PlusInterview

Pieter Koolwijk: ‘Waarom bepalen wij wie wel en niet spoort?’

Pieter Koolwijk schreef het jeugdboek Gozert, over een jongen van elf jaar die een denkbeeldige vriend heeft – en zijn ouders die zich daar grote zorgen om maken. ‘Als er over nagepraat wordt, is mijn missie geslaagd.’

‘Ties heeft net zoals ik dat opstandige; als je normaal kunt functioneren, wat is dan het probleem?’Beeld Linde Faas

De elfjarige Ties gaat met zijn denkbeeldige vriend Gozert op zelfbenoemde ‘missies’ in zijn eigen fantasiewereld. Ze hebben plezier in het verjagen van trollen, heksen en monsters. Maar Ties’ ouders zijn bezorgd omdat hij het verschil tussen de werkelijkheid en zijn fantasie niet ziet en onhandelbaar wordt. Ze sturen hem naar Huize Hoopvol, waar kinderen met psychische problemen behandeld worden.

Daar wordt Ties niet gelukkiger van, laat ­Pieter Koolwijk (1974) zien in zijn nieuwe jeugdboek Gozert. “Wij zijn met zijn allen heel goed in bepalen wat buiten de norm valt. Daar wilde ik wat mee, want waarom bepalen wij wie er wel en niet sporen?”

Koolwijk spreekt gepassioneerd en in hoog tempo over zijn boek, lijkt zijn eigen gedachten soms niet te kunnen bijhouden.

U wilde de grens opzoeken?

“Precies. Ik heb zelf adhd, en ik heb ook wel eens meegemaakt dat mensen zeiden: ‘Goh, je bent zo druk, moet daar geen pilletje in?’ Terwijl ik er zelf geen last van heb. Ja, ik ben een flapuit, maar ik heb ook een rijke fantasie. Iedereen heeft voor- en nadelen in het leven. Het was fijn om over Ties te schrijven, die zijn denkbeeldige vriend Gozert zelf niet als probleem ervaart, al doet de rest van de wereld dat wel.”

Was het daardoor ook een makkelijk boek om te schrijven?

“Absoluut. Ik ben zelf vader, dus ik kon me makkelijk verplaatsen in de ouders van Ties, die bezorgd zijn dat hun kind niet geaccepteerd wordt. En als Ties in zijn eigen wereld zat met Gozert kon ik losgaan met mijn eigen fantasie, dat was ontzettend leuk. Ties heeft ook net als ik dat opstandige; als je normaal kunt functioneren, wat is dan het probleem? Ik heb ook genoten van de stukjes waarbij Gozert vertrekt en de werkelijkheid voor Ties zichtbaar wordt.”

Dan blijkt dat hij bijvoorbeeld de juf heeft geschopt omdat hij haar, samen met Gozert, voor heks aanzag. Dat lijkt me wel een probleem.

“Haha, natuurlijk. Dat is niet handig, maar ik denk toch dat iemand de goede kant op sturen beter is dan zeggen dat hij iets fout doet. Je ziet dat de vader met Ties probeert te praten. Hij is niet zo kort door de bocht als de moeder, die Gozert gewoon weg wil hebben.”

“Ik reageer zelf vaker zoals de moeder, terwijl de aanpak van de vader meer mijn streven is. Ik heb het boek dus ook voor mezelf geschreven. Ik wil mensen laten nadenken: sluiten we mensen als Ties niet te snel op? Ik wil niet de clou verklappen, maar misschien is er wel meer tussen hemel en aarde dan we denken.”

Bent u spiritueel?

“Niet zo spiritueel als ik zou willen zijn. Ik vind het bijzonder en mooi en oordeel er niet over, ook al ben ik het zelf helemaal niet. Daarom was het juist interessant voor mij om erover te schrijven, het moest wel geloofwaardig zijn natuurlijk.”

Heeft u het boek ook deels geschreven voor de volwassenen die het voorlezen?

“Vroeger schreef ik fantasieverhalen voor volwassenen, maar daar was bijna geen markt voor. Toen ging ik kinderboeken schrijven, maar ik noem ze voor de grap ‘kinderboeken voor volwassenen’; wil er altijd een bepaalde diepgang in hebben. Als er over nagepraat wordt, dan is mijn missie geslaagd. Ik heb nog nooit zoveel reacties van volwassen lezers ­gehad als bij Gozert. Dat was bij mijn vorige boeken minder.”

Misschien omdat de lezer in Gozert een groot deel van de zorgen van de volwassenen in Ties’ omgeving meekrijgt?

“Dat klopt wel. Ik hoor vaak dat kinderen bij het voorlezen gedurende het hele boek bleven lachen, terwijl de ouders zich al snel zorgen maakten. Je voelt het spanningsveld tussen Ties, zijn ouders en de maatschappij. Dat komt in dit boek beter tot zijn recht dan in mijn vorige. Ik denk dat dat is waarom zoveel mensen het erover hebben.”

Linde Faas heeft uw boek geïllustreerd. Wat is de toevoeging van haar illustraties ­volgens u?

“Tegenwoordig moeten boeken concurreren met tablets, games, Netflix… Allemaal met heel veel prikkels. Dan helpen mooie illustraties zoals die van Linde enorm om toch een boek op te pakken. Het prikkelt de fantasie. Lezen is belangrijk, ik heb zelf mijn dochter nog heel lang voorgelezen. Als kind riepen de boeken van Roald Dahl een magisch gevoel bij me op. Hoewel ik mezelf nooit met hem zou vergelijken, probeer ik net als hij in mijn boeken de ­fantasie in de echte wereld te laten afspelen. Zodat het voor kinderen bij wijze van spreken om de hoek kan liggen.”

Bent u niet stiekem een kinderhater, zoals Roald Dahl?

“Nee! Ik vind kinderen echt supergaaf. Dat ik door mijn beroep vaak op scholen mag komen, is echt een voordeel. Kinderen hebben zo’n grappige manier van redeneren, ik lach heel wat af. Het is een dankbaar publiek.”

Pieter Koolwijk, Gozert, Lemniscaat, €14,95, 256 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden