Plus

Paul Jansen (De Telegraaf): 'Ik ga niet voor de populariteitsprijs'

Na een lange carrière als correspondent in Indonesië en parlementair verslaggever in Den Haag werd Paul Jansen (48) hoofdredacteur van De Telegraaf. "Jongens, de vijand zit buiten."

Paul Jansen Beeld Ivo van der Bent

Hij buigt een heel klein beetje naar voren. "Nooit een dode in de ogen kijken," zegt Paul Jansen bezwerend. "Dat had ik afgesproken met mezelf. Dan heb je later nergens last van. Armen, benen en lijven blijven je niet bij. Gezichten wel."

Hij heeft het gezien in 2004: de gevolgen van de grote tsunami die de noordkust van Sumatra trof en alleen al in Atjeh meer dan 200.000 slachtoffers maakte. "Dan krijg je gekke dingen. Familie die gaat bellen, terwijl ik met mijn gezin in Jakarta woonde, een afstand van Amsterdam tot ­Madrid. Ik heb wel­eens gemeten van het ene puntje van Indonesië naar het andere: dat is van hier naar Teheran. Daar waren wij dus ooit het koloniaal gezag. Bizar."

Jansen was van 2002 tot 2006 correspondent in Indonesië voor dagblad De Telegraaf. Journalistiek zoals journalistiek moet zijn. Met de neus op de geschiedenis. Door zijn krant werd hij er in 1998 voor het eerst heen gestuurd, nadat er voedselrellen waren uitgebroken. Hoe gaat dat? 'Jansen, heb jij geen zin?' "Werd ik 's nachts in het vliegtuig zwetend wakker: naar een land waar je nog nooit bent geweest en de taal niet spreekt. En iedereen verwacht binnen 24 uur een verhaal."

Datzelfde jaar kwam hij er nog twee keer terug. Bij de presidentsverkiezingen in maart en de val van Soeharto in mei. "Op een gegeven moment kregen we de tip dat het door studenten bezette parlement zou worden ontruimd. Wij erheen, maar toen we in de chaos weer weg wilden, liepen we zo in de armen van een groepje opgefokte militairen. Een hoop gedoe en geschreeuw. Achter ons hoorden we hoe ze hun geweren aan het doorladen waren. Ik dacht: dat was het dan. Ik ben nog nooit zo bang geweest."

Hoort dat bij journalistiek in het buitenland?
"Helaas wel."

En dan toch terug willen?
"Op plekken waar het broeit kun je de mooiste journalistiek bedrijven. Het gevoel als je er als eerste bij staat en aan je lezer uit kunt leggen wat er gebeurt in een ver land. Dat is geweldig. In Den Haag had ik hetzelfde als er een kabinetscrisis in de lucht hing."

Hoe graag wilde u naar Indonesië?
"Ik moest ontslag nemen. De krant had de correspondent wegbezuinigd. Er was alleen nog plek voor een vaste freelancer. Binnen 24 uur moest ik beslissen. Mijn vrouw is van geboorte Filipijns en is op haar tiende naar Nederland gekomen. Ze zei meteen ja. Twee weken later ontdekten we dat ze al vier maanden zwanger was. Waarschijnlijk hadden we het niet aangedurfd als we dat hadden geweten."

Hoe was het leven als rijke blanke man?
"Ik zeg altijd: je leeft als een koning, maar ook een koning heeft zorgen. Iedereen die je daar tegenkwam dacht: hé, een witte, this is my lucky day. Terwijl ik dacht: ik heb helemaal niet de diepe zakken van al die bazen van grote multinationals hier."

Iemand vertelde mij dat u in Indonesië heeft geleerd bevelen uit te delen, omdat u daar bedienden had. Een harde lach.
"Wat een onzin. Het zou wel heel triest zijn als je het daarvan moet hebben. We hadden drie bewakers; ik was vaak weg en wilde dat mijn gezin veilig was. We hadden een nanny en een huisjongen. Het klinkt raar, maar in dat soort landen zit die er gewoon bij als je een huis huurt. Maar ik hield me daar helemaal niet mee bezig, dat deed mijn vrouw."

Stroomt er Telegraafbloed door uw ­aderen?
"Zeker. Dat gaat automatisch."

Kunt u mij uitleggen wat dat betekent?
"Dat je weet wat er leeft onder de hardwerkende Nederlander. Dat je onomwonden zegt waarop het staat als je ziet dat de kleren van de keizer niet zo veel voorstellen. Dat je brutaal, onafhankelijk en spraakmakend bent. Mijn voorganger Sjuul Paradijs zei ­altijd: wij zijn de echte volkskrant."

U vraagt, wij draaien.
"Wat is daar vies aan? Wij schrijven niet voor onszelf of voor andere journalisten. Wij schrijven voor de lezers."

Toen u de opleiding journalistiek in Rotterdam deed, wilde u naar die andere Volkskrant, maar kreeg u ruzie en moest u voor straf stage lopen bij De Telegraaf.
"Als er straf wordt uitgedeeld, wil dat nog niet zeggen dat je dat als zodanig ervaart."

Volgens een medestudent riep u in het café: ze maken mijn carrière kapot!
"Dat zal best, maar het zegt mij niks. Het was een simpele rekensom: ik wilde werken bij een buitenlandredactie. De Volkskrant had dagelijks vier tot zes pagina's buitenland en De Telegraaf één tot twee."

De Telegraaf en de Volkskrant zijn tegenpolen.
"Laten we niet vergeten dat Philippe ­Remarque, de hoofdredacteur van de Volkskrant, de voormalige correspondent van De Telegraaf in Moskou was. Na mijn stage kreeg ik alsnog een aanbieding van de Volkskrant, maar heb ik voor De Telegraaf gekozen. Toen ging Remarque naar de Volkskrant. De tijden zijn veranderd."

'Ik ben allergisch voor hypocrisie' Beeld Ivo van der Bent

Hoe allergisch bent u voor links?
"Dat ben ik niet. Ik ben allergisch voor hypocrisie en dat kom ik bij links gewoon meer tegen dan bij rechts. Links heeft het er altijd over hoe anderen het moeten doen, maar als diezelfde normen en waarden op henzelf betrekking hebben, gelden ze opeens niet meer."

Het moet voor u een hel zijn geweest om begin jaren negentig politicologie te studeren in Amsterdam.
"Het heeft me in elk geval gevormd. Die faculteit was ongelooflijk. Als je lid was van de communistische partij was je al gematigd. Maar ik studeerde tegelijkertijd rechten. Zat ik in de ochtend tussen de baarden en was het 's middags jasje-dasje."

"Ik merkte dat ik dat veel prettiger vond. De gezagsverhoudingen waren duidelijk en er werd met wederzijds respect tegen elkaar gesproken. Hoog­leraren en studenten zeiden ook gewoon u tegen elkaar. Bij een rechtse bal weet je tenminste waar je aan toe bent. Heel fijn."

Zullen we naar Den Haag?
"Ja leuk."

In 2010 riepen uw collega's u uit tot de invloedrijkste en best ingevoerde journalist van het Binnenhof.
"Dat is dus alweer verjaard."

Maar u heeft vast een idee wat u tot een succes maakte.
"Goed luisteren en veel lezen. Een politicus vertelt je pas hoe het echt zit als hij of zij het gevoel heeft dat je te vertrouwen bent en begrijpt waarover het gaat. Een mening hebben is niet zo moeilijk, maar voor een gefundeerde mening moet je eerst weten wat er speelt. Het valt mij altijd op als mensen hun huiswerk niet hebben gedaan."

Zie je dat veel in Den Haag?
"Ja."

Zo te zien irriteert u dat mateloos.
"Ik zal niet zeggen dat ik het altijd goed had, maar het is een vorm van luiheid waar ik slecht tegen kan. Ik heb het nu zelf mee­gemaakt, toen ik hoofdredacteur werd: iemand schreef op dat ik maar heel even chef in Den Haag ben geweest, omdat het werk me niet lag. Dat zie je vervolgens in allerlei verhalen terug. Niemand die checkt. Ik ben zeven jaar chef geweest! Als je dat al niet goed hebt, waarom moet ik dan de rest geloven van wat je opschrijft? Ik heb altijd veel moeite gedaan om te achterhalen hoe de dingen zitten. Het kwam me niet aanwaaien."

Dat u werkte voor de grootste krant van Nederland en de nummers van het halve kabinet in uw binnenzak had, zal ook hebben geholpen.
"Zeker, maar als je die nummers hebt, moeten ze nog wel willen opnemen."

Ik begreep dat zondagmiddag uw favoriete tijdstip was om ministers te bellen, omdat ze dan ontspannen aan de borrel zitten.
"Rutte zou zeggen: I couldn't possibly comment. Het was praktisch. In het weekend had ik tijd om aan mijn column te werken."

Hoe lekker was het om te weten dat de Haagse goegemeente op dinsdagochtend met zwetende handjes de krant opensloeg om die te lezen?
"Als het goed is deden ze dat niet alleen vanwege die column. Maar het was machtig interessant. Ik mis het wel, maar ik heb het nooit ervaren als..."

U was een belangrijke speler in Den Haag!
"Alle journalisten zijn er onderdeel van het spel. Iedereen wordt gebruikt. Dat is wat mij in tien jaar Den Haag tegen is gaan staan. Als journalisten laten wij ons met een kluitje in het riet sturen door al die woordvoerders. Bang voor de concurrentie neemt niemand meer de tijd om dingen goed uit te zoeken. En wat krijg je dan? Het verhaal zoals je dat op een presenteerblaadje wordt aangereikt door mensen die daar belang bij hebben. Dan mag Jantje ermee op de voorpagina en is hij die dag weer het gebraden haantje."

De Telegraaf is ook niet bepaald een ­geduldig medium.
"Wij doen er ook aan mee."

De Telegraaf loopt voorop!
"Wij hebben gezegd: we willen alleen nog plannetjes horen van Kamerleden als ze daar een Kamermeerderheid voor hebben. Maar wat krijg je? Dan zeggen diezelfde Kamer­leden tegen ons: dan gaan we met ons proefballonnetje naar het Algemeen Dagblad. Als we echt nieuws hebben komen we wel weer bij jullie terug. Dat is toch van de gekke!"

Jeugdfoto Beeld -

Bent u republikein?
"Absoluut niet!"

Gelukkig maar.
"Wij zijn een koningsgezinde krant, dat is geen geheim. Maar dat wil niet zeggen dat we onkritisch zijn. Het sentiment in de politiek over de Oranjes is ook veranderd. Tijdens de formatie van 2010 botsten de VVD en het CDA keihard met de toenmalige koningin Beatrix. In de formatie van 2012 werd het staatshoofd daarop buitenspel gezet. Wist u trouwens dat onder Rutte 1 zelfs een deurwaarder naar ­paleis Huis ten Bosch is gestuurd toen de Oranjes weigerden spullen terug te geven uit de nalatenschap van Juliana, die staatseigendom bleken te zijn?"

In 2012 doopte u VVD-premier Mark Rutte om tot Marx Rutte, met een plaatje van de baardige communist Karl Marx ernaast. Hoe hou je dan de relatie goed?
"Die hou je niet goed. Ik heb met Rutte ook wel knallende ruzie gehad."

Waarover?
"Dat is niet zo relevant."

Dat vind ik eigenlijk best relevant.
"Hahaha. Ja, dat snap ik."

Volgens uw opvolger in Den Haag, Wouter de Winther, voelde u zich destijds persoonlijk geraakt door Rutte. Na een lange stilte:
"Niemand moet denken dat hij het platform van De Telegraaf kan misbruiken om de lezers een loer te draaien."

U doelt op zijn verbroken belofte de kiezers duizend euro belastinggeld terug te geven?
"Ja, dat accepteer ik gewoon niet en dan kan het me niets schelen dat het de premier is. Hij maakte bij ons van die duizend euro een heel punt, maar later ontdekten wij dat intern al bekend was bij de VVD dat het een onhaalbare belofte was. Het was je reinste volksverlakkerij, en daarvoor heeft hij ons als podium misbruikt."

Als u op zo'n moment boos wordt, loopt u de volgende keer wel dat lekkere hapje voor de voorpagina mis.
"We hebben het uitgepraat, de relatie is weer goed. Maar soms moet je de arrogantie hebben om te zeggen: ga met dat lekkere hapje maar ergens anders heen. De Haagse journalistiek is dubbel: op het ene moment zijn wij het schoothondje dat brokjes uit de hand eet en op het andere moment bijten wij als een vals kreng een politicus de hand af als hij of zij in de fout gaat. Dan kan het opeens wel. Dat is niet heel sterk hoor."

Wat maakt u een goede hoofdredacteur?
"Dat moet nog blijken."

U heeft toch gesolliciteerd?
"Ik ben niet bang om in beweging te komen. Wij kunnen niet langer als een ­konijntje in de koplampen blijven staren, ­wetende dat er iets verschrikkelijks aan komt."

Ik kan mij een persbericht uit 2014 herinneren: De Telegraaf nu geheel in kleur!
"Ik heb weleens gezegd: hoeveel mensen kijken thuis nog zwart-wit? Bij mijn aantreden ontdekte ik een stapel onderzoeken van onze abonnementsafdeling onder de lezers. Veel mensen hadden het idee dat ze veel van wat ze lazen al wisten. De Telegraaf, die werd nog gemaakt als vroeger: een half uurtje lezen om weer op de hoogte te zijn."

Het nieuws in chocoladeletters.
"Die liggen nog steeds in de kast, alleen pak ik ze er niet meer elke dag uit. Als je elke dag heel hard iets schreeuwt, horen ze je op een gegeven moment niet meer. Het gaat erom dat de lezers niet meer zitten te wachten op nieuws, nieuws, nieuws. En wat je ook hoorde, was dat mensen ons negatief vonden. Altijd dat bozige. Je wilt niet elke ochtend een brok chagrijn op de deurmat. We hebben de vorm en de toon veranderd. En vooral de inhoud: meer reportages, meer achtergrond en duiding. Op onze manier: vanuit het perspectief van de gewone man."

Helpt het?
"Laat ik het Haags zeggen: wij hebben inmiddels een aantal rapporten liggen waaruit blijkt dat niet alleen de lezers onze aanpassingen waarderen, maar ook potentiële ­lezers, die nu nog het AD of een regionale krant lezen. Maar heeft u een campagne ­gezien, waarin wij van de daken schreeuwen dat de krant zo veel anders en beter is geworden? Ik niet. Dat is mijn grote frustratie. We verliezen veel tijd."

De oplage daalt nog steeds.
"Ik heb eerder gezegd: het is niet realistisch te verwachten dat je als massakrant nog kunt stabiliseren. In het beste geval kun je de daling proberen te remmen, maar ik ben ervan overtuigd dat wij kunnen overleven. Wij bereiken zeven miljoen mensen. Er is niemand die dat evenaart, maar we doen er veel te weinig mee. De boven mij geplaatsten van TMG vinden de oplage niet interessant, alleen de omzet. Dat vind ik zorgwekkend."

'Er is een vraag gesteld over mijn managementvaardigheden. Daar hadden ze een punt.' Beeld Ivo van der Bent

U zou in aanloop naar de dramatische val van uw voorganger Paradijs deel hebben uitgemaakt van 'de bende van vijf'.
"Ik heb de afgelopen maanden heel wat termen langs horen komen, maar deze kende ik nog niet. Laat ik er dit van zeggen: ik heb geen bende nodig om mijn mening te uiten. Ik hoef me niet in een groep te verschuilen."

Mensen zeggen: Paul Jansen is een kille saneerder.
"Ik ga niet voor de populariteitsprijs. Als je vindt dat het niet goed gaat, moet je het lef hebben om je vinger op te steken. Dat heb ik gedaan. Op dat moment weet je dat er een zware bezuinigingsopdracht ligt. Toen ik in de jaren negentig bij de krant kwam hadden we een miljard gulden in kas en geen schulden. Echt ongelooflijk. Die tijden komen nooit meer terug. Dat weet de redactie ook."

U heeft de redactieraad bij uw aantreden als hoofdredacteur moeten beloven iets te doen aan uw opvliegendheid.
"Dat is overdreven. Er is een vraag gesteld over mijn managementvaardigheden. Daar hadden ze een punt."

In Den Haag stond u niet bekend als zachtzinnige chef.
"Zachte heelmeesters maken stinkende wonden, zeker bij een krant. Net als in mijn berichtgeving is het streven: hard, maar fair. Maar ik zal de laatste zijn om te ontkennen dat ik kan worden bijgespijkerd. Niemand is perfect en ik al helemaal niet."

Ik gooi hem er nog maar even in: onder uw leiding verschijnt elke dag een klein geel berichtje op de voorpagina met een opvallend nieuwtje.
"De honey story. In Amerika heet dat zo, omdat daar kennelijk aan de ontbijttafel wordt gezegd: honey, have you read this?"

Hier wordt het de pisvlek genoemd.
"Door één persoon, ja. Die niet langer bij De Telegraaf werkt. Ik hoor dat nooit op de redactie, maar misschien ligt dat aan mij."

Stoort het u?
"Nee. Nou. Ja. Het is nestbevuiling. In die zin stoort het me, maar mensen mogen ervan vinden wat ze willen."

De Telegraaf was ooit beroemd omdat die altijd de vuile was wist binnen te houden.
"Dat was al wat langer geleden."

Maar de afgelopen maanden lag werkelijk alles op straat.
"Dat weet u helemaal niet."

Het was erg genoeg.
"Het is wel iets wat mij zorgen baart bij TMG. Gelukkig is op de redactie nu de rust en de vechtlust weer terug, maar in het bedrijf hebben we veel te lang onze energie verspild aan interne oorlogjes. Jongens: de vijand zit buiten."

Hoe gaan we u herinneren?
"Weet ik veel. Ik ben nog geen jaar bezig. Probeer me eerst maar eens te onthouden."

CV

Paul Jansen
19 augustus 1967,
Zutphen

1987-1993
Politicologie en internationaal recht, Universiteit van Amsterdam

1995
Postdoctorale opleiding journalistiek, Erasmus Universiteit Rotterdam

1996-1998
Redacteur ­buitenland, De Telegraaf

1998-2002
Verslaggever De Financiële ­Telegraaf

2002-2006
Correspondent Indonesië

2006-2013
Chef parlementaire redactie, De Telegraaf

2008-2015
Politiek commentator, De ­Telegraaf

2015-heden
Algemeen hoofdredacteur De Telegraaf

Jansen is ­getrouwd, woont in Leiden en heeft vier ­kinderen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden