PlusFilmrecensie

Pinocchio is een oogstrelende ode aan het beroemde boek

Matteo Garrones Pinocchio is een oogstrelende ode aan het beroemde boek van Carlo Collodi. En dat is zowel de kracht als de ­zwakte van de film, die vanaf woensdag in de bioscoop te zien is.

Pinocchio liegt tegen de fee die hem tot leven bracht: zijn neus verraadt hem.

Het is een vervaalde wereld vol stof en honger, het dorp waar timmerman Geppetto woont. In die armoede hakt en kerft hij uit een blok hout een marionet, geïnspireerd door een rondreizend poppentheater. Dat stuk boomstam heeft eerder al op eigen houtje een rondje gemaakt door de werkplaats van collega Mastro Cherry, en nauwelijks heeft Geppetto de bast weggeschaafd of hij hoort het kloppen van een hart.

De Pinokkio die de meeste mensen kennen is de Pinokkio van de Disneyverfilming uit 1940. Met het oorspronkelijke kinderboek van Carlo Collodi uit 1883, De avonturen van Pinokkio, heeft die marionet weinig meer gemeen dan zijn houten gestel en door leugens groeiende neus. Matteo Garrone keert met zijn verfilming terug naar het bronmateriaal – wat zowel de kracht als zwakte ervan is.

Collodi’s boek is gestructureerd als een reeks bedtijd­verhaaltjes, met korte hoofdstukken die steeds een redelijk afgerond avontuur vertellen. Er is wel een rode draad, maar die laat Collodi vrolijk vieren. Garrone blijft trouw aan die episodische structuur, maar elke dag een hoofdstukje lezen is andere koek dan al die hoofdstukjes achter elkaar lezen – of, zoals in de film, zien. Er treedt verzadiging op en het wreekt zich in die vorm meer dat de hoofdlijn soms wel erg makkelijk naar een zijspoor verdwijnt.

Pinocchio buitelt zijn belevenissen in door zijn ongehoorzaamheid. Zodra hij kan praten, spreekt hij tegen en zodra hij kan lopen, rent hij weg. Toch maakt Garrone er in mindere mate dan zijn voorgangers een moralistisch verhaal van. Zelfs de beroemde scène met de groeiende neus is hier nauwelijks een les, meer een grapje dat met de marionet wordt uitgehaald. Garrone kweekt veel begrip voor de brutale Pinocchio, door een wereld rond hem te tonen met volwassenen huichelaars die je trachten op te lichten, tirannieke leraren zwaaiend met een liniaal. Pinocchio’s opstandigheid is bij Garrone gelijke delen naïviteit en overlevingsmechanisme.

Hoe verder Pinocchio van huis raakt, hoe dieper hij in het rijk van het fantastische verdwaalt. Daar weet Garrone wel raad mee. Hier is hij vooral bekend van films als ­Gomorra (2008) en Dogman (2018), die een grimmige kant van Italië tonen, maar er loopt ook een sprookjesachtige draad door zijn oeuvre. Door mediasatire Reality (2012), maar vooral door Tale of Tales (2015), dat met een vleugje humor en een spatje horror verhaalt over drie koninkrijken waar een koningin het hart van een zeemonster eet en prinsessen worden uitgehuwelijkt aan ogers.

Je voelt het genoegen waarmee Garrone de donkere en bizarre elementen van Collodi’s boek naar de voorgrond brengt. Eerst mondjesmaat, maar steeds nadrukkelijker: van de absurdistische hilariteit van kakelende vogeldokters en over slakkenslijm uitglijdende doodgravers, tot macabere taferelen als in zee stortende ezels. Helaas vlakt die stijgende lijn, en daarmee de spanningsboog, af.

Grootste triomf

Net als Tale of Tales is Pinocchio een lust voor het oog, met een vormgeving van locaties en personages die veelvuldig refereert aan de oorspronkelijke tekeningen van Enrico Mazzanti. Voor de visuele effecten leunt de film vrijwel volledig op de make-up en protheses van Mark Coulier, en dat blijkt de grootste triomf. Zie alleen al de prachtige detaillering in het houten gelaat van Pinocchio. Naarmate zijn omzwervingen duren, verschijnen er inkepinkjes en hoopt het vuil zich op in de nerven.

Onder die lagen make-up overtuigt de piepjonge Federico Ielapi met zijn expressieve blik en juiste dosis houterigheid. Ook is een mooie rol weggelegd voor Roberto Benigni, die in 2002 zelf een verguisde Pinokkioverfilming maakte, waarin hij de titelfiguur speelde. In deze adaptatie vertolkt hij de rol van Geppetto, wat hij opvallend ingetogen doet – alsof de jaren ook een laag stof legden over de gewoonlijk hyperactieve energie van de komiek.

Pinocchio is ook een verhaal over ouderschap, hoe het in vredesnaam kan dat je hulpeloze baby op een dag de deur uitloopt, een eigen leven tegemoet – en hoe het voor een ouder kan lijken alsof dat van de ene op andere dag gebeurt. In het geval van Pinocchio is dat letterlijk het geval. In de parade van vreemde avonturen sneeuwt die thematiek, net als Pinocchio’s wens om een echt jongetje te worden, echter onder.

Als ode aan het klassieke boek is Matteo Garrones film geslaagd te noemen. De accenten die de regisseur hier en daar legt in karakterisering en thematiek laten je er als ­kijker wel naar verlangen dat hij zichzelf meer vrijheid had gepermitteerd om zijn visie op het geesteskind van Collodi uit te werken. 

Pinocchio

Regie Matteo Garrone
Met Roberto Benigni, Federico Ielapi, Marine Vacth
Te zien in Arena, City, Euroscoop, Filmhallen, Het Ketelhuis, Kriterion, De Munt, Rialto, Tuschinski

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden