PlusAlbumrecensie

Paul McCartney is nog niet te oud voor het experiment, bewijst zijn nieuwe album McCartney III

Paul McCartney lijkt op McCartney III in elk nummer een ander genre aan te doen. Beeld MJ Kim
Paul McCartney lijkt op McCartney III in elk nummer een ander genre aan te doen.Beeld MJ Kim

Paul McCartney greep de coronapandemie aan om thuis, in zijn eentje, McCartney III op te nemen. Van zijn stem is niet heel veel meer over, maar dat heeft wat en songschrijven gaat hem nog uitstekend af. En hij experimenteert er met hoorbaar plezier op los.

Tegenwoordig kan Paul McCartney nog maar weinig fout doen bij popcritici. Hij is bijna letterlijk boven de kritiek verheven. Dat is weleens anders geweest.

Toen hij in 1970 vlak voor het verschijnen van het laatste Beatlesalbum Let it be zijn soloalbum McCartney uitbracht, werd dat in de pers afgeslacht. Zo geavanceerd als Sgt. Pepper’s en Abbey Road hadden geklonken, zo eenvoudig klonk McCartneys in zijn Londense woning opgenomen eerste soloplaat. Onbegrijpelijk, vonden de recensenten, die hun oordeel waarschijnlijk nog net even wat harder aanzetten omdat ze McCartney als hoofdschuldige zagen van de onenigheden binnen The Beatles.

Vroege voorlopers

Tien jaar later, toen Paul McCartneys tweede groep Wings op zijn achterste benen liep, verscheen McCartney II. Ook weer zo’n door hem geheel alleen thuis (nu een boerderij in Schotland) opgenomen album. En ook dat vonden de recensenten een onbegrijpelijke plaat, vooral omdat hij vrijwel geheel elektronisch was.

In de loop der tijd is het oordeel over de twee soloalbums aanzienlijk bijgesteld. McCartney geldt als een vroege voorloper van het doe-het-zelfgenre lo-fi. En in McCartney II horen sommigen nu zelfs een ook al zo vroege voorbode van de digitale thuisvlijtpop zoals die tegenwoordig wordt gemaakt door bijvoorbeeld Billie Eilish.

En nu is er dus McCartney III, ook weer een echte soloplaat. Ook dit album nam hij in zijn eentje op in zijn thuisstudio, gevestigd in een oude molen op het platteland van Sussex. Bij McCartney en McCartney II waren er die perikelen met The Beatles en met Wings. Zulke toestanden waren er dit keer niet, maar McCartney III is wel een compleet andere plaat dan zijn twee jaar geleden verschenen album Egypt Station. Dat was een ambitieus werkstuk.

McCartney III klinkt niet vrijblijvend, maar wel heel ontspannen. En de sound is zo onopgesmukt dat je soms het gevoel hebt naar demo-opnames te luisteren.

McCartney III is een veel bontere plaat dan zijn twee voorgangers. De maker concentreert zich niet op één soort muziek, maar lijkt in elk nummer (er zijn er elf) een ander genre aan te doen. Zijn stem heeft, nu hij de tachtig nadert, de nodige averij opgelopen. Nog eens een uitgebreide wereldtournee zou hij er hoogstwaarschijnlijk niet meer mee aankunnen, maar op McCartney III komt hij er goed mee weg. Het heeft zelfs iets sympathieks, dat hese en rasperige stemgeluid. Zoals het ook uitermate sympathiek is dat McCartney zo laat in zijn carrière nog zo durft te experimenteren als hij hier doet. Je hoort de lol er aan af.

Het enige oudje

Hoewel dat experimenteren niet altijd briljante songs oplevert, staan er ook ijzersterke nummers op het album. Een hoogtepunt is Deep Deep Feeling, dat in de 8,5 minuut dat het duurt vele wegen in slaat. In de jaren zeventig waren dat soort lang uitgesponnen rocksongs heel gewoon, nu hoor je ze nog maar zelden. Lekker compact en to the point en juist heel eigentijds is dan weer Slidin’, dat doet vermoeden dat McCartney goed bekend is met het werk van Queens Of The Stone Age.

De plaat opent met het grotendeels instrumentale Long Tailed Winter Bird, waarin de akoestische gitaar het belangrijkste instrument is. Dan gaan de gedachten al snel uit naar de McCartneyklassieker Blackbird, maar het klinkt veel ruiger dan dat Beatlesnummer. Long Tailed Winter Bird, dat helemaal aan het einde van de plaat een vervolg krijgt in Winter Bird / When Winter Comes, is het enige ‘oude’ nummer: McCartney schreef het tijdens de opnames van zijn in 1997 verschenen en door George Martin geproduceerde album Flaming Pie.

Tegenover serieuze nummers als Deep Deep Feeling en Long Tailed Winter Bird staat de pretentieloze vrolijkheid van het glamrockende Lavatory Lil. Een tikje weemoedig klinkt het folky Pretty Boys, waarvan die jongens in de titel de Beatles moeten zijn. Beatlesfans zullen het interessant vinden dat – nerd alert – de door McCartney op het album bespeelde mellotron (een primitief soort synthesizer) dezelfde is als die de groep gebruikte in de Abbey Road Studio. En ook leuk om te weten: de akoestische bas die hij in sommige nummers gebruikt, behoorde ooit toe aan Bill Black, begeleider van Elvis Presley in diens beginjaren.

Pop

Paul McCartney
McCartney III
(Capitol)

null Beeld
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden