PlusAchtergrond

Pentekenaar Jakop Slegt was de M.C. Escher van Weesp

Jakop Slegt: De ontwikkel­machine. Beeld Jakop Slegt

Jakop Slegt maakte zijn leven lang pentekeningen. Museum Weesp wijdt nu een kleine, maar fijne tentoonstelling aan de surrealistische stadsgezichten en spookachtige visioenen van de zonderlinge eenzaat.

Hij wordt wel de Piranesi van Weesp genoemd, volgens de catalogus bij de tentoonstelling Jakop Slegt – Een eigen kijk op de wereld en op Weesp. Het is niet de enige keer dat Slegt in het boekje aan een grootheid wordt gespiegeld; behalve met Giovanni Battista Piranesi, de Italiaanse graficus bekend van zijn stadsgezichten van Rome, wordt Jakop Slegt (1934-1990) vergeleken met 17de-eeuwse kunstenaars als Rembrandt en Hercules Seghers, met M.C. Escher en de Duitse tekenaar en maker van houtsneden Albrecht Dürer.

De pentekeningen van Slegt zijn echter niet te zien in het Rijksmuseum of The Metropolitan Museum of Art, maar in het piepkleine gemeentemuseum in Weesp, waar hij het grootste deel van zijn leven woonde (in de wijk Leeuwenveld is een straat naar hem vernoemd).

Straattekenaar

Slegt, in 1934 geboren in Landsmeer, heeft een akelige jeugd: in 1943 worden zijn beide ouders lid van de NSB, zijn alcoholistische vader sluit zich daarna ook aan bij de WA. Na tal van omzwervingen – hij belandt onder meer in een kindertehuis – begint Slegt een avondstudie binnenhuisarchitectuur aan het Instituut voor Kunstnijverheidsonderwijs. Die studie betaalt hij door overdag in de conservenfabriek van Luycks en een meubelfabriek in Diemen te werken. Na gedane arbeid zit Slegt tot diep in de nacht te tekenen, met zijn jas aan in zijn kleine onverwarmde kamer in het huis van zijn ouders, die inmiddels naar Weesp zijn verhuisd.

Als hij op het Leidseplein een van zijn tekeningen verkoopt, neemt Slegt ontslag en gaat hij zijn geld verdienen als straattekenaar. Ook maakt hij tekeningen op bestelling; voor theater Carré tekent hij de artiesten en musici in de musical My Fair Lady.

Een vetpot is het niet, maar de obers in de Eersteklasrestauratie van het Centraal Station, waar hij vaak zit te tekenen, bewaren broodjes en koffie voor hem. Hij blijft ’s nachts ook geregeld op het station, en anders slaapt hij in parkjes, onder bruggen, bij de pont of bij mensen voor wie hij een tekening maakt.

Knap beheerste techniek

In 1964 kan hij gaan wonen in een onbewoonbaar verklaard pand in Weesp; zijn uit het hoofd gemaakte tekeningen – vooral surrealistische landschappen en spookachtige visioenen – stapelen zich op onder zijn bed. Als hij een van zijn tekeningen laat inlijsten, loopt hij Kees Dekker van Kunstzaal Dekker in Bussum tegen het lijf, die daarna een tentoonstelling met zijn werk organiseert.

Van het een komt het ander: de gemeente Hilversum geeft hem een opdracht, de Vrije Universiteit verzoekt Slegt de verhuizing van de bibliotheek van de Keizersgracht naar de nieuwbouw in Buitenveldert te vereeuwigen. Slegt wordt geroemd om zijn ‘precisie en uitermate knap beheerste techniek’ en wordt bestempeld als ‘visionair’. In 1971 zijn Slegts surrealistische pentekeningen te zien in het prentenkabinet van het Singer Museum in Laren en besteedt het programma Van gewest tot gewest aandacht aan zijn leven en werk.

Slegt verdient zoveel dat hij in 1972 een oude boerderij in Overijssel kan kopen. Een paar jaar later verhuist hij weer, naar Frankrijk. Pas in 1989 keert hij – berooid – terug naar Nederland, waar hij bij zijn moeder gaat wonen. In december 1990 overlijdt Slegt. Op de rouwkaart zet zijn moeder: ‘Jakop Slegt. Een begenadigd kunstenaar’.

Jakop Slegt – Een eigen kijk op de wereld en op Weesp: t/m 28/2 in Museum Weesp, Nieuwstraat 41

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden