Plus

Parijse prentenexpositie in Van Gogh Museum

In 1890-1905 werd Parijs overspoeld door prenten. Op straat schreeuwden affiches om aandacht, binnenshuis werden zeldzame drukken gekoesterd. Ze komen nu samen in het Van Gogh Museum.

Félix Vallotton: Luiheid (La paresse), 1896. Houtsnede in zwart op velijnpapier Beeld Van Gogh Museum

Een affiche van Eugène Grasset in de eerste zaal vat het onderwerp van de tentoonstelling Prints in Paris 1900 aardig samen. Een vrouw in een chique zwarte jurk houdt een keurige tekenmap onder de arm. Daarop staan een klassieke lauwerkrans en een burijn, van oudsher het instrument voor het maken van gravures.

De vrouw wordt uitgedaagd door een wulps geklede, roodharige mademoiselle met een opgerolde berg papier onder de arm, die met een dikke zwabber staat te zwaaien. Die zwabber is een kwast om affiches mee in te smeren.

De traditionele prentkunst kreeg aan het eind van de negentiende eeuw concurrentie van grote, schreeuwerige affiches die op straat werden verspreid door wildplakkers. In het kosmopolitische Parijs kwamen de twee kunstvormen ­samen. Dezelfde kunstenaars bedienden doodleuk beide markten.

Ze produceerden autonoom werk voor kunstliefhebbers en gebruiksgrafiek voor het grote publiek. In 1897 schreef de schilder Camille Pissarro aan zijn zoon, die in Engeland woonde: 'Niemand besteedt nog aandacht aan iets anders dan prenten, het is een rage, de jonge generatie maakt niets anders meer.'

Van de muur peuteren
Je kon voor veel geld een exclusief blad grafiek kopen van Toulouse-Lautrec, Bonnard of Vallotton, of illustraties van dezelfde kunstenaars voor een paar cent uit een tijdschrift halen. Helemaal gratis was ook een optie. Fanatieke verzamelaars gingen de straat op om posters van bekende grafici voorzichtig van de muur te peuteren voordat ze werden overgeplakt.

Het Van Gogh Museum heeft al jaren geen of nauwelijks schilderijen aangekocht, maar heeft zich geconcentreerd op het versterken van de collectie prenten. Die zijn goedkoper en wat beter beschikbaar op de kunstmarkt. Nadeel is dat prenten beperkt getoond kunnen worden omdat blootstelling aan licht schadelijk is.

Voor Prints in Paris 1900 mogen ze weer even op zaal hangen. De tentoonstelling is niet alleen een collectiepresentatie - met een aantal bruiklenen - maar vertelt vooral ook hoe prenten rond 1900 in Parijs werden gebruikt.

Elite versus massa
Vormgever Maarten Spruyt heeft dat mooi gevisualiseerd, door de bezoeker in verschillende sferen onder te dompelen. Soms word je uitgenodigd om de prenten zorgvuldig en van dichtbij te bekijken, elders moet je wat meer afstand nemen.

Henri de Toulouse-Lautrec: affiche voor de danszaal Le Moulin Rouge, 1891. Lithografie in vier kleuren op velijnpapier Beeld Van Gogh Museum

De twee verdiepingen van de tentoonstellingsvleugel zijn ingericht als contrast. Binnen versus buiten, elite versus massa, privé versus openbaar. Op de benedenverdieping van de tentoonstelling - waar de mooiste prenten hangen - wordt de private wereld van de prentliefhebber opgeroepen.

Op wanden met lambriseringen en decoratief behang hangen bijvoorbeeld donkere litho's van Eugène Carrière of een serie van Odilon Redon, een aaneenschakeling van dromerige fantasieën die elkaar schijnbaar zonder enige logica opvolgen.

Erotische prenten
Liefhebbers van zulke prenten konden een abonnement nemen op mappen met prenten van verschillende kunstenaars, die aan huis werden afgeleverd. Daar werden ze gekoesterd in een portfolio met ingelegd leer, die weer bewaard werd in een speciaal kabinet in de studiekamer, naast rijkgedecoreerde boekenkasten. Ook de erotische prenten van Edgar Degas of de perverse fantasieën van Félicien Rops werden zorgvuldig verborgen gehouden.

De bovenverdieping is ingericht als een straat, waar de bezoeker wordt uitgenodigd om wat vrijblijvender te flaneren langs de posters, die wel 'fresco's voor de massa' werden genoemd. Natuurlijk komen we Toulouse-Lautrec hier weer tegen, maar ook de zeer productieve en invloedrijke Jules Chéret.

Aan het eind van de expositie keren we als het ware terug naar binnen. Verzamelaars behandelden hun affiches als exclusieve kunstwerken. Ze werden gebruikt als wanddecoratie of opgeborgen in speciale meubels en af en toe 'op de hand' bekeken. In het prentenkabinet staat een grote lithopers van de Parijse meesterdrukker Auguste Clot. Hier wordt ook uitgelegd hoe litho's, etsen en houtsneden tot stand komen.

Met Van Gogh heeft de expositie slechts zijdelings raakvlakken. Al hangt ergens hoog aan de muur wel een reclameaffiche voor een passend product in deze omgeving: Sirop Vincent, een wondermiddeltje dat alle kwalen geneest.

Prints in Paris 1900, Van Gogh Museum, t/m 11/6.

Hermann-Paul: De kleine schrijfmachines (Les petites machines à écrire), 1896. Lithografie in drie kleuren op velijnpapier Beeld Van Gogh Museum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden