PlusInterview

Petra en Peter Lataster maken een docu in hun tuin

Petra Lataster-Czisch en Peter Lataster maken een documentaire in hun Amsterdamse tuin. ‘De binnentuin is de perfecte metafoor voor het leven in isolatie.’

Peter Lataster en Petra Lataster-Czisch: ‘Corona komt telkens weer ter sprake.’ Beeld Jakob Van Vliet

‘Het wordt een film over de impact van corona op ons leven en dat van onze buren,” zegt Petra Lataster-Czisch. “Gisteren hebben we buren gefilmd die hun kleinkinderen twee nachten te logeren hadden – tegen alle waarschuwingen in, omdat ze het niet meer volhielden. Nee, wij gaan niet bij ze naar binnen; we filmen alles vanuit onze eigen tuin. Zo laten we ook met onze filmtaal zien wat corona met ons doet; dat we niet meer dichtbij mensen mogen komen.”

‘Hier moeten we iets mee’

Onder een afdakje staat de camera waarmee Petra Lataster-Czisch (Dessau, 1954) en Peter Lataster (Amsterdam, 1955) een documentaire opnemen in de tuinen tussen de Derde Oosterparkstraat en de Vrolikstraat. De twee maken ­samen films sinds ze elkaar halverwege de jaren zeventig leerden kennen in Potsdam, Oost-Duitsland. Ze gingen daar beiden naar de Filmacademie; Petra volgde er scenarioschrijven en filmwetenschap, Peter deed camera.

Samen maakten ze gelauwerde documentaires, zoals Niet zonder jou (2010), Wakker in een boze droom (2013), de filmhuishit De kinderen van juf Kiet (2016) en het vervolg Jij bent mijn vriend (2018).

De Latasters waren bezig met een documentaire over mensen die doof zijn geworden en een implantaat laten plaatsen om weer (beter) te kunnen horen, toen alles stil kwam te liggen.

“We dachten direct: hier moeten we iets mee,” zegt Peter Lataster. “Maar we hadden er geen zin in om op de geijkte documentairemanier uit te rukken en iets te gaan volgen – dat is al zo vaak gedaan. We vonden het spannender en interessanter om te kijken wat zich nu in de tuin afspeelt. Met een aantal buren hebben we regelmatig contact, maar er zijn er ook die je dagen, soms zelfs weken niet ziet of hoort, omdat ze aan het werk zijn. Maar nu zijn ze er wel. En raak je wat meer aan de praat. Je kijkt eens wat ze aan het doen zijn, praat over de zorgen die iedereen heeft. En ondertussen lopen de bomen en planten prachtig uit. De binnentuin is de perfecte metafoor voor het leven in isolatie, en de ontluikende lente voor de tijd die verstrijkt. De natuur gaat onverstoorbaar haar gang, met of zonder corona.”

PL-C: “Tegenover ons woont een leraar aan een basisschool. Hij wist niet dat we films maakten, maar onze film Juf Kiet kende hij wel – dat was een fijne introductie. We hebben afgesproken dat we hem gaan filmen als hij maandag zijn spullen pakt om weer voor het eerst naar school te gaan. En dan staan we ’s middags ook weer klaar om te vragen hoe het was. We hebben het niet de hele tijd over corona, maar hoe je het ook draait, telkens komt het weer ter sprake. Schuin tegenover wonen twee jongens; die kennen we omdat hun voetbal soms in onze tuin belandt. Ze hebben ook een trampoline; dan zie je opeens een hoofd keer op keer boven de heg uit komen. Dat hebben we ook gefilmd; op de achtergrond hoor je hun moeder roepen dat ze naar binnen moeten komen om huiswerk te maken. We beleven er veel plezier aan; je leert je buren op een andere manier kennen.”

PL: “De natuur speelt ook een belangrijke rol. We zijn begonnen met het filmen van vogels. Een kraai die op zoek was naar een geschikte nestplaats, meesjes die zich op zonnebloempitten storten, een zingend merelmannetje. Wat een verhaallijn wordt, weten we nog niet precies. We maken onze film tastend, zoekend, zigzaggend en zetten op basis van wat we hebben telkens een volgende stap.”

Iets futiels

“We zitten zelf ook in de film. We hebben scènes gedraaid uit ons eigen dagelijks leven: ontbijt klaarmaken, de krant lezen, ’s avonds in bed een filmpje kijken, gesprekken… Met elkaar, maar ook met de bovenburen die af en toe boodschappen voor ons doen. Dan ontstaat er vaak een gesprek, over hun familie in Rusland, over de kat die ziek is, maar ook over ons. Je kunt jezelf ook niet uitvlakken.”

PL-C: “Het is ook niet erg; ik denk dat het ­merendeel van de mensen in Nederland dezelfde zorgen heeft als wij. Maar er zijn ook momenten waarop ik denk dat we met iets vreselijk ­futiels bezig zijn. Want hoe groot zijn onze zorgen nu eigenlijk, bijvoorbeeld ten opzichte van mensen die naar de voedselbank moeten? Dat hebben we níet in onze film: mensen die in acute geldnood zijn gekomen.”

PL: “Misschien komt dat nog wel. De zzp’ers die aan de overkant wonen, denken nu nog dat ze het wel uitzingen tot de zomer, maar het kan allemaal nog gaan schuiven. Daar komen het ­leven en onze manier van filmmaken samen: wij weten ook niet hoe het zal gaan. We zien wel waar het eindigt.”

PL-C: “Het houdt ons letterlijk van de straat, we zijn er de hele dag mee bezig. Vannacht werd ik wakker; ik hoorde de ekster en de kraai en dacht: heb ik nu gedroomd over het filmen of is dit echt? Veiligheidshalve heb ik Peter wakker geschud, een paar minuten later stonden we in onze pyjama’s te filmen in de tuin. Ik kan niet uitleggen hoe verrukkelijk ik die manier van werken vind.”

PL: “Totdat je het koud krijgt.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden