Plus

'Papageno is niet alleen clownesk'

Mozarts Die Zauberflöte keert in de bejubelde enscenering door de Britse schrijver, acteur en theaterregisseur Simon McBurney terug bij de Nationale Opera. De Amsterdamse bariton Thomas Oliemans vertolkt opnieuw de rol van vogelvanger Papageno.

Papageno heeft een grote mate van verwondering, een naïeve blik.Beeld Michel Schnater

Acht keer was de voorstelling in juli te zien op het Festival International d'Art Lyrique van Aix-en-Provence, met nagenoeg dezelfde cast als nu in Amsterdam.

En nóg, blikt Thomas Oliemans (40) ­terug op het Franse succes van Die Zauberflöte door de Nationale Opera, stond de laatste avond het hele plein voor het Grand Théâtre de Provence vol met mensen die geen kaartje hadden kunnen krijgen. "Deze voorstelling maakt zo veel los."

Niet in de laatste plaats door de enscenering van Simon McBurney, voor het eerst in Amsterdam in 2012, hervat in 2015 en vrijdag in première als opening van het nieuwe seizoen.

Hij creëerde een ingenieuze droomwereld die hem het predikaat 'toneelmagiër' opleverde. 'Zelden vormden muziek en scenografie zo'n zinnenprikkelend geheel,' aldus Het Parool in 2015.

Oliemans: "Voor mij is het heel bijzonder. Als ik over de Magere Brug naar de Opera fiets, ben ik al trots. Toen ik aan het conservatorium studeerde, hoopte ik natuurlijk dat ik hier zou uitkomen.

De rol van Papageno is ook een sleutelrol voor mij hier in dit huis. Het was destijds voor mij de eerste keer dat ik met Simon McBurney werkte. En hij heeft mijn kijk op wat spelen, acteren, performen is, totaal veranderd.

Papageno is een rol die ik ontzettend graag doe, ik hou van spelen en bewegen en dat kan hier echt, bij andere rollen kan en mag je minder ­capriolen uithalen dan hier.

Maar de uitdaging is dat het niet mag blijven steken in het clowneske, het moet een rond personage zijn."

Wat maakt het werken met McBurney zo ­anders?
"Elke keer dat de productie terugkeert, wil hij er verder aan werken, altijd wil hij dingen weer veranderen of aanpassen. Zo blijft de voorstelling zich ontwikkelen.

Daar is Simon erg op ­gespitst. Het staat nooit stil.

Ik sprak hem gisteren, volgend jaar gaan we met Die Zauberflöte naar Londen, en hij vertelde dat hij dan dit en dat en zus en zo wil proberen.

We hebben hier de première nog niet gehad of hij heeft alweer nieuwe plannen. Het is heel anders dan ­wanneer je van de regisseur te horen krijgt: 'Links opkomen en dan daar en daar gaan staan' en dat het dan vastligt.

Dat heeft me ook nooit zo geïnteresseerd, dan wordt het ­museaal."

U zong Papageno voor het eerst in 2006 in ­Nantes. Hoe heeft u zich in de rol ontwikkeld?
"In het Frans noemen ze Papageno 'le cabotin', niet zozeer clown maar iets als komediant. Qua spel moet je denken aan grote rollende ogen, uitvergrote gebaren.

Het was mijn eerste grote project in het buitenland en dat was best intimiderend, daarom was die extraverte regie met die uiterlijke kant op dat moment voor mij perfect om de rol naar me toe te trekken.

Maar ­Mozarts werk is ongelooflijk psychologisch, ­humanistisch - dat klinkt meteen zoals het ­Humanistisch Verbond, maar ik bedoel de oorspronkelijke zin van het woord: de mens staat bij hem centraal en wordt in zoveel facetten weergegeven."

"Dat is bij Papageno helemaal zo. Hij heeft een mate van grote verwondering, een naïeve blik die je aan het clowneske kunt verbinden. Maar tegelijkertijd is er een volledig scala aan emoties dat hij doorleeft en dat personage kan ik nu veel verder schilderen.

Het is wat Simon altijd zegt: 'Story, story, story!' Je kunt spelen op de grappen,maar die grappen komen vanzelf wel als je eerst het échte personage, zijn hele verhaal, laat zien.

Papageno vangt vogels, maar eigenlijk wil hij een meisje. Als je kunt blijven vertellen, vertellen, vertellen dan snappen de mensen zijn wanhoop aan het einde. Door die menselijkheid van Mozart blijft hij altijd relevant."

Betekent dat ook dat u zich helemaal moet inleven in die emoties? Meer voelen dan spelen?
"Er is altijd een wisselwerking tussen spelen en voelen. Maar als ik ontzettend sta te voelen, ­betekent het niet dat de zaal dat ook ziet.

Om ­Simon maar weer te citeren: 'Psychologie is mooi, maar je ziet er niks van.' Als je de bühne opstapt, heb je fysieke expressie nodig. En deze voorstelling vergt ontzettend veel fysieke spanning, ook tussen de spelers onderling, want we hebben geen decor, we hebben geen paleizen, geen bomen.

Simon zet ook het orkest hoog. ­Alles begint en ontstaat vanuit de muziek en de mensen die samen de muziek maken. Ook weer heel humanistisch."

Hier ligt, ondanks de vele reprises, geen routine op de loer?
"Het is elke keer compleet op nul beginnen en de avond opbouwen, het is niet iets wat je even aan kunt zetten. Maar dat is tegelijk ook het leukste: muziek ­maken en de hele avond met het publiek tot een organisch geheel maken.

Het publiek geeft interactie, dat kun je als musicus voelen en als ingrediënt meenemen. Die Zauberflöte heeft veel magische elementen, en deze enscenering neemt je mee, alle middelen worden ingezet om je als toeschouwer binnen te halen.

Dit is echt theater."

Wolfgang Amadeus Mozart, Die Zauberflöte, 4, 7 (première), 9, 12, 14, 17, 19, 23, 26, 29 september. Nationale Opera & Ballet, www.operaballet.nl

Die Zauberflöte, vrij van racisme en mysogynie

Die Zauberflöte ging op 30 september 1791 in Wenen in première. Wolfgang Amadeus Mozart overleed kort daarna, op 5 december.
De af­gelopen jaren is de kritiek opgelaaid op racistische en seksistische elementen in het libretto van Emanuel Schikaneder, theaterproducent en zelf de eerste vertolker van Papageno.

Regisseur Lotte de Beer deed in april een oproep aan theatermakers om een ­eigentijdse Zauberflöte te maken, vrij van racisme en mysogynie.

In een podcast op de www.operaballet.nl gaat dramaturg Wout van Tongeren van de Nationale Opera in op de keuzes van regisseur Simon McBurney wat betreft de onverbloemd racistische passages en kenschetsen van vrouwen die niet meer van deze tijd zijn.

De 'moor' ­Monostatos, dienaar van de kwade ­tovenaar Sarastro, is in McBurneys regie een keurige keer geworden die niet door zijn huidskleur maar door zelfzuchtige keuzes in een monsterlijk wezen verandert. In de DNO-productie is 'Schwarzer' verandert in 'Monster'.

Tegenover uitspraken als dat 'de vrouw de leiding van de man nodig heeft om niet uit de eigenlijke baan te geraken', heeft regisseur McBurney ervoor gekozen om het beeld van Pamina als een zich emanciperende vrouw te benadrukken.

De beproevingen die zij moet ondergaan zijn veel zwaarder dan die van prins Tamino, die er door de Koningin van de Nacht met Papageno op uit wordt gestuurd om haar te bevrijden uit handen van Sarastro.

Van Tongeren: "In het tweede deel zien we dat zij de ware heldin is."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden