Plus Interview

Pianiste Nora Mulder: ‘Muziek is niet iets wat je alleen maar hoort’

Pianiste, improvisator en artistieke ideeënvrouw Nora Mulder krijgt op 4 november de Willem Breukerprijs. ‘Ik kies niet, want schoonheid zit in alles.’

Nora Mulder: ‘Ik wil mensen verheffen.’ Beeld Lin Woldendorp

De jury van de Willem ­Breukerprijs omschrijft haar als een ‘eigenzinnige maker die een veelvoud aan nauwelijks te omschrijven muzikale activiteiten ontplooit’. Nora Mulder (54) lacht als ze het citaat krijgt voor­geschoteld. “Ik zou de dingen die ik doe ook niet kunnen omschrijven, maar ik zie ze in elk geval niet als verschillend.”

“Ze komen allemaal uit hetzelfde brein, of ik nou muziek van Xenakis speel of een instrument maak uit een paraplubak of mensen in de openbare ruimte confronteer met Abstractiepark 7090. Aan de basis ligt een nieuwsgierigheid naar klank en wat klanken doen. Daarbij maakt het niet uit of het om een sonate van Beethoven gaat, om een stuk met Koen Kaptijn in 7090, of dat ik Han Buhrs, met wie ik het Ensemble Extra Ordinaire vorm, muziek hoor maken met een snijboonsnijderflapperbongo.”

Een wat?

“Een snijboonsnijderflapperbongo. Dat is een snijboonsnijder, waaraan flappers zijn bevestigd, die al ronddraaiend op een bongo slaan. Dat geeft een mooi geluid.”

Ach ja, natuurlijk.

“Ik maak geen onderscheid in mijn beleving van schoonheid. Dat had ik als kind al. Mij werd op het hart gedrukt iets te kíézen, zoals dat bij elke beginnende musicus gebeurt. Je kiest voor de piano en vervolgens voor hedendaagse of oude muziek en dus niet voor improvisatie, theater of beeldende kunst. Dat heb ik altijd als een beperking ervaren. Ik wil het allemaal, omdat in alles schoonheid is te vinden. Dat lijkt mij de essentie, en die gedachte probeer ik uit te dragen.”

Het enige wat ze niet doet, is componeren in traditionele zin, al maakte ze als kind wel ‘kleine liedjes’, maar die heeft ze net als haar tienerdagboeken allemaal weggegooid. “Ik schrijf geen noten nee, maar ik bedenk concepten. Misschien is dat ook een vorm van componeren, hoewel het verschilt van de manier waarop Beethoven het deed. Ik geloof ook niet dat muziek iets is wat je alleen maar hoort. Denk alleen al aan Skrjabin en Messiaen, die kleuren zagen bij klank.”

“Ik denk ook niet dat er veel mensen zijn die bij een concert de hele avond met hun ogen dicht zitten te luisteren. Iedereen kijkt. En wat je ziet, is van invloed op wat je hoort. Dat is een interessante notie om mee te spelen. Niet dat je als musicus altijd een dansje moet doen of een feesthoedje op moet zetten, maar je moet je je er wel van bewust zijn.”

“Niet alle musici realiseren zich ten volle dat ze óók zijn te zien als ze geen geluid maken. Het is toch best raar dat orkestconcerten in de afgelopen honderd jaar visueel nauwelijks zijn veranderd? Er is niets mis met een ‘gewoon recital’– die geef ik ook – maar het kan geen kwaad er eens over na te denken of dat altijd zo moet.”

Behalve een virtuoos pianiste, die met alle Nederlandse topensembles de meest complexe partituren heeft gespeeld, is Mulder ook actief als beeldend kunstenaar. Beide werelden verenigen zich in Abstractiepark 7090.

“Met 7090 stellen we ons de vraag waarom mensen níét een concertzaal binnengaan. Met Abstractiepark nemen we de kennelijk bestaande drempel weg door de muziek die je binnen hoort naar buiten te brengen. Dan wordt het iets moois, leuks, aangenaams, prikkelends voor de toevallige voorbijganger, die niet naar een concert gaat.”

Met Abstractiepark haken Mulder en Kaptijn als het even kan aan bij bestaande festivals als het Gaudeamus Festival in Utrecht of Musica Sacra in Heerlen. “Dan staan we buiten op het Neude of op de Grote Markt. Op 4 november staan we in het atrium van het Muziekgebouw, wat jammer genoeg een heel chique plek is, waar geen toevallige passanten zullen komen. We hadden het liever buiten op de stoep gedaan.”

“Abstractiepark is ook interactief. De mensen kunnen op knoppen drukken en dat werkt als een tierelier. Al snel verdwijnt dan de afwachtende houding. Iedereen loopt er met een glimlach rond. In Utrecht trokken we tweeduizend bezoekers. ”

De klassieke muziek, de componist en de musicus hebben het zwaar. Geldt dat ook voor u?

“Ik zal er niet om liegen. Ik krijg nu voor dezelfde activiteiten als tien jaar terug ongeveer half zoveel geld. Dat is voor de jongere generatie musici dus de nieuwe normaliteit. Ik vind dat zorgelijk. Twintig jaar geleden had je de Gaudeamuslijst, waarop twintig podia stonden waar je hedendaagse muziek kon spelen. Daar zijn er nu nog vijf van over. Jazzpodia: zelfde verhaal.”

Kennelijk is er geen belangstelling voor, zeg ik dan als advocaat van de duivel.

“Dat is dus niet waar. Kijk naar die tweeduizend man in Utrecht. Het punt is dat er geen waarde aan wordt gehecht door de overheid. Natuurlijk is het publiek veranderd. Dan is de vraag of je de mensen moet geven wat ze willen of dat je ze wil verheffen? Ik doe dat laatste, met het Abstractiepark. Net als Willem Breuker vind ik het belangrijk koppig door te gaan en niet op te geven.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden