Plus

Paul de Munnik: 'Ik ben terug bij af, maar een heel stuk verder'

Een jaar na de afscheidstournee van Acda en De Munnik treedt Paul de Munnik (45) voor het eerst alleen op met zijn soloalbum Nieuw. 'Ik ben terug bij af maar een heel eind verder, in mijn werk en gevoelsmatig.'

Beeld Daniël Cohen

Het gesprek met Paul de Munnik vindt plaats in Orff, het café onder de theaterschool in de Jodenbreestraat. Eind jaren tachtig begon hij op deze school, die toen nog Akademie voor Kleinkunst heette en, los van de toneelschool, gevestigd was op de Keizersgracht. Nu geeft hij er al zestien jaar les. Zijn vak is liedperformance: hoe breng je een lied? Wat neem je inhoudelijk mee om het van jou te maken?

De Munnik moet dit jaar zelf ook opletten tijdens de lessen want hij staat voor een nieuwe fase in zijn leven als artiest. Precies een jaar plus elf dagen geleden gaven Thomas Acda en hij in Carré hun laatste concert als Acda en De Munnik, na een samenwerking van ruim twintig jaar, met gouden platen en een nummer 1-hit.

De Munnik wilde graag alleen verder, en tegelijk terug naar het begin met een eigen album en theaterprogramma. Niets meer dan een gitaar, een piano, een microfoon en zijn stem. Niet uitsluitend in de grote concert-zalen, maar ook in kleintjes ver weg van Amsterdam en in platenzaken, gewoon voor wie komt opdagen. Vijftig man. Dertig. Tien, ook goed.

Zijn voornemen om binnen een jaar na de afscheidstournee te debuteren als solo singer/songwriter is gelukt. Op 7 maart presenteerde hij in een uitverkochte Kleine Komedie zijn album Nieuw (dat daar geen misverstand over kan bestaan). De komende weken trekt hij door het land om try-outs te doen in kleine zalen.

Doodeng vindt hij het om voor zo weinig mensen te spelen, zegt hij. "Ik ben alleen aangewezen op wat ik te vertellen en te zingen heb. Is dat niet goed genoeg, val je meteen door de mand. In een grote zaal met een voorstelling die zich bewezen heeft, is dat toch anders. Mooi licht, een band, de grandeur van de theaterzaal; als je dan opkomt, sta je eigenlijk al twee-nul voor. Maar gisteren stond ik in het dorpstheater van Roden, in Drenthe. Een heel leuk theater, maar zo klein; het publiek zat bovenop me."

Wat vind je daar zo eng aan?
"De intimiteit. Er is geen ontsnappen aan de ogen die volgen wat er gebeurt. En het valscherm van een grote productie ontbreekt. Alles is meteen waarneembaar. Elke aanslag op de gitaar of de piano is hoorbaar, net als elk woord waar ik niet uitkom en elk grapje dat verkeerd valt. De sfeer is in een klein zaaltje in het land ook afwachtender. Je ziet de mensen denken: nou, ik ben benieuwd wat ie gaat doen. Dat is echt eng. Maar je leert er veel van, zeker als je net begint."

Jij zit in een rare positie natuurlijk, als niet zomaar een beginneling, maar als ­beroemde artiest die net begint.
"Ja, ik ben aan het werk met een nieuw geluid, nieuw materiaal. Mensen komen eropaf, gelukkig, maar zelf heb ik het gevoel dat ik nog zoekende ben naar mijn nieuwe vorm. Door deze maanden te spelen in al die kleine zaaltjes, hoop ik het te vinden."

Denk je nog vaak terug aan de laatste Acda en De Munnik-concerten in Carré?
"Zeker. Het was een groots afscheid van een bijzonder, enorm succesvol tijdperk. Ik was gespannen voor die optredens, maar ze waren niet eng in de zin van 'nu word ik ontmaskerd'. Wat we daar deden, konden we heel goed; dat wist ik. Het was een groot, warm bad waar we instapten. We werden nog geridderd en we kregen een Andreaspenning. Te gek allemaal."

Moest je huilen toen je de liedjes voor het laatst speelde?
"Nee. We hadden een laatste tour van meer dan zeventig concerten. Dat gaf ons alle tijd om rustig afscheid te nemen. Pas tegen het einde van de tour dacht ik: jeetje, dat nummer gaan we misschien nooit meer samen doen. En zo'n laatste avond, ja, dan probeer je gewoon zo goed mogelijk te spelen. Zonder hysterisch gedoe, terwijl het ­natuurlijk wel heel emotioneel was."

Beeld Daniël Cohen

Thomas Acda zei in een interview in Vrij Nederland dat het jouw idee was te stoppen en dat hij nog wel door had willen gaan. Het kwam vrij plotseling, leek het.
"Het ging vooral een beetje gek. Thomas kwam terug van vakantie. Ik sms'te: laten we een biertje drinken. Dat ik dat deed, was helemaal niet opvallend. We sms'ten in die tijd vijf keer per dag en het was voor ons een normale vraag. Ik had toen wel in mijn hoofd dat we het over ons einde moesten hebben.

Thomas is een wonderlijke jongen. Hij voelde het kennelijk aan en belde meteen op om te vragen wat er aan de hand was. Daarna hebben we het snel besloten. Pleister eraf en door. Er was geen weg terug meer. Een muzikale samenwerking tussen twee mensen kent geen zijwegen. Als een van de twee zegt dat hij niet verder wil, is de creativiteit daar weg."

Was er een concrete aanleiding?
"Nee. Ik had al een tijdje een groeiende behoefte om het kleine weer op te zoeken, iets op te bouwen vanaf het begin. Kijk, na onze doorbraak in 1997, 1998 was er meteen reuring als Acda en De Munnik binnenkwamen. Veel mensen om ons heen, volle zalen. Voor het publiek was het al snel goed wat we deden. En dat was het niet altijd. We moesten vaak hard werken om onze eigen standaard omhoog te krijgen. En dan hadden we ook nog weleens de neiging - ik nog het meeste - om te denken: het is wel goed zo. Ze vinden het toch leuk?

Paul de Munnik tijdens zijn laatste concert met Acda en de Munnik, in Carré. Beeld anp

Terwijl je natuurlijk moet blijven streven naar beter. Het begon mij te dagen na onze cabaretvoorstelling 't Heerst, in 2012. We hadden echt iets moois gemaakt, iets waar we al lang naar zochten. Idioom, humor, muzikaliteit, het theatrale; alles klopte. Tijdens die tour dacht ik: dit gaan we in deze constellatie niet nog een keer voor elkaar krijgen. Laten we dit in godsnaam bewaren en op eigen kracht een nieuwe weg inslaan. Met die gedachte was het hek eigenlijk van de dam."

Als je jullie afscheid googelt, lees je nauwelijks iets van wat jij nu vertelt, alleen roddels over jouw privéomstandigheden als reden. Heb je nooit de behoefte gehad om uit te leggen hoe het wél zit?
"Ik praat nooit over privéomstandigheden. Ook niet als er dingen worden bijgehaald die gewoon niet waar zijn. Het einde van Acda en De Munnik was een artistieke keuze. Toen we het nieuwtje naar buiten brachten, zei Thomas een keer dat ik niet meer wilde optreden. Ik heb het direct rechtgezet door te zeggen dat ik juist wel wilde optreden, maar op een nieuwe manier. Helaas was de opmerking toen al op weg naar een eigen leven, via Nu.nl en zo. Het is heel vervelend, maar ik heb me er inmiddels bij neergelegd dat dit gepaard gaat met bekendheid."

Je muziek, dat ben jij. Je ontkomt er niet helemaal aan over jezelf te praten als je iets kwijt wilt over je muziek. Toch?
"Mijn liedjes en, straks, mijn theaterprogramma zijn natuurlijk persoonlijk, maar niet per se privé. Autobiografisch zonder waar te zijn. Het zijn gedachten van mij, gevat in teksten, die op deze plaat misschien wel te veel de ik-vorm hebben, denk ik soms. Daardoor lijkt het nog meer of het gewroet is in mijn privéleven. Het eerste wat producer Wouter Planteijdt zei na het luisteren van de liedjes was: ze beginnen wel vaak met ik. Hij heeft gelijk. Het is zelfs letterlijk een zin in een liedje: Ik begon elke zin met ik."

Dat geeft toch niet? Je bent nu ook voor het eerst sinds lange tijd een artistieke ik.
"Ja, nee, ik ben er ook blij mee, maar het is wel opvallend. Het is iets om aan te blijven werken. Ik ben groot fan van Maarten van Roozendaal en Bram Vermeulen. Vooral Maarten kon geweldig situaties schetsen van mensen door wie je als luisteraar ontroerd raakte en aan wie je je eigen twijfels en verdriet spiegelde, zonder dat je dacht: het is Maarten, die man met dat ingewikkelde leven.

Zijn beste nummer vind ik Judith. Dat gaat over een alleenstaande vrouw op een camping, aanschouwd door de ogen van een man die met zijn vrouw op de camping is. Dat had niets met Maarten te maken - hij kwam nooit op een camping - maar het was zo'n goed, toereikend verhaal over de keuzes wij maken of nalaten in de liefde. Zo een scène neerzetten, daar wil ik ook naartoe."

Personages tot leven brengen in je liedjes en je verhalen?
"Ja. Dat zou ik leuk vinden. Zoals Brel het ook deed. Overigens deed hij dat wel vaak in de ik-vorm, maar dan wel vanuit het personage, hij transformeerde echt op het podium. Mijn valkuil is nog dat mijn programma en mijn plaat heel privé lijken. En ik wil niet dat mensen kijken, luisteren en dan denken: o, wat mooi of wat zielig voor Paul."

Voelde je in je eentje meer vrijheid bij het maken van je liedjes?
"Heel erg. Voorheen gaven we ons er toch rekenschap van dat onze liedjes en teksten in de Acda en de Munnik-vorm kwamen. Nu maak ik gewoon wat ik wil maken, en ik zie wel wat de vorm wordt. Dat is echt heel fijn.

Ik merk het ook bij de try-outs. Gisteren vertelde ik in Roden ineens een verhaal dat in me opkwam. Dat kan nu, want alleen ik bepaal waar het uitkomt. Blijkbaar was ik daar aan toe. Dat hoor ik mezelf veel zeggen."

Thomas Acda en Paul de Munnik na het ontvangen van de Radio 2 Mijlpaal in 2013. Beeld anp

Je hoort ook vrijheid als je zingt. Je gebruikt je stem op verschillende manieren.
"Dat is ook logisch. De plaat heeft veel stijlen, terwijl steeds duidelijk is dat ik het ben; mijn muzikale achtergronden, wat ik nu mooi vind, waar ik mee ben opgegroeid. Dat was bij Acda en De Munnik natuurlijk ook zo, maar we goten wel alles wat we in ons hadden in ons gezamenlijke geluid. Dan verlies je op zijn minst de helft van de ingrediënten die je ook nog in je hebt. Dat was niet erg want samen werd het mooier. Maar nu kan ik mijn volle stem gebruiken, zowel op het podium als op het album. Daar ben ik blij mee. Lekker zingen, heerlijk."

Hoe schrijf jij liedjes?
"Ik heb thuis een studio. Daar sluit ik mezelf in op. Dat moet ik doen, anders laat ik me afleiden. Ik kan me vrij slecht concentreren. Ik vind werken niet zo erg leuk. Voor mij is het niet per se een levensinvulling. Nee, echt niet. Ik kan wel heel hard werken, maar ik hou er niet zo van. Als ik 's ochtends wakker word en ik hoef niets, ben ik best wel gelukkig. Dat moet ongetwijfeld niet te lang duren."

Wat doe jij als je niets doet?
"Koffiedrinken. Een serie kijken. Een boek lezen. Wandelen. Boodschappen doen. Koken. Ik vermaak me wel, hoor."

Vertoon jij uitstelgedrag?
"Enorm. Ah, de post is er. Even kijken. Nou, kan ik ook wel even een broodje eten, en een kopje koffie zetten. Zo. Daarom sluit ik mezelf ook bijna letterlijk in om te schrijven. Een huisje op de hei werkt goed. Ik was daar nooit zo van. Zo'n huisje, ik vond het onzin. Voor deze plaat heb ik het toch eens gedaan. Het had effect, moet ik zeggen. Je zit daar en je kunt niets anders dan werken."

En is het dan zoals Isabel Allende zegt over inspiratie: 'Show up, show up, show up and after a while the muse will show up too.'
"Ja, gewoon zitten en doen. Ik kan ook op het strand gaan lopen, maar dan verwacht ik niet dat ik bij thuiskomst een lied heb. Een zin, dat kan wel. Een ingang voor een couplet bedenken tijdens een boswandeling lukt ook. Daarna is het inderdaad show up, show up, schrijven, schrijven. Gevolgd door schrappen, schrappen, want ik schrijf altijd veel te veel."

Wat verwacht je van het succes van Nieuw? Je bent natuurlijk gewend aan emmers waardering een aandacht.
"Ik was beducht op een afwachtende houding, dat mensen misschien zouden zeggen: zonder Acda hoeven we jou niet. Zo is het niet. Het gaat goed. Kennelijk wordt het me gegund. Maar goed, kleine zalen zitten snel vol. Na de zomer ga ik de grote zalen doen. Dat wordt de lakmoesproef."

Streef je naar het scoren van een hit?
"Nee. Nou, weet je wat gek is? Met Acda en De Munnik waren we daar helemaal mee gestopt omdat we het niet prettig vonden te werken vanuit de gedachte dat we ons succes steeds moesten herhalen. We maakten gewoon wat we mooi vonden en dan zagen we wel. Maar nu heb ik het natuurlijk nodig dat mijn liedjes gedraaid worden, dat mensen zin krijgen om de plaat te luisteren. Ik ben er daarom wel iets meer mee bezig, ja. Ik overleg met anderen over de beste single, ik stuur demo's op naar radiostations.

En ik ga ook weer de foyer in na een voorstelling. Met Acda en De Munnik deden we dat allang niet meer. De platen werden toch wel verkocht, daarvoor hoefden we het publiek na een voorstelling niet nóg eens anderhalf uur te vermaken bij de bar. Nu verkoop ik weer cd'tjes na afloop. Kletsen. Handtekeningen zetten. Eigenlijk heel leuk. Gisteren in Roden veertig cd's verkocht; dat is hartstikke veel in deze tijd van streaming. Terwijl, ja, veertig, dat is een aantal waar wij vroeger ons bed niet voor uit kwamen."

Hij is even stil. "Ja, het is echt een lekker gevoel om op mezelf te varen. Het album is klaar, nu het theaterprogramma nog. Ik ben er nog niet helemaal uit waar ik heen wil."

Beeld Daniël Cohen

Put je daarvoor uit de stand van je huidige leven: hoe oud je bent, je familiaire omstandigheden, ben je gelukkig, op je plek, tevreden?
"Ja, daar gaat het heel erg over. Op mijn album staat een vertaald liedje van Charles Aznavour. Gister Nog is de titel. Het gaat over een man die terugdenkt aan toen hij twintig was en aan alles wat hij sindsdien verloor. Tijdens het vertalen bedacht ik me dat ik mijn leven vanaf mijn twintigste tot mijn vijfenveertigste, nu dus, ineens overzie als een heel behapbare periode.

Op mijn 23ste studeerde ik af. Thomas en ik hadden een ontzettende grote bek. We liepen de kroeg in en vonden van alles wat: die cabaretier is niks, die wel. Maar wij zijn de beste, let maar op, we komen eraan. Dat gebeurde, we kwamen eraan en een tijdje waren we onoverwinnelijk. Nu ben ik hier, terug bij af maar een heel eind verder, in mijn werk en gevoelsmatig."

En hoe voelt dat?
"Goed, maar het onoverwinnelijke gevoel is er niet meer. Dat hoort bij mijn leeftijd. Mijn theaterprogramma zal ook gaan over mijn vader. Hij is elf jaar geleden al overleden, dus het is niet zo dat ik nu iets aan het verwerken ben. Het gaat meer om het besef waar ik vandaan kom en om het opschuiven van de generaties. Langzamerhand word ik zelf de oudere generatie.


Zonder dramatisch te doen, is het wel een thema. Mijn blik is veranderd. Toen Thomas en ik begonnen heb ik ongetwijfeld eens geroepen dat ze mensen die liederen voor hun kinderen schreven moesten afschieten. Mezelf kennende. Nou, ik kreeg een kind en ik schreef er een liedje voor. En waarschijnlijk heb ik over tien jaar weer een gesprek als dit en denk ik: o ja, nu ben ik ineens hier beland. Wat is weg, wat is er nog? Je raakt toch veel dingen in het leven kwijt, vaak omdat je niet zo goed oplette. Achteraf zie je dat zo duidelijk."

"Misschien denk ik over tien jaar wel dat ik niet alles uit Acda en De Munnik heb gehaald, dat ik er niet genoeg van genoten heb."

Weer een stilte. "Nee, dat is niet waar, ik heb er enorm van genoten. Thomas en ik zeiden altijd dat we door zouden gaan tot we heel oud zijn en dan terug naar het prille begin: Toomler, een piano, een gitaar, twee stemmen. Liedjes spelen voor een handjevol. Ook een mooie gedachte. Alleen, ik kan mezelf nu geen geweld aandoen om later nog samen te kunnen spelen. Daar ben ik dan weer te jong voor."

Maar je loopt niet meer de kroeg in om ­jezelf luidkeels op het schild te hijsen.
"Nee, alsjeblieft zeg, dat zou verschrikkelijk sneu zijn. Ik vind het ook niet zo erg om het rustig op te bouwen. Maar begrijp me niet verkeerd, ik wil die grote zalen vol krijgen met een goed theaterprogramma. Misschien ga ik nog wel een paar dagen naar zo'n huisje op de hei. Me even terugtrekken om te bedenken wat ik nou eigenlijk wil vertellen."



Een jonge Paul de Munnik. Beeld Daniël Cohen

CV

Paul de Munnik
30 september 1970, Dronten

1989-1993 Akademie voor kleinkunst, ­Amsterdam.
1995 Zwerf'On: eerste theatershow AeDM
1998 Acda en De Munnik deel II, nummer 1 hit met Niet Of Nooit Geweest
1999-2000 Acda en De Munnik deel III
2001-2005 Albums Groeten Uit Het Maaiveld, Liedjes van Lenny
2009 Album Jouw Leven Lang Bij Mij, show Ode
2010-2011 De Munnik op tour Heimwee Naar De Hemel met Maarten van Roozendaal
2012 't Heerst
2014-2015 Afscheidstournee
2016 Eerste soloalbum en show Nieuw

De Munnik is getrouwd en woont met zijn gezin in de Zaanstreek.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden