Plus

Philip Freriks: 'Het nieuwsjunkcliché ligt wel achter me'

Philip Freriks (73) is vanaf maandag terug op televisie met het twaalfde seizoen van De slimste mens. De geraniums lonken, maar Freriks werkt lekker door. 'Het is een beetje een druk jaar.'

Philip Freriks: 'Na zo'n dag met opnamen ben ik wel een beetje op, maar goed: het is ook niet dat ik per ambulance moet worden afgevoerd' Beeld Rogier Veldman/HH

'Wacht even, hoor. De telefoon van mijn vrouw begint geluiden te maken." Aan de andere kant van de lijn komt een telefoongesprek op gang. "Allô, oui? Non, c'est Philip." En nog meer vloeiend Frans. Een halve minuut later komt Philip Freriks weer aan de telefoon.

Freriks zit op Corsica, en als hij naar buiten kijkt ziet hij, naar eigen zeggen, het begin van het boek De Graaf van Monte-Cristo (door Alexandre Dumas). "Dat speelt zich af tussen Elba en het eilandje Monte-Cristo. Een buitengewoon prettig uitzicht. Ik zeg altijd dat we een uitzicht gekocht hebben, en de ruïne die er ook stond was in eerste instantie bijzaak."

Het is zijn vaste routine. Zodra de opnames van een nieuw seizoen van De slimste mens erop zitten, pakt hij het eerste vliegtuig naar Corsica, waar hij sinds de jaren tachtig een huis heeft. Vakantie.

Eerder had de familie Freriks een vast hotelletje, maar dat beviel maar minimaal. "Italiaanse vrienden nodigden ons toen uit op de inwijding van hun huis - een housewarmingparty, of hoe noem je zoiets? - en daar wees iemand ons op een andere woning. Het bleek een totale ruïne met een verwilderde tuin die lang was gebruikt als vuilnisbelt. Maar ja, dus wel met dat uitzicht."

"Als het heel helder is, zie je de kust van Toscane. Voor een habbekrats konden we het kopen, maar alles moest er gebeuren. Er was geen elektriciteit, geen water, geen dak meer, de muren stonden op instorten. Maar wij dachten: hop."

De maand juni is er het mooiste, maar als hij nog een beetje wil profiteren van de mooie bloei - er is dit jaar veel water gevallen - moet hij zo snel mogelijk die kant op. "Het toeristenseizoen begint half juli, dus als je nog een beetje rust wilt hebben, is het prettig zo snel mogelijk hier te zijn."

Corsica is, net als Amsterdam, een filiaal. In Parijs, daar staat het Philip Frerikshoofdkantoor. Al jaren, eigenlijk. Vandaar dat vloeiende Frans aan de telefoon. Na zijn studie politieke wetenschappen bleef hij in Parijs hangen. Hij werkte er als correspondent voor Het Parool, het NOS Journaal en de Volkskrant. Later schreef hij er boeken.

Nu: "Het is een beetje gelopen zoals het is gelopen. Ik heb de keuze om in Parijs te gaan wonen destijds helemaal niet zo bewust gemaakt. Ik was jong en dacht: gut, laat ik dat maar doen. Voor hetzelfde geld doe je iets anders. Ik ging ooit met het idee dat ik er misschien een jaartje zou blijven, maar dat is volstrekt irreëel. Als je ergens iets wil op­bouwen, weet je na een jaar pas waar je on­geveer bent."

Kent u eigenlijk alle deelnemers die meedoen aan De slimste mens?
"Nou, ik moet nog weleens googelen, hoor."

Bij Anne Fleur Dekker, bijvoorbeeld?
"Haar kende ik toevallig wel. Er zijn jonge cabaretiers die ik even gemist heb, maar niets wat een beetje googelen niet kan oplossen. Voor acteurs geldt hetzelfde. Ik ben niet iemand die Goede tijden, slechte tijden kijkt, dus als er een acteur uit Goede tijden, slechte tijden wordt uitgenodigd, heb ik even een gat."

Ik sprak Marc Dik, de producent van De slimste mens. Hij zei: Philip heeft het spelmechanisme compleet in de vingers, de quiz kent geen geheimen meer voor hem.
"Het is het twaalfde seizoen, we kennen het spelletje zo langzamerhand wel. Dat maakt dat je op je gemak bent. Hoe beter je de basis kent, hoe makkelijker het is een beetje losser te zijn, enzovoorts. Maarten (van Rossem) en ik vinden het nog steeds hartstikke leuk elkaar te treffen, dus we gaan met een vrolijk gemoed aan de slag."

"De stress is er inmiddels wel af, we zijn behoorlijk ontspannen. Je hoeft je niet meer zo te bewijzen. Bij de kandidaten is dat anders: je ziet ze komen om zich te laten zien. Je hoopt dan maar dat ze het waar kunnen maken. Je moet leuk zijn, en als het even kan ook nog een paar rondes in het spel blijven. Het publiek moet veroverd worden, ze doen erg hun best."

Vaak met enige navolging: de laatste winnaar, hoofdredacteur Sander Schimmelpenninck van Quote, komt eind juli met een eigen tv-­programma.
"Ja, er komt natuurlijk veel aanstormend talent in de studio voorbij. Sander Schimmelpenninck is zeker niet de eerste die, tussen aan­halingstekens, doorbreekt en de kans krijgt tv-programma's te maken."

Beeld Rogier Veldman/HH

"Joël Broekaert is ook zo iemand en het verbaast me dat Hiske Versprille nog geen tv-programma heeft. Bij cabaretiers kunnen zalen ineens vollopen; Stefano Keizers had dat, bijvoorbeeld. Wij leiden natuurlijk niemand op, maar als mensen hun kans grijpen en het werkt, vind ik dat buitengewoon genoegzaam."

In de afgelopen periode waren de opnames van het nieuwe seizoen: dat betekende vaak drie afleveringen per dag.
"Het zijn lange dagen en ik moet de hele dag staan. Na zo'n dag ben ik wel een beetje op, maar goed: het is ook niet dat ik per ambulance moet worden afgevoerd."

Zo ver is het nog niet?

"Godzijdank niet. Maar ja, het is wel pittig. Je moet toch alert zijn en je hoofd er goed bij­houden. Gelukkig zijn het maar twee dagen per week, dus dat is te overzien. De andere dagen ben ik in Amsterdam, waar ik nog een optrekje heb. Ik profiteer een beetje van de stad. Ik ben naar het Holland Festival geweest en fiets wat rond - zo'n beetje wat je doet in Amsterdam. Het was prachtig weer, dus ik heb ook nog op de tennisbaan gestaan. Enfin, dat soort dingen."

U wordt 74.
"Over een paar weken, ja. Zeg het maar niet te hard."

Is dat iets waar u mee bezig bent?
"Dat valt wel mee, hoor. Soms denk ik wel: ­jeetje, 74, het begint te tellen. We zijn niet meer echt piep, natuurlijk. Dat maakt wel dat je iets hebt van: leuk dat we gevraagd worden, maar als we niet gevraagd worden is het ook goed. Het hoeft, bij wijze van spreken, allemaal niet meer zo nodig. We zijn er in 2012 van uit gegaan dat we De slimste mens één seizoen zouden doen. De producent noemde kijkcijfers waarvan ik zei: je bent hartstikke gek, dat halen we nooit, maar hij kreeg gelijk. Dat is mooi, maar we hoeven ons leven niet meer te maken en hebben geen hele carrière meer voor de boeg."

Is dat een rust die u eerder minder had? U omschreef uzelf in de tijd van het NOS Journaal als 'een baasje'.
"Het geeft wel rust, ja. We zouden al lang achter de geraniums kunnen zitten, dus het verzoek om het programma te doen is aangenaam. Voor jezelf kun je kiezen wat je leuk vindt om te doen en ook wat je niet leuk vindt om te doen. Ik heb geleerd om nee te zeggen. Ik krijg nog allerlei verzoeken voor dagvoorzitterschappen of om mee te doen aan bepaalde tv-uitzendingen. En daar heb ik dan, eh, meestal geen zin in."

Zit u nog weleens achter de schrijftafel?
"Afgezien van een column die ik eens per maand schrijf voor VPRO OVT (NPO Radio 1-­programma over geschiedenis), zit ik daar niet meer zo vaak. Dat heb ik een beetje gehad. Het is ook niet zo dat ik vaak wordt gevraagd om artikelen te schrijven, en ik moet eerlijk zeggen dat gezien de situatie waarin de journalistiek zich bevindt, dat ook niet erg aantrekkelijk is. Je moet bijna geld meebrengen om iets te doen."

"Ik denk weleens: arme jonge journalisten. Ze moeten hun stukjes schrijven, tv bedienen, ­radio bedienen, voortdurend die smartphone in de gaten houden en internet bijhouden. ­Ondertussen wordt op al die sociale media ook nog een hoop bagger uitgestort. Al die meninkjes zijn niet aan mij besteed. Ik zou er, geloof ik, helemaal gek van worden. Al zal de nieuwe generatie het vast met een zeker gemak doen."

Toch was hij zelf als correspondent ook wel wat gewend, zegt Freriks. "Ik werkte op enig moment nog voor het NOS Journaal en de Volkskrant. Dat was in de hoogtijdagen van de krant en er was de gewoonte om tussen de redacties onderling niet of nauwelijks samen te werken. Dan kreeg je op een dag van elk apart katern dwingende verzoeken om stukken te leveren en kreeg je lange dagen."

Dat was al jaren na de begindagen van Freriks in de journalistiek. Als middelbare scholier kwam hij binnen bij het Nieuw Utrechts Dagblad, een kopblad van Het Parool. Daar schreef hij stukjes over roeien en jazz. Later deed hij dat ook bij Het Parool, waarvoor hij in eerste instantie correspondent in Parijs werd.

Een korte anekdote moet Freriks van het hart. "Toen ik net bij Het Parool werkte, kwam ik Simon Carmiggelt eens tegen. Dat was samen met mannen als Jan Blokker en Henk Hofland toch een bijzonder grote meneer in mijn ogen. Ik zei met heel veel eerbied: 'Dag meneer Carmiggelt, hoe maakt u het?' Toen zei de grote Simon Carmiggelt: 'Zeg, ik ben gewoon Simon en zeg 'je' en 'jij', we zijn tenslotte collega's.' Dat was een groot moment in mijn leven, zal ik maar zeggen. Ik keek behoorlijk naar hem op."

Denkt u dat mensen u als voorbeeld zien?
"Dat weet ik niet, hoor. Ik vind niet dat ik de status heb van een Carmiggelt of Blokker. Ik acht mij niet van dat niveau. Ik begrijp heus dat mensen naar mij gekeken hebben bij het NOS Journaal, of nu bij De slimste mens en misschien, laten we zeggen: hopelijk, hebben ze dat met plezier gedaan."

Volgt u de actualiteit nog?
"Nou, ik moet eerlijk zeggen dat ik wat dat betreft wel wat luier ben geworden. Ik kijk nog graag naar het achtuurjournaal - of dat nu het Franse of Nederlandse is, maakt niet uit - en ik lees de kranten als het uitkomt. In de zomer abonneer ik me hier op Corsica op de plaatselijke krant."

"Het is niet zo dat ik zenuwachtig word als ik een paar uur droog heb gestaan. Ik laat mijn telefoon vaak thuis, dat vind ik prettig. Het cliché van de nieuwsjunk ligt wel achter me. En ik heb genoeg andere dingen te doen. In het voorjaar ben ik bezig geweest met een serie voor de NTR die zich in Parijs afspeelt. Over Nederlandse schilders tijdens de 19de eeuw."

U presenteert dat programma?
"Ja. We hebben drie weken gedraaid in Parijs. Het Van Goghmuseum heeft samen met het Petit Palais een expositie gehad van Nederlandse schilders in Parijs. Daar is deze serie een beetje op gebaseerd. We hebben geprobeerd de geschiedenis van Parijs te vertellen door de ogen van die schilders."

"Kijk, dat zijn echt cadeaus om te maken. En het is in Parijs toch een beetje een thuiswedstrijd voor mij. Om het nog ingewikkelder te maken: in het najaar ga ik nog een andere serie doen over D-Day. In het voorjaar is dat 75 jaar geleden en wordt er allerlei extra aandacht aan besteed. Begin juni ben ik, niet voor het eerst trouwens, naar de invasiestranden op Normandië geweest. In september of oktober gaan we verder met draaien. Het is een beetje een druk jaar, kortom."

Verrast u dat?
"Toch enigszins. Maar ik lig er niet van wakker."

De Slimste Mens, vanaf maandag, 20.25 uur, NPO 2.

Opgebiecht

Leermeester
"Jan de Vos, de eerste directeur van de School voor de Journalistiek. Hij was bij Het Vrije Volk ­belast met de opleiding van leerling-journalisten. Hij had een groene balpen en ging door mijn stukjes. 'Huidig? Wat is dat? Had die man een dikke huid?' Sindsdien gebruik ik het woord 'huidig' nooit meer."

De beste uit het vak
"Ik was een groot bewonderaar van Jan Blokker, Henk Hofland en Simon Carmiggelt. Het zijn namen die jonge generaties misschien niks meer zeggen, maar dat was toch wel wat."

De slechtste uit het vak
"Het zo­genaamd leuk soort journalistiek dat er toch vooral op gericht is om mensen ontzettend nadrukkelijk op hun tenen te staan. Daar ben ik niet zo van gecharmeerd."

Het beste advies
"Weet wat je kan en wat je niet kan. Heel lang geleden ben ik gevraagd om hoofdredacteur van de Haagse Post te worden. Uiteindelijk is het geëindigd met veel drank en lachen en hebben ze begrepen dat ik volstrekt ongeschikt was."

Het slechtste advies
"Een slecht advies, oef. Heb ik ooit een slecht advies gekregen? Echt een slecht advies? Een advies waarvan je zegt: dit moet ik niet doen? Misschien heeft iemand me wel eens afgeraden naar Frankrijk te verkassen."

CV

Geboren
27 juli 1944, Utrecht

Opleiding
Politieke wetenschappen, Parijs

Loopbaan
1971: correspondent Frankrijk, Het Parool
1974-1977: redacteur Vara, correspondent Nederland voor Le Monde
1977-1993: correspondent Frankrijk, Het Parool, de Volkskrant, NOS Journaal
1989-1995: presentator Lopend Vuur, Passages en De Tijd Staat Even Stil
1990-2016: presentator Groot Dictee der Nederlandse Taal
1996-2009: presentator NOS Journaal
2012: verteller The Passion
2012-heden: presentator De Slimste Mens

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden