrie uit de tijd

De inzet van tieneridolen, zoals Christina Aguilera moest de neergang van de platenindustrie tegengaan. Foto EPA

De Amerikaanse muziekjournalist Steve Knopper schreef een boek waarin hij de teloorgang van de platenindustrie haarfijn analyseert. De filmrechten zijn inmiddels verkocht. Vrijdag spreekt Knopper tijdens de Noorderslag, het belangrijkste conferentie en showcase festival van ons land.

'De platenindustrie heeft haar eigen ondergang bewerkstelligd.'' Dat zegt Steve Knopper, auteur van Appetite for self-destruction (een woordspeling op het succesalbum Appetite for destruction uit 1987 van rockgroep Guns n' Roses), een spraakmakend boek over de teloorgang van de platenindustrie. ''In de tijd dat internet doorbrak, zo tussen 1996 en 2004, werd er door de platenbonzen niet geluisterd naar mensen die hen op het belang van dat nieuwe medium wezen. Zelfs niet als die stemmen uit hun directe omgeving kwamen,'' zegt Knopper vanuit het Amerikaanse Denver.

Eurosonic Noorderslag
Knopper, wiens boek een klein jaar geleden verscheen, spreekt vrijdag op de EuroSonic Noorderslagconferentie in Groningen. Op de conferentie, gelijktijdig met het gelijknamige festival, komen 2800 professionals uit de hele wereld samen om te praten over het wel en wee van de muziekindustrie.

Knopper, een Amerikaanse journalist die onder meer publiceert in Rolling Stone en het nieuwe mediamagazine Wired, schreef op wat menigeen eigenlijk al wist over de muziekindustrie van de laatste drie decennia, maar wat zelden of nooit hardop werd gezegd.

Zijn verhaal begint bij de decadente jaren zeventig, toen disco hoogtij vierde en groot geld werd verdiend. Begin jaren tachtig - met de teloorgang van de discomuziek - dreigde de industrie in te storten. Maar de reddende engelen waren Michael Jackson en vooral MTV, dat vierentwintig uur per dag voor gratis reclame zorgde. De cd, halverwege de jaren tachtig, veroverde de wereld. Audiofabrikanten hielden de cd-branders nog bewust prijzig, maar de computerwereld ging zijn eigen gang en toen iedereen voor een paar dubbeltjes cd's kon branden in zijn pc sloeg de paniek bij de - tijdens de cd-hype weer immens gegroeide - platengiganten wederom toe. Even kon het tij gekeerd worden met het agressief in de markt zetten van tieneridolen als Backstreet Boys, Justin Timberlake en Britney Spears, maar dat was slechts uitstel van executie. Op de opkomst van internet met alle download- en 'peer to peer'-mogelijkheden had de muziekindustrie geen antwoord. Inmiddels worden er achterhoedegevechten gevoerd.

''Ik kan die starre houding vanuit de platenindustrie met betrekking tot het internet ergens wel begrijpen. Het is zo'n andere wereld met zo'n totaal andere mentaliteit. De cd werd in eerste instantie ook met scepsis begroet. Maar die kwam tenminste nog uit eigen kring: bij Philips en Sony vandaan.''

Napster
Hij beschrijft in zijn boek hoe in 1999 de muziekuitwisselingssite Napster op zijn hoogtepunt was en de muziekindustrie weigerde zaken te doen met Napster, zoals ze dat veel later met YouTube wèl zou doen. Napster had zesentwintig miljoen gebruikers: zesentwintig miljoen potentiële klanten en dat kon alleen maar groeien. Knopper: ''Maar Napster dat waren 'hackers', een stelletje van die internet-punks. Daar deed je geen zaken mee.''

Ondertussen modderden de platenmaatschappijen voort met het ontwikkelen van kopieer- en downloadbeveiligingen die vaak al gekraakt waren op het moment dat ze op de markt kwamen. ''Ik ben niet tegen copyright, maar die technische beveiligingen waren zinloos,'' zegt Knopper. ''Daarmee heeft de industrie drie of vier kostbare jaren verspild die ze beter had kunnen gebruiken voor het ontwikkelen van een goed internetdistributiesysteem voor muziek.''

Ondertussen was Steve Jobs van Apple de lachende derde. Apple kwam met de iPod MP3-speler en zette de online muziekwinkel i-Tunes op. Knopper: ''Een track kostte 99 dollarcent waarvan de platenmaatschappij er weliswaar 77 kreeg, maar Apple had het monopolie op de iPod.''

Geluidsdragers zullen vooralsnog niet verdwijnen, maar meer een zaak worden van kleinere, onafhankelijke platenmaatschappijen met veel lagere overheadkosten dan de immense Sony's, EMI's en Warners van vroeger, meent de Amerikaan. ''Groepen met een loyale fanbasis, zoals Radiohead, hebben al bewezen dat ze die grote platenmaatschappij niet meer nodig hebben.''

Radiohead
De grote muziekbedrijven bestaan nog wel, maar zullen zich op andere sectoren van de muziekindustrie gaan richten. Ze moeten wel! ''Het concertcircuit bijvoorbeeld. Want dáár wordt nu het grote geld verdiend.'' Knopper noemt de zogenoemde '360 graden'-contracten, waarbij een bedrijf niet alleen verdient aan de geluidsdrager, maar ook een percentage ontvangt van andere inkomsten zoals uit concerten, merchandise en publishing.

Appetite for self-destruction leest als een combinatie van een maffiaverhaal en een rampenscenario. Steve Knopper heeft de filmrechten van het boek verkocht aan HBO - de Amerikaanse kabeltelevisiemaatschappij die successeries als The wire, The Sopranos en Sex and the city produceerde. ''Er is inmiddels een scriptschrijver aan het werk die het boek bewerkt tot een dramatische film met topmannen van Sony Records als centrale karakters.'' (PETER BRUIJN)

Steve Knopper: Appetite for self-­destruction
Free Press/Simon & Schuster, NY.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden