Piet Brouwer, Gerard van Kesteren: Vier eeuwen openbaar vervoer

Berigt aan de heeren reizigers, een kloek boekwerk, zo'n 750 pagina's dik, bespreekt vier eeuwen openbaar vervoer in ons land, al zou Amsterdam al in de vijftiende eeuw een veer op Utrecht hebben gehad.

In vier delen wordt het openbaar vervoer gedetailleerd beschreven, van de beurtvaart tot de recente herleving van het openbaar vervoer over water, zoals de Fast Ferry tussen Dordrecht Merwedekade en Rotterdam Willemskade.

Vele vormen van openbaar vervoer komen ter sprake: beurtvaart, trekschuit, raderstoomvaart, postkoets, stoomtrein, paardentram en trolleybus. Het boek is rijk geïllustreerd.

Slechte wegen hinderden het openbaar vervoer op de weg. Pas vanaf 1806 werd onder Lodewijk Napoleon het wegennet verbeterd, maar een plan in 1847 voor een asfaltspoor Amsterdam-Haarlem, als alternatief voor de spoorwegen, haalde het toch niet.

In de zeventiende en achttiende eeuw bepaalden beurtveren en trekschuiten het gezicht van het openbaar vervoer in hoge mate. In de havens lagen veerschepen te wachten op lading. Reizigers moesten vaak lang wachten, want pas als voldoende vracht aan boord was, vertrok het beurtveer.

De trekvaart - zeilloze schepen getrokken door paarden op het jaagpad - maakte het aantrekkelijker voor reizigers: er werd gewoon op tijd vertrokken.

De eerste trekvaart voor geregeld personenvervoer begon in 1632 tussen Haarlem en Amsterdam. Halverwege werd de trekvaart onderbroken. Halfweg heeft zijn naam dan ook te danken aan de grens tussen twee vaarwegbeheerders. Reizigers moesten overstappen op de aansluitende boot voor de tweede helft van de reis.

Halfweg zou ruim twee eeuwen later ook een station krijgen op de eerste Nederlandse spoorweg tussen Amsterdam en Haarlem. Tachtig jaar geleden werd het gesloten, maar er bestaan plannen het te heropenen.

Na de eerste spoorlijn - de verbinding Amsterdam-Haarlem werd geopend op 20 september 1839 - was het snel afgelopen met de trekschuit tussen Amsterdam en Haarlem, in 1840 trok de trein al 350.000 reizigers.

De Opregte Haarlemsche Courant berichtte de volgende dag over deze spoorprimeur: 'Te half twee ure is een trein, bestaande uit negen verschillende rijtuigen, getrokken door de twee stoomwagens, de Arend en de Snelheid van Amsterdam, op weg gegaan; na verloop van een half uur aan de station te Haarlem aangekomen en een weinig voor drie ure naar Amsterdam teruggekeerd.'

Amsterdam boekte niet alle ov-primeurs. Een kwart eeuw na de eerste paardenomnibussen van ons land in Amsterdam verscheen in Den Haag in 1864 een nieuw vervoermiddel: per paardentram naar het Badhuis in Scheveningen. En de eerste stoomtramlijn in ons land, in 1879, liep van het huidige station Den Haag Centraal naar Scheveningen.

Dat het openbaar vervoer aanvankelijk zeer overzichtelijk was, blijkt wel uit een afbeelding van een spoorboekje uit 1850, dat nu tot de collectie van het Nederlands Spoorwegmuseum behoort. Het bestaat uit niet meer dan twee velletjes. In Amsterdam was het al druk vergeleken met Arnhem, waar drie treinen per dag arriveerden. Op de twee Amsterdamse stations arriveerden namelijk elke dag negen treinen... (HANS HOEKSTRA)

Piet Brouwer, Gerard van Kesteren, m.m.v. Antia Wiersma: Berigt aan de heeren reizigers, 400 jaar openbaar vervoer in Nederland
Sdu Uitgevers, 69,95 euro

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden