Pixar daagt de technologie uit

Geluidsontwerper Ben Burtt op de première van Wall-E in Londen. Foto EPA/Frantzesco Kangaris Beeld
Geluidsontwerper Ben Burtt op de première van Wall-E in Londen. Foto EPA/Frantzesco Kangaris

Sinds vorige week draait de animatiefilm Wall-E in de Nederlandse bioscopen, de zoveelste triomf van animatiestudio Pixar. Een portret. Ben Burtt, vele malen gelauwerd geluidsontwerper (de man achter Star Wars' R2-D2), was op zoek naar het geluid van de rupsbanden van robot Wall-E - held van de gelijknamige sciencefictionanimatiefilm - als hij langzaam rijdt.

Hij herinnerde zich een geluid dat hij ooit eens had gehoord in Island in the sky, een oude John Waynefilm. Het was het geluid van een kleine generator die in de film werd aangezet door een soldaat. Díe generator moest hij hebben; hij vond er één op eBay, nog in de oorspronkelijke doos uit 1949. En daarmee had hij het geluid van Wall-E - als hij langzaam reed. Uiteindelijk zou zijn geluidsarchief, na drie jaar werken aan deze ene film, uit 2600 geluidsbestanden bestaan. De openingsstorm: het geluid van Niagara Falls, met feedback.

De extreme toewijding en de obsessie met details is kenmerkend voor elke Pixarproductie sinds de korte film Luxo jr. uit 1986, het oprichtingsjaar; een film over een bureaulampje, dat sindsdien een plek heeft gevonden in het logo van Pixar.

Het logo ging inmiddels vooraf aan blockbusters als Toy Story en Toy Story 2, Monsters, Inc., Finding Nemo, The incredibles en Ratatouille, om er maar een paar te noemen. Er is nog nooit een Pixarfilm geflopt en de meeste brengen gemiddeld vijfhonderd miljoen dollar op, een ongelooflijk slaggemiddelde, waar niemand in Hollywood of wijde omgeving aan kan tippen.

'You can't rush art' (Je kunt kunst niet haasten), zegt de oude poppenmaker in Toys Story 2 tegen de begerige verzamelaar, als hij probeert cowboypop Woody te restaureren. Met dit zinnetje smokkelde regisseur en scenarist John Lasseter ongemerkt het officieuze motto van Pixar de film binnen.

Lasseter was een van de oernerds van Pixar die al heel vroeg - in de tijd dat er nog voornamelijk geometrische vormen over landschappen van ruitjespapier trokken - de ongekende mogelijkheden van computeranimatie zag.

Lasseter herinnert zich dat computeranimatie in die dagen vooral een zaak van mannen met witte stofjassen in laboratoria was. ''Alle animatie kwam van softwareontwerpers,'' zei hij in een documentaire over de begindagen van Pixar. ''Probeer je eens een museum voor te stellen waar alle schilderijen zijn gemaakt door de fabrikant van de kwasten.''

Hij raakte betrokken bij de Lucasfilm Computer Graphics Group, waar hij meewerkte aan The adventures of André and Wally B., waarin voor het eerst een poging werd gedaan om een verhaal te vertellen en emoties over te brengen. Die eerste korte films waren vooral bedoeld om te demonstreren wat er allemaal met de software kon.

In 1986 kocht Steve Jobs, nadat hij Apple had verlaten, de computergraphicsafdeling van George Lucas voor een schamele vijf miljoen dollar en richtte Pixar op, een bedrijf dat de 'Pixar Image Computer' produceerde. In het oprichtingsjaar maakten Lasseter en zijn mannen Luxo jr., waarmee ze niet alleen op de jaarlijkse Siggraph Convention (Lasseter: 'een rock-'n-rollgeekfest') toegejuicht werden door duizenden mannen met rare overhemden en vreemde vormen van gezichtsbeharing, maar ook een Oscar voor beste korte animatiefilm zouden binnenhalen. De eerste Oscar zou twee jaar later (in 1988) volgen voor Tin toy, voorloper van Pixars eerste avondvullende animatiefilm Toy story in 1995.

Begin jaren negentig werd Pixar een heuse filmstudio; filmproductie werd de corebusiness (vooral na een contract met Disney in 1991), maar ondertussen bleven de oude computerwhizzkids leidinggevend als het ging om revolutionaire animatietechnieken. Nog altijd is de première van een nieuwe Pixarfilm ook een moment om te constateren dat de lat weer hoger is gelegd. En nog altijd is het Pixar die vervolgens zelf over de lat springt.

De oorspronkelijke filosofie van John Lasseter, dat Pixar allereerst verhalen wil vertellen, waar de technologie aan ondergeschikt gemaakt wordt (in Lasseterlingo: 'Kunst daagt technologie uit') blijft ondertussen recht overeind. Het bedrijf Pixar is na een woelige geschiedenis overgenomen door Walt Disney, waar Lasseter, ooit ontslagen door Disney, inmiddels chief creative director is, de belangrijkste man onder Roy Disney. Het weerhoudt hem er niet van om vreemde overhemden te dragen.

Alles wat Pixar tot nu toe aanraakte, veranderde in goud en er is voorlopig geen reden om aan te nemen dat dat verandert. Tot aan de zomer van 2012 staan er films op het programma. Volgend jaar zomer allereerst Up, animatiefilm over een avontuurlijke tocht van een oude man door de bergen. Er wordt ook gewerkt aan Toy Story 3 en Cars 2, met de verzekering van Lasseter, dat Pixar alleen sequels maakt als het verhaal de moeite van het vertellen waard is. En dat is een breuk met het verleden van Disney, dat de laatste jaren schaamteloos oude successen uitmolk met ondermaatse animatie: denk aan Bambi 2 en Jungleboek 2 en huiver.

In de toekomst gaat Pixar zich ook op live action films richten: Brad Bird (The incredibles) is bezig met de film 1906, over de verwoestende aardbeving in San Francisco uit dat jaar. Ze nemen daarbij natuurlijk weer een groot risico, maar dat is de habitat van Pixar. Lasseter: ''Onze films zullen altijd blijven gaan over personages die persoonlijke groei meemaken.'' (MARK MOORMAN)

undefined

null Beeld

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden