Plus

Persvrijheid: cruciaal of slechts een holle frase?

Het belang van onafhankelijke pers wordt door iedereen onderschreven. Maar wordt daar ook gevolg aan gegeven of blijft het bij holle frasen?

Beeld Mikko Kuiper

Dat onafhankelijke pers de hoeksteen is van een vrije samenleving. Dat de persvrijheid een cruciale schakel vormt binnen een goed functionerende democratie. Dat journalisten altijd in volledige vrijheid hun werk moeten kunnen doen.

Aan grote woorden ontbrak het de afgelopen weken niet. Uit alle hoeken werd het belang van de vrije pers onderstreept. Politici zeiden het, juristen zeiden het en hoofdredacteuren zeiden het ook nog maar een keer: goede journalistiek is echt heel belangrijk.

Het zijn dan ook roerige tijden voor de media. De redacties van Panorama en Nieuwe Revu werden met een raketwerper beschoten. Bij De Telegraaf werd een auto naar binnen gereden en in brand gestoken.

En al maanden worden meerdere misdaadjournalisten beveiligd vanwege dreigingen uit criminele hoek. Incidenten die al met al weinig reden geven voor optimisme en genoeg aanleiding voor een bemoedigend steuntje in de rug.

Maar wat zijn al die warme woorden waard als binnen een maand blijkt dat het Openbaar Ministerie niet één, niet twee, maar drie keer in de fout is gegaan met het afluisteren van journalisten?

Als de NPO rücksichtslos wil bezuinigen op uitgerekend de meest journalistieke programma's. Als overheden en bedrijven steeds vaker media buitenspel zetten om hun boodschap naar buiten te brengen? En wiens verantwoordelijkheid is het om alle teksten over het belang van een vrije pers meer te laten zijn dan holle frasen?

Brede discussie
Thomas Bruning, algemeen secretaris van de Nederlandse Vereniging van Journalisten, ziet een 'dubbel beeld'.

"Enerzijds zijn we blij dat zowel bij politici als bij het publiek een gevoel van urgentie lijkt te bestaan over de staat van de journalistiek. Anderzijds zijn er de frustratie en boosheid als je dan weer hoort van een afgeluisterde collega."

Ook hoogleraar mediastudies aan de Universiteit van Amsterdam Mark Deuze noemt het positief dat er een brede discussie plaatsvindt over het belang van vrije pers. "Het kan, zeker in deze tijd, geen kwaad om uit te spreken waarom journalisten hun werk in vrijheid moeten kunnen doen."

De rol van media is de laatste jaren alleen maar belangrijker geworden, ziet Deuze. "Beeldvorming speelt tegenwoordig een allesbepalende rol. Het is niet voor niets dat president Trump consequent de pers aanvalt, dat IS journalisten onthoofdt en dat er aanslagen worden gepleegd op mediaorganisaties."

Bruning ziet hoopgevende signalen: deze week nam de Eerste Kamer het wetsvoorstel aan dat de bronbescherming voor journalisten borgt en zowel bij minister van Justitie Ferdinand Grapperhaus als bij de top van het OM lijkt het besef ingedaald dat het afluisteren van journalisten not done is.

"Een goede basis, maar de praktijk moet uitwijzen wat journalisten daaraan hebben."

Wat de afluisterpraktijken van het OM vooral blootleggen is een beeld van roekeloosheid, waarin het besef ontbreekt dat het goed functioneren van de pers niet iets vrijblijvends is. En dat met de mond beleden steun aan journalisten niets voorstelt als diezelfde journalisten het werken zo bemoeilijkt wordt.

Verdienmodel
Want los van de intimidaties en geweld tegen journalisten zijn er al genoeg andere ontwikkelingen die een bedreiging vormen voor de pers. Het verdienmodel van traditionele media staat al jaren onder druk, er gaat geen maand voorbij of er wordt een reorganisatie bij een mediaorganisatie aangekondigd.

Internetgiganten als Google en Facebook slurpen advertentiebudgetten op en de bereidheid van consumenten om te betalen voor nieuws neemt af.

Tegelijkertijd tuigen bedrijven en overheidsorganisaties steeds grotere afdelingen communicatie op om de woordvoering in eigen hand te houden. Ter illustratie: bij het Openbaar Ministerie staat een vacature open voor een 'storyteller'.

'Achter de schermen van grote strafzaken van het Landelijk Parket en andere OM-onderdelen maak je aansprekende verhalen over de aanpak van de (georganiseerde) misdaad. Je hebt een vlotte pen en je maakt ook gemakkelijk een videoverhaal,' staat in de vacaturetekst.

'Fnuikend voor de journalistiek', noemt Bruning deze ontwikkeling. "Het Openbaar Ministerie, maar ook het ministerie van Defensie en heel veel grote bedrijven zetten onafhankelijke media buitenspel."

"De CEO's houden zich onbereikbaar voor interviews, maar communiceren wel via hun eigen kanalen met prefab video's. Daarmee suggereren ze transparantie, maar in werkelijkheid verspreiden ze desinformatie."

Het past journalisten niet om te zeuren om waardering of respect. En al helemaal niet om van de daken te schreeuwen hoe belangrijk ze wel niet zijn.

"Journalisten moeten in de eerste plaats hun werk goed doen en ervoor zorgen dat hun verhalen impact hebben," zegt Deuze. "Dat laatste wordt steeds lastiger en 'impact' is een diffuus begrip in een mediawerkelijkheid waarin meerdere werkelijkheden door elkaar heen lopen, maar het bepaalt wel je legitimiteit als medium."

Fatsoenlijke beloningen
Zowel Bruning en Deuze legt ook verantwoordelijkheid op het bord van nieuwsbedrijven in hun rol van werkgever. Goede arbeidsvoorwaarden en fatsoenlijke beloningen voor freelancers en fotojournalisten zijn minstens even belangrijk als wetgeving die de bronbescherming van journalisten regelt, benadrukken zij.

En dan is er nog de consument. "Het zou goed als er meer bewustzijn ontstaat dat nieuws niet gratis is," zegt Bruning. "Als je vindt dat journalistiek ertoe doet, moet je ook bereid zijn om daarvoor te betalen."

Roep om onderzoek

Het Openbaar Ministerie is recentelijk tot drie keer toe in de fout gegaan met het afluisteren van journalisten. Vorige maand bleek dat het OM de belgegevens van een journalist van het Brabants Dagblad had opgevraagd om te achterhalen wie had gelekt over de burgemeestersbenoeming in Den Bosch. Ook probeerde justitie de verslaggever af te luisteren in een horecagelegenheid.

Deze week kwam uit dat het OM het gesprek tussen een journalist en een bron rond de liquidatie van de broer van kroongetuige Nabil B. met richtmicrofoons had afgeluisterd zonder dat daar toestemming voor was gegeven.

Daar kwam nog een derde zaak bovenop: het OM in Rotterdam heeft twee keer de telefoongegevens van fotograaf en cameraman Joey Bremer van Media TV opgevraagd om te achterhalen welke politiemedewerker naar hem had gelekt. Ook hier ontbrak de toestemming de vereist is bij dit soort operaties.

Het Genootschap van Hoofdredacteuren en de Nederlandse Vereniging van Journalisten spreken van een 'serieuze schending van de journalistieke bronbescherming' en eisen een onderzoek naar de cultuur binnen de opsporingsdiensten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden