Plus

Peter Buwalda: 'Ik was een zeer ongezellig iemand'

Acht jaar en vijf maanden na zijn debuut Bonita Avenue komt Peter Buwalda (47) met deel 1 van een trilogie, Otmars ­zonen. 'Een keer per jaar loop ik vast. Dan voel ik zelfhaat.'

Peter Buwalda Beeld Jitske Schols

Peter Buwalda zit met zijn rug naar de wereld gekeerd. Aan een grote tafel in een zeer ruime huiskamer typt hij. Buiten raast en woedt er van alles, maar de schrijver schrijft. Schijnbaar onverstoorbaar. Tot hij even later wat gejaagd de deur van zijn huis, ergens in Noord, opent.

"Ik had bijna het interview afgezegd, want ik heb mijn column voor morgen nog niet af." Hij gaat voor naar het vertrek waar hij net nog driftig zat te tikken. Kookeiland, een paar banken en heel veel boekenkasten. Hij wijst naar een fauteuil. "Dat is jouw stoel, ik maak even mijn column af."

Hij is een perfectionist, wat, zoals hij zegt, ook zijn kracht is. Hij wil de volgende dag niet lezen dat hij de vorige dag iets anders had moeten schrijven. En hij is een deadlinejunkie. "Ik heb geprobeerd de column gisteravond te schrijven, maar dat lukte gewoon niet." Zoals het ook niet lukte zijn nieuwe roman, waar reikhalzend naar wordt ­uitgekeken, vorig jaar op tijd bij zijn uitgeverij De Bezige Bij in te leveren. Zodat Otmars zonen, de opvolger van zijn succesvolle debuut Bonita Avenue (350.000 verkochte exemplaren), vijf maanden later verschijnt.

Schelden en tieren
Daarover straks, nu eerst de schrijver in actie: Buwalda tikt, humt, werpt zijn bril af, doet 'm weer op, tikt, schuift heen en weer op zijn stoel - "bijna klaar, hoor!" - zucht, tikt, steekt zijn armen in de lucht. "Klaar!" Hij checkt of de column in goede orde bij de Volkskrant is aangekomen, haalt glazen water, wijst naar de plek tegenover hem aan tafel en leunt dan enigszins ontspannen naar achteren.

"Ja, ik ben opgelucht, want het ging bijna mis. Het overkomt me weleens, dat het niet lukt. Ik heb die column vijf jaar, en ik vertrouw er nog steeds niet op dat het elke week weer gaat lukken. Ik loop één keer vast per jaar. Dan voel ik zelfhaat, dan vind ik het slecht wat ik schrijf, dat kan ik niet verdragen. Die afkeer zorgt ervoor dat het stokt en dan wordt het schelden en tieren en dan komt er niets meer. Dan tikt de tijd weg en dan word ik heel vervelend. Het is een nederlaag als ik geen column in kan leveren."

Hij kijkt naar het boek dat voor hem op tafel ligt: Otmars zonen. Onder de titel staat: 'door Peter Buwalda'. "Een grapje. Ik zag dat bij Amerikaanse romans, 'by John ­Cheever,' 'by John Updike'. Laat ik dat ook doen, dacht ik. Ik vind het leuk, al slaat het nergens op."

Otmars zonen is het eerste deel van een epische trilogie die verder bestaat uit de nog te verschijnen delen De ­jaknikker en Hysteria siberiana, samen goed voor 1750 ­pagina's. Otmars zonen is zeker géén nederlaag. ­Sterker, de roman brengt je in minstens zo'n geweldige leesroes als Bonita Avenue deed. In het kort: de jonge Ludwig Smit, werkzaam bij Shell, bezoekt op het Russische eiland Sakhalin Shellkroonprins Johan Tromp om hem een methode aan te prijzen om olievelden door te meten. Tegelijkertijd wil onderzoeksjournalist Isabelle Orthel Tromp spreken over zijn aandeel in een ontvoering in de tijd dat hij in Nigeria werkte.

Zo simpel als het hier staat, is het natuurlijk niet. Want Isabelle en Ludwig blijken elkaar te kennen van hun ­studie, en Isabelle en Johan kennen elkaar ook (en hoe!). En is Johan misschien de ontbrekende vader in het leven van Ludwig? Ludwig die eigenlijk Dolf heet, maar door zijn stiefvader Otmar Smit zo is genoemd. Terwijl zijn stiefbroer Dolf, een pianovirtuoos die denkt dat hij Beethoven is, eigenlijk zo zou moeten heten.

Ingewikkeld? Tot je gaat lezen. Want weer zuigt Buwalda je mee in een gelaagd verhaal, dompelt hij je onder in een wereld waarvan je maar moeilijk afscheid neemt. Tot je als lezer na 607 bladzijden met een enorme cliffhanger wordt opgezadeld.

"Dit eerste deel is natuurlijk goed los te lezen, maar wekt wel verwachtingen. De drie delen vormen één grote ­roman met een overkoepelende spanningsboog. Maar elk apart deel heeft een eigen plot en spanningsboog. En maakt tegelijkertijd, zo hoop ik, nieuwsgierig naar de rest, zoals dat bijvoorbeeld het geval is...," hij peinst even, "na lezing van het eerste deel van In de ban van de ring. Kijk, Proust en Voskuil waren rigoureuzer, die zetten gewoon de schaar erin. Maarten Koning neemt een hap en slikt hem in het volgende deel door. Zo doe ik het niet. Als het enig kaliber heeft, dan is Otmars zonen op elke bladzijde interessant genoeg om het niet erg te vinden dat je de ­afloop nog niet kent."

Peter Buwalda Beeld Jitske Schols

Hij checkt zijn telefoon om te zien of er nog commentaar is op zijn column. "Ik ben geloof ik wel tevreden over deze roman. Ik wilde een ander boek schrijven dan Bonita ­Avenue. Je zou kunnen zeggen dat de actie plaatsvindt in de hoofden. Minder fysiek geweld, minder bloed. Ik heb het meer gezocht in de psychologie van de personages. Het verhaal mengt twee werelden: een wat pastorale, vriendelijke wereld en een vrij kille, harde wereld. Veilig en onveilig lopen door elkaar. Die gelijktijdigheid ervan vind ik soms in bepaalde boeken ontbreken. Bret Easton Ellis is alleen cynisch en hard, terwijl bij Márquez (Gabriel García, red.) een ­zekere sprookjesachtigheid overheerst. In Otmars zonen zitten vriendelijke en hele onvriendelijke mannen, deugdzame en zeer ondeugdzame vrouwen. De mix ervaar ik voortdurend in het echte leven."

Otmars zonen begint met hoofdstuk 111 en telt dan terug. Elk van de drie delen - Buwalda gaf de trilogie geen titel -telt 37 hoofdstukken. "Haha, ja, dat is een soort powerplay. Een belofte en een wurgcontract. Ik beloof de lezer dat ik precies op 1 uitkom. 111 slaat ook op pianosonate 32 van Beethoven, die een belangrijke rol speelt in de trilogie. Elk deel beslaat 37 hoofdstukken."

Dat Buwalda tevreden is, komt door de ruim vijf maanden uitstel die hij noodgedwongen nam. De gewilde publicatiedatum 22 september 2018, precies acht jaar na de ­verschijning van Bonita Avenue, haalde hij niet.

"In mei 2017 heb ik bij de uitgeverij mijn plannen uitgelegd. Dat het drie delen zouden worden, waar het over ging. De ­volgende dag kon ik meteen twee extra contracten tekenen. Ik was al heel ver in deel twee, waar ik toen de laatste twee jaar dag en nacht aan had gewerkt, en dacht dat het eerste deel wel af was. Dat was te rooskleurig gedacht: het was nog lang niet goed genoeg. Het herschrijven bleek ook veel meer tijd te kosten, dus ik kwam vreselijk in de knel met de door mezelf opgelegde deadline. Ik had geen andere keus. Die extra maanden had ik echt nodig om het naar mijn zin af te maken. Het was het waard, want ik heb nog zo veel verbeterd..."

Hij kan nog niet beoordelen of Otmars zonen beter is dan Bonita Avenue. Oneerlijke concurrentie noemt hij het, omdat Otmars zonen nog te vers in zijn bloed zit. Opvallend is dat, als je Bonita Avenue naast Otmars zonen legt, het in beide romans over gebroken gezinnen gaat. "Ik kom zelf uit een gebroken gezin, en kennelijk, als ik een verhaal ga verzinnen, schrijf ik daarover. De scènes zijn nergens puur autobiografisch, maar raken altijd wel iets, hoewel de personages niets met mijn vader of stiefvader of moeder te maken hebben."

Opvallend is ook dat Buwalda de eerste zin van Otmars zonen al had geschreven in de periode voor Bonita Avenue van de drukker kwam. "En dat Isabelle Orthel, Otmar Smit, Ludwig, Dolf en zijn zusje Tosca en Johan Tromp al in mijn gedachten bestonden. En dat ik ze niet terzijde heb geschoven. En ja, Isabelle Orthel is een bijfiguur uit Bonita Avenue. Ik heb besloten in elk nieuw boek dat ik schrijf een bijfiguur uit het vorige een hoofdrol te geven. Bonita ­Avenue kun je zien als een communicerend vat met deze trilogie."

Achttien uur per dag
Over dat succesboek gesproken. De schrijverij kwam wel even stil te liggen toen Bonita Avenue een succes werd en hij honderd keer moest optreden en honderd keer werd geïnterviewd en hij overal heen vloog om de vertalingen te promoten. "Dat heeft me anderhalf jaar gekost. Maar daarna kwam ik wel op gang. Ja, acht jaar, maar ze zijn omgevlogen en ik heb veel gedaan, vind ik zelf. En de laatste tweeënhalf jaar was ik volstrekt monomaan bezig. Achttien uur schrijven per dag, elke dag.

Nog iets intensiever dan die laatste tijd dat ik aan Bonita Avenue werkte. Ik ging de deur niet uit. Om de paar uur drukte ik me een paar keer op. Ik deed nog wel boodschappen met Jet, mijn vriendin, maar meer ook niet. Omdat ik me vergist had in de deadline moest ik nog harder werken dan de bedoeling was. Dat was niet gezond, niet prettig. Elke nacht lag ik eerst een uur aantekeningen te maken in mijn telefoon, slaappil erin, en snel weer opstaan. Dat ga ik de volgende keer iets anders doen." Hij kijkt er bedenkelijk bij. "Ik hoop dat er ­iemand is tijdens de boekpresentatie, want ik ben bij niemand langsgeweest, ik was een zeer ongezellig iemand."

De wereld is de laatste jaren aan hem voorbijgegaan, merkt hij. "Vooral als ik die column moest schrijven: ik had geen onderwerp, want ik maakte niets mee. En om daarover te schrijven is koket. Anderzijds is schrijven ­natuurlijk ook een vorm van leven. Het meemaken om de hele dag hier te zitten, rondjes te lopen, zelfbedachte ­problemen op te lossen, duimzuigsels steeds verder uit te denken en zo steeds verder te komen. Gelukkig kon ik wel muziek draaien. Ik heb de hiphop ontdekt, bewust een genre dat ik nog niet kende omarmd. Zo heb ik toch nog iets meegemaakt. Wat? Ja, ik schrijf altijd met muziek aan. Ik heb ook maar één schrijftip: leer schrijven met muziek aan. Dan kun je twee dingen tegelijk doen, dan heb je een leuk leven."

Vriendin Jet begrijpt heel goed dat hij schrijver is, zegt de schrijver. En dat hij monomaan is. "Het grappige is dat als je monomaan chirurg bent, je nooit thuis bent. Maar ik ben er altijd. En ik ben makkelijk af te leiden, ik doe mijn hoofd omhoog en ik praat, en dan ga ik weer door. Volgens mij ben ik veel gezelliger dan een chirurg."

Het is geen drang, dat schrijven. Buwalda ziet het meer als een plicht. "Als ik met twee uur per dag zou kunnen volstaan, zoals sommige schrijvers, zou ik dat meteen doen. Maar ik heb zelf die enorme klus aangenomen en daarbij komt dat als ik het niet zou doen, ik werkloos zou zijn. Dit hoort heel erg bij mij, ik heb verder alle schepen achter me verbrand. Ik kan nu al met lichte heimwee ­terugdenken aan de laatste periode dat ik aan Otmars ­zonen werkte."

Peter Buwalda, Otmars zonen, De Bezige Bij, €27,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.