Plus

Parachute werd trouwjapon voor vrouwen in de Tweede Wereldoorlog

Een trouwjurk van parachutestof, een trui van hondenhaar of een mantelpak van jute. Het tekort aan textiel in de Tweede Wereldoorlog bracht vindingrijke vrouwen ertoe een nieuw modebeeld te creëren. Een nieuwe tentoonstelling in het Verzetsmuseum laat deze oorlogsmode zien.

De trouwjurk uit parachutestof is later vermaakt tot avondjurk Beeld Verzetsmuseum

Vrij snel nadat de oorlog uitbrak, viel de import van wol, katoen en kleding stil. Vanaf augustus 1940 gold een distributiesysteem. Kleding ging ‘op de bon’. De autoriteiten verstrekten bonkaarten met punten waarmee inwoners kleding mochten kopen. Een herenwinterjas kostte 80 punten, een herenpyjama 45 en een lange onderbroek 14 punten. Voor schoenen waren aparte bonkaarten beschikbaar.

De textielschaarste beïnvloedde niet alleen de beschikbaarheid, maar ook de mode. Rokken werden korter en minder geplooid om stof te sparen. Herenkostuums werden vermaakt tot mantelpakjes.

Op de expositie Mode op de bon in het Verzetsmuseum is te zien hoe de vrouwen zelf kleding van allerlei materialen fabriceerden of deze door een naaister lieten maken. Op paspoppen staan jurken van meelzakken of jute. Een juten jurk kriebelde verschrikkelijk, daarom kozen vrouwen liever voor een jurk van een meelzak, tafelkleed of meubelstof. Om het nog enigszins op te vrolijken, borduurden ze vaak versiersels op de kraag of ceintuur.

Spinnewiel

Oude jurken bleven niet in de kast hangen maar werden opgefleurd met bont van mollen of muizen. In de vitrine ligt een trui gebreid van hondenhaar. “Aan het eind van de oorlog konden wij nergens meer wol krijgen,” vertelt Annejet Talma, die zeven jaar oud was in 1940. “Mijn moeder heeft toen op haar spinnewiel wol gesponnen van hondenhaar. Het was wel warm, maar prikte en jeukte als een gek.”

Parachutestof was erg geliefd. Van de soepel vallende stof werden trouwjurken, jurken voor bruidsmeisjes of doopjurken gemaakt. Op de expositie hangt de trouwjurk van parachutestof van mevrouw Timmer uit de omgeving van Rotterdam. De stof was afkomstig van wapendroppings of parachutisten. Het bijpassende tasje bij dit huwelijk was gemaakt van parachutekoorden.

Broeken ongeschikt

Ernaast hangt een zwart mantelpakje van Ans Manoth, die in september 1944 trouwde met onderwijzer Klaas Zurcher. Ze had de voering uit haar jassen gehaald en daar een trouwjurk van gemaakt. Ze fleurde haar mantelpak op met knoopjes en plooien.

Dameskousen werden al aan het begin van de bezetting zeer schaars. Er kwamen flesjes Beenbruin op de markt waarmee vrouwen hun benen konden kleuren. ‘Bespaart uw distributiepunten’ staat op het flesje. ‘Trek met een potlood of wenkbrauwstift een dun lijntje als naad, dit zal ’t kousen effect nog verhogen.’

Door de schaarste aan kousen gingen de vrouwen ook steeds vaker broeken dragen. Al schreef tijdschrift Libelle in 1942 waarschuwend over deze trend: ‘Wij zijn van mening dat deze dracht absoluut ongeschikt is voor winkeluitstapjes in de stad en zeer zeker misplaatst in een restaurant.’

Mantelpak uit oud herenkostuum, daarom met korte rok. Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad

Schoenen werden gemaakt van hout, autobanden, karton, kurk en stro. Er waren speciale leertjes verkrijgbaar om onder de houten kleppers te plakken. Voor de bovenkant werd leer van aktetassen, perkament van lampenkappen of tapijtafval gebruikt.

In vitrines liggen allerlei accessoires: hoedjes van ondertapijt, oorbellen van plexiglas afkomstig van het raam van een neergestort vliegtuig en een armband van munten met de beeltenis van koningin Wilhelmina. Het was een stille verzetsdaad zo’n sieraad te dragen, onder de kleding omdat de Duitse bezetter dit al snel verbood.

Pofmouwen

De expositie besteedt ook aandacht aan de beroemde modehuizen Hirsch & Cie en Gerzons die door de Jodenvervolging uiteindelijk ten onder gingen. Op de expositie hangt een paars- gele jurk met pofmouwen van twee verschillende soorten stoffen van Hirsch & Cie. Ook de modehuizen beschikten over weinig stof.

Ook C&A komt aan bod. Dit bedrijf ging uniformen produceren voor de Duitse luchtmacht en gaf geld aan nationaalsocialistische organisaties.

Veel van de zelfgefabriceerde jurken werden overigens nog lang na de oorlog gedragen. De kleding was tot 1949 op de bon.

Mode op de bon, Verzetsmuseum, 11 oktober t/m 1 juni 2020.

Beenbruin, in alle oorlogvoerende landen vervanging van kousen. Beeld Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden