Pieter Zwart: ‘Mensen willen meteen na Ajax-Juventus weten waarom iets goed of slecht is gegaan.’

Plus Interview

Pieter Zwart: ‘Ik was rebels, dacht dat alles beter kon’

Pieter Zwart: ‘Mensen willen meteen na Ajax-Juventus weten waarom iets goed of slecht is gegaan.’ Beeld Mark van der Zouw

Met de functie van hoofdredacteur van Voetbal International ging voor Pieter Zwart (26) een jeugddroom in vervulling. Het afgelopen jaar was voor hem een leerschool. ‘Je moet altijd luisteren naar je lezers.’

‘Blijkbaar had ik al jaren deze ambitie,” zegt Pieter Zwart, slalommend langs de witte bureaus en rode stoelen op de redactie van Voetbal International in Utrecht. “Dat wist ik zelf niet meer, maar in het jaarboek van mijn middelbare school had ik als droom ingevuld dat ik hoofdredacteur wilde worden van dit blad.”

Die baan kwam sneller dan verwacht. Zwart is 26 jaar en staat al een jaar aan het roer van Voetbal International. De functie deelt hij met de ervaren Peter Wekking. De taakverdeling is helder: Zwart richt zich op de digitale platformen en Wekking ontfermt over het tijdschrift, dat al bestaat sinds 1965.

Zwart is jong, gevat, brutaal en soms een tikkeltje belerend. Volgens medewerkers vertelde hij als 18-jarige student, nadat Johan Cruijff de tiener had aanbevolen bij hoofdredacteur Johan Derksen, kort na zijn entree al met geheven wijsvinger hoe de werkwijze beter kon.

Zeven jaar later heeft Zwart een flinke staat van dienst opgebouwd. Zijn boek De val van Oranje staat in het rijtje van best gelezen sportboeken van 2018, trainers Peters Bosz en Louis van Gaal halen tactische informatie uit zijn artikelen en nu is hij ook nog verantwoordelijk voor een sterk mediamerk.

In de redactionele vergaderruimte, met een levensgrote Diego Maradona aan de muur, haalt hij zijn eerste stappen bij Voetbal Inter­national aan. Elk weekend treinde de student twee keer heen en weer vanuit Oldebroek, de woonplaats van zijn ouders, of Nijmegen, de stad waar hij studeerde, naar redactiestandplaats Gouda. “Ik werkte altijd zaterdag en zondag en kwam midden in de nacht thuis. Inmiddels heb ik het beter voor elkaar, want ik werk tegenwoordig maar één dag in het weekeinde.”

U schreef al artikelen voor uw eigen website Caten­nacio.nl en kwam bij Voetbal Interna­tional terecht. Hoe was die overgang?

“Als webredacteur moet je snel, simpel en foutloos werken. Dat klinkt makkelijk, maar is heel moeilijk. Bij een voetbalwedstrijd lever je op het laatste fluitsignaal een verslag. Bij krantenjournalisten is dat een soort cult geworden. ‘O, jongens, we hebben de deadline van een kwartier na de wedstrijd mooi gehaald.’ Ja, vriend, wij deden dat elk weekend bij acht wedstrijden. Dat jij een kwartier na de wedstrijd een verslag hebt is niet knap, eerder traag. Als je op de webredactie een kwartier na de wedstrijd levert, verlies je veel lezers en riskeer je bijna ontslag.”

In die periode had u al naam gemaakt door op Twitter gerenommeerde voetbaljournalisten te bekritiseren.

“Ik was een puber die dacht dat alles beter kon. Dat verkondigde ik. Ik was rebels en op die manier bouwde ik met mijn kompanen bereik op bij Catenaccio.nl. Inmiddels snap ik heel goed dat niemand op snotneuzen zat te wachten die te pas en te onpas riepen dat alles wat geschreven werd niet deugde.”

En inmiddels werkt u regelmatig met de journalisten die u voorheen bekritiseerde.

“Als je met ze gaat praten, begrijp je waar zij vandaan komen. Er is nu wederzijds begrip. We versterken elkaar door iets van elkaar te leren. Ik weet nu dat ik me moet richten op het maken van mooie producten voor Voetbal International in plaats van in de ergernis te zitten. Ik lever geen commentaar meer op concurrenten, daar wordt niemand beter van.”

Heeft het nog tot conflicten op de werkvloer geleid?

“Uiteraard. Zelfs toen ik hier al zat, gaf ik interviews waarin ik soms te stellig en uitgesproken was over Voetbal International. Er kwamen toen wel collega’s mij de les lezen: ‘Misschien moet je even dimmen. Ik werkte hier al voor jij geboren was. Jij kan hier werken door het platform dat anderen in de afgelopen 50 jaar voor jou hebben opgebouwd.’ Die mensen hadden daar gelijk ik in. Het was een leerproces.”

U werkt inmiddels een jaar als hoofd­redacteur. Hoe ziet de werkweek eruit?

Voetbal International is een praktijkmerk met praktijkmensen. Ook in die leidinggevende functies moet je aanpakken. Ik schrijf nog steeds minimaal twee dagen per week. Ik zit ook het liefst tussen de medewerkers, dan weet ik wat er speelt op de werkvloer. Je kan een beleid met open deuren hebben of onzin als glazen wanden, het duurt lang totdat iemand echt een probleem meldt. Ook voor redacteuren is het belangrijk om te laten zien dat ik zelf kan schrijven. Het is een stuk ingewikkelder iets uit te leggen als je dat zelf niet hebt bewezen.”

Welke lessen hebt u geleerd?

“Je moet te allen tijde luisteren naar lezers. Een bescheiden opstelling is geboden. Je kan wel denken dat je het allemaal wel even gaat uitvinden, maar zo werkt het niet. Je beslist iets en kijkt naar het effect. Als dat effect niet gewenst is, dan kun je zelf wel denken dat het een briljant plan is, maar dat is het waarschijnlijk niet. Het interesseert mij niet of we linksom of rechtsom gaan. Je moet luisteren naar de mensen voor wie je het doet, de abonnees.”

Bij welke ervaring kwam u tot dit inzicht?

“Vlak voor ik in de hoofdredactie kwam, werd het logische besluit genomen om uitslagen en standen van de competities niet meer aan te bieden in het weekblad. We verwezen naar de website. De pleuris brak uit. We werden overspoeld met woedende teksten. We lieten de storm over razen, voerden een lezersonderzoek uit en daaruit bleek nog maar eens dat de pagina met statistieken werd gemist. We brachten de uitslagen en standen terug in het blad en nog steeds krijg ik complimenten over het terugdraaien van de beslissing.”

Voor het eerst in jaren zit er weer groei in Voetbal International. Hoe hebben jullie dat voor elkaar gekregen?

“Anderhalf jaar geleden hadden we een verlies van twee miljoen euro. Daardoor moest elke uitgave worden verantwoord. Als een keuze niets opleverde, kon ik het vergeten. Dat verlies hebben we weggepoetst: we zijn weer winst­gevend en ook de nieuwe uitgever wil investeren. Al zijn we nog steeds geen Manchester City met onbeperkte toegang tot geldbronnen.”

“Het probleem was dat we leden aan een soort grootheidswaanzin. We haalden allerlei specialisten in huis op gebieden waar uitstekende bedrijven voor bestaan. Onder de streep zijn we een redactiebedrijf, we hebben toegevoegde waarde in onze redactionele werkzaamheden. Er werd nauwelijks in journalistiek geïnvesteerd. We namen niemand in dienst en boden medewerkers amper perspectief. Onze mensen moeten bezig zijn met voetbal. We hameren inmiddels meer op doorgroeimogelijkheden en zelfontwikkeling. In de ideale situatie begin je als stagiair en groei je uit tot clubwatcher van Ajax of PSV.”

Zit de groei in alle uitingsvormen van Voetbal International?

“Met VI Pro (de langere achtergrondverhalen achter de betaalmuur op de website van VI) groeien we boven we verwachting en het is nu zelfs voor het eerst in jaren mogelijk om het totale aantal VI-abonnees te laten groeien. Ook de losse verkoop gaat steeds beter, dat heeft vooral te maken met specials die we op het juiste moment brengen. Bij het succes van Ajax of de Oranjeleeuwinnen moet je zorgen voor een bewaarnummer in de winkel. Net als rond vaderdag of de kerstdagen. Wij herkennen die seizoenspatronen en spelen daarop in.”

“Je wilt bijvoorbeeld meteen na Ajax-Juventus weten waarom iets goed of slecht is gegaan. Je moet daarop inspelen. Dat is de kern. Je moet weten wanneer lezers iets willen zien en op welk platform, dan kun je groeien.“

Wilt u dit werk nog decennia blijven doen?

“Over tien jaar zit ik in elk geval niet meer in de sportjournalistiek. We vernieuwen de website en de app, maar mijn ideeën daarover zijn ook een keer op. Dat is niet goed voor Voetbal International en niet goed voor mij. Ik ben opgegroeid met de techniek van nu, maar ik ben nu al oud voor de nieuwste ontwikkelingen. Die blijven voor mij altijd een soort aangeleerde taal.”

“Voor een jonger persoon is het juist zijn taal die hij van jongs af aan spreekt. Er komt iemand die beter is dan ik en die moet hier dan komen zitten.”

Pieter Zwart: ‘Ik zit het liefst tussen de medewerkers, dan weet ik wat er speelt op de werkvloer.’ Beeld Mark van der Zouw
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden