Plus

Peter Poldervaart was in het Rijks 27 jaar hoofd papierrestauratie

Peter Poldervaart (75) werkte 27 jaar als hoofd papierrestauratie in het Rijksmuseum - de laatste der Mohikanen in het ambachtelijke werk. 'Nu hebben de machines het overgenomen.'

Peter Poldervaart Beeld Rogier van 't Slot

"Ik moest van het hoofd van een van de afdelingen Chinees papier dat zwart afgaf behandelen. Hij gaf me een ­recept. Ik las het en gaf het hem terug. 'Dit is waardeloos.' Die man ontplofte. Woedend."

"Ik zeg: 'Oké, u gaat erover of iets van Fabritius is of van Rembrandt, en ik ga over of die vlek eruit gaat of niet, en hoe. Daar weet u niets van af. Ik ga naar congressen, dus ik weet het wel."

"En als u zegt dat moet zo, dan doe ik dat niet, en dan laat u het maar door een ander doen'."

Aldus Peter Poldervaart. Tien jaar geleden nam hij ­afscheid als hoofd papierrestauratie van het prentenkabinet in het Rijksmuseum.

Portret
Vrouw Natasja opperde het idee voor een portret in Het Parool, nu het nog kan, na het verdrietige nieuws dat ze hoorden. En omdat hij binnen zijn vakgebied 'de laatste der Mohikanen' werd genoemd.

En daar staat hij, midden in het atelier in de Jordaan waar hij nog geregeld met papier in de weer is. "Ik heb longkanker en ik ga de pijp uit. Einde oefening." Laatst was hij nog in het ateliergebouw bij het Rijks.

"Overal staan machines. Waar mijn grote spoelbak stond, komt nu een groot röntgenapparaat. Het restaureren van papier is vooral onderzoek geworden. In mijn tijd was dat andersom, daar restaureerden we en deden weinig onderzoek."

"Ik had diverse zelfgemaakte messen voor dit werk. Nu drukken ze op een knop en komt er een kant en klaar passe-partout uit de machine geploft."

Poldervaart houdt van papier. "Het is fantastisch materiaal. Vooral het oude papier, toen het nog van lompen werd gemaakt, en niet van hout. Dat oude papier is ook veel sterker."

"Papier gemaakt van hout vergeelt door de chemicaliën die in hout zitten. Lignine, hemicellulose. Daardoor treedt verzuring op. En het gaat ook stinken. Sla maar eens een oude Prismapocket open, wat een lucht!"

"Oud papier is beresterk. De Rembrandts gaan langer mee dan de Picasso's, echt waar. Geef me een stuk papier en ik kan vrij nauwkeurig schatten hoe oud het is."

Geen opleiding
Hij leerde het vak al doende, er was nog geen opleiding. "Ik denk dat het begonnen is met een suppoost met spataderen die goed kon gummen. En zo is dat restaureren van prenten, tekeningen, aquarellen, en pastels zo'n beetje uitgebouwd."

Wat Poldervaart in het Rijksmuseum met zijn team deed was, zoals hij het noemt, de verkeerde en slechte dingen in het depot herstellen.

"Niet zozeer de restauraties waren hoofddoel, maar het vervangen van het slechte en verzuurde onderkarton van de tekeningen en prenten. De ­zure passe-partouts en opgespannen tekeningen vervangen en de prenten en tekeningen die los in dozen lagen ­opnieuw verzorgen en opzetten."

Beeld Rogier van 't Slot

"Op een gegeven moment wist ik wat ik met een olievlek moest doen, of met een bloedvlek. Ik was een man van de recepten, had ze in een boekje staan. Dit is een schimmel en die moet je zo en zo behandelen."

"Nu zijn ze in de weer met ingewikkelde chemische formules die mij boven m'n pet gaan. Nadat ik was begonnen als hoofd papierrestauratie zag het depot er slecht verzorgd uit, we hebben het met zijn allen op orde gemaakt."

Dikke kluiten papier
In de tien jaar na zijn pensionering snijdt hij in het atelier passe-partouts en lijst hij tekeningen in voor vrienden en kennissen, maakt nog wat schoon, herstelt. Puur voor zijn plezier en om toch nog met zijn geliefde papier bezig te zijn.

Hij vertelt vol overgave over het papier. En over zijn leven.

Even wat verdichting. We slaan de volgende hoofdstukken van de avonturenroman over: Mijn vader was een klootzak. Liften als jonge jongen door Griekenland, van ­Libië naar Genève. Ik zag Che Guevara de krant lezen.

Vrijwilliger bij het Prentenkabinet. Hoe ik bij de grote verzamelaar van tekeningen Frits Lugt in Parijs ging werken, en Hoe mijn winkel in tekeningen en prenten geen succes werd.

Prentenkabinet
We nemen de draad weer op toen Poldervaart als freelancer bij het Prentenkabinet hielp met de Nova Zemblaspullen. "Dat waren grote, dikke kluiten papier die ze daar in het Behouden Huys hadden gevonden. Je kon daar ­iemand z'n harses mee inslaan."

"De conservatoren wilden weten wat het was en ik heb het uit elkaar gehaald. Daar is nog een heel goede, mooie film van gemaakt, die ik op het eerste papiercongres in Cambridge liet zien."

"Ik had daar een briefje opgehangen dat ik werk zocht. Na de vertoning van die film, ze hadden nog nooit zoiets gezien, kon ik aan het werk in Texas, Nieuw-Zeeland en Australië. Ik koos voor Australië, Melbourne, maar dat was zo'n achterlijke bende daar dat ik al snel weer terug in ­Nederland was."

"In de tussentijd had mijn toenmalige vrouw voor mij gesolliciteerd op een baan bij het prentenkabinet van het Rijksmuseum en mijn handtekening ­onder die brief gezet. Ik werd aangenomen. Dat was in 1981."

Peter Poldervaart was thuis. "Jongen, dat ik dit allemaal zo zit te vertellen... Ik heb in Indonesië geholpen met het restaureren en ik heb al die jaren geageerd tegen het ­opslaan van kunst onder de grond, dat is echt heel slecht, dat was mijn stokpaardje."

"Wat mijn mooiste restauratie was? Dat kan ik niet zeggen. Ik heb de hele Rembrandtcollectie gedaan. Wat je moet doen is niet nadenken hoeveel het kost of wie de kunstenaar is."

"Je moet nadenken over het probleem. Hoe krijg ik dat hoekje er weer aan, hoe krijg ik die vlek eruit, wat is dit voor een papier, hoe repareer ik die scheur? Of het nu een Goltzius is of een Rembrandt of een Adriaen van de Velde, het maakt geen ene bal uit."

Heerlijk zwemmen
En ja, beaamt Poldervaart, er gaat weleens iets fout. "Ik kreeg een grote, vuile tekening van het Olympisch Stadion, van de architect, Jan Wils. Die tekening zag er verschrikkelijk uit. Die heb ik meteen in het water gemikt. Wat? Nee, papier vindt zwemmen heerlijk. Eindelijk! hoor je dat papier bijna zeggen. Al die vezeltjes gaan weer lekker recht en naast elkaar liggen."

Beeld Rogier van 't Slot

"Nou goed, dit was geen probleem, want potlood en Oost-Indische inkt kunnen goed tegen water. Dat water kleurde meteen poepbruin van alle viezigheid die eraf kwam. Na een kwartiertje haalde ik het stopje uit het bad. Ik zit voor me uit te staren en zie zo, prrrrrrrrrrr, alle boompjes en autootjes het putje inlopen."

"Hè! Die tekening leeft! Vier vijfde van de tekening weg."

"Wat het was? Die architect was begonnen met tekenen, maar dat papier zoog heel erg. Na dat eerste stuk, dat dus behouden bleef, smeerde hij het papier helemaal dicht met een deklaag van eiwit of Arabische gom om daarop verder te tekenen. En die laag lost op in water. De eigenaar nam het gelukkig niet al te zwaar op."

Ook was er een man die klaagde dat, na het verwijderen van drie vlekken, de afbeelding niet meer de originele kleuren had. De man sleepte Poldervaart voor de rechter.

"De toenmalige, grootste handelaar in tekeningen, Houthakker, werd opgeroepen. Hij had als handelaar dat werk al gezien.

Hij zei: 'Die tekening was eerst 750 gulden waard, maar nu is die 3000 gulden waard.' Toen was het voor mij klaar. Die man moest alle proceskosten betalen."

Hoekje
Poldervaart laat nog een paar dozen zien. In een ervan zit Japans papier. Hij houdt van Japans papier, ging in het land in de leer bij restaurators, en verzamelde, puur als hobby, Japanse papierrollen.

"Hier, pak vast. En nu trekken. Trek nou! Zie je, niet kapot te krijgen. Langvezelig, van de moerbeiboom. Als ik een tekening heb waar ik niets meer mee durf, plak ik Japans papier op de achterkant. Dan kan die tekening weer gaan leven. Ik ben helemaal voor Japans papier."

Nog een doos. Vol met snippers divers papier. "Nooit iets weggooien! Je zult maar net een klein stukje van het een of ander nodig hebben."

"Van een Rembrandtprent was een hoekje af, en daar hoorde een voetje op. Ik had vijf, zes hoekjes papier uit die tijd die zouden passen, maar een hoekje aanzetten waar geen voetje op stond, dat is toch een beetje een lullig gezicht. Dus ik een voetje tekenen."

"Nou, die prent heeft een hoekje gekregen, maar zonder voetje. Ik kon het niet, die snelle toets van Rembrandt... Bij mij bleef het een horrelvoetje. Dus het is beter om nooit bij te tekenen."

Hij pakt een mesje en begint een randje van een stuk ­papier te snijden. De ambachtsman aan het werk. Het ­papier vindt het fijn.

Beeld Rogier van 't Slot
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden