PlusGeschiedenis

Pamfletten, gejoel en stinkbommen: waarom acteurs in 1920 staakten

Een eeuw geleden gingen de toneelspelers in staking voor betere arbeidsvoorwaarden, onkostenvergoedingen en een pensioen. Er werd gepost bij de Stadsschouwburg en voorstellingen van stakingsbrekers werden verstoord. 

Spotprent uit 1920. De bond van toneeldirecteuren poeiert de eisende toneelspeler af door te dreigen met haar grote broer, de zware tabak pruimende bioscoopeigenaar.

Dat toneelspelers in 1920 in staking gingen, kon schrijver Adrianus Michiel (roepnaam A.M.) de Jong destijds wel begrijpen: ‘Ze brengen de helft van hun tijd tussen de wielen door, worden gejaagd als slaven van de ene plaats naar de andere, van het ene stuk naar het andere. En aan het eind van hun rusteloos zwerversbestaan zien ze het troostrijk verschiet van een bedeljubileum en daarachter de armoe, de zwarte armoe.’

De situatie was belabberd: negenmaandse contracten, abominabele voorzieningen bij het spelen in de provincie en het ontbreken van een goede pensioenregeling. Koeliecontracten waren het. De acteurs hadden alleen maar verplichtingen, zelfs de toneelkleding moesten ze uit eigen zak betalen.

Lang had individualisme een gezamenlijk optreden in de weg gestaan. Maar in 1911 werd de Nederlandsche Toneelkunstenaarsvereeniging (NTKV) opgericht. Bestuurslid Hein Harms lanceerde in 1917 een pensioenplan, gefinancierd uit een klein percentage van de gage plus een prijsverhoging van de kaartjes.

Overleg met de Bond van Directeuren van Openbare Vermakelijkheden (BDOV) haalde niets uit. De stemming bij de tonelisten radicaliseerde, mede gevoed door de stakingsgolf die na afloop van de Eerste Wereldoorlog over het land spoelde. Kerstnacht 1919 werd op een drukbezette ledenvergadering een ultimatum gesteld. De eisen waren vrij gematigd: een minimumloon van 120 gulden per maand, verblijfskosten van 8 gulden en een pensioenregeling.

Inhalige zaalverhuurder

De BDOV wees alle eisen af, met het argument dat contracten niet verbroken konden worden. De afwijzing was kenbaar gemaakt met een brief aan de individuele toneelspelers, niet aan de NTKV. Dat zette kwaad bloed.

De rapen waren helemaal gaar toen Herman Heijermans, die als directeur-regisseur van de N.V. Toneelvereeniging de eisen had ingewilligd, te maken kreeg met een inhalige zaalverhuurder die – gesteund door de bond – van de 3 procent pensioentoeslag op de kaartjes bijna de helft opeiste.

Tijdens een nachtelijke vergadering in het gebouw van de Diamantbewerkersbond stemde het overgrote deel van de aangesloten acteurs voor een staking. De pijlen waren vooral gericht op de Koninklijke Vereeniging Het Nederlandsch Toneel, huisgezelschap van de Amsterdamse Stadsschouwburg. Dit gezelschap stond onder leiding van Eduard Verkade, tevens voorzitter van de toneelafdeling van de directeurenbond en als zodanig een hoofdrolspeler in het conflict. Oudere sterspelers hadden sowieso al moeite met Verkade, omdat hij als toneelvernieuwer een verinnerlijkte speelstijl propageerde, wars van pathetiek en brede gebaren. Zijn voorkeur ging uit naar jong, kneedbaar talent. Logisch dat de 77-jarige Louis Bouwmeester en zijn twee jaar jongere zus Theo Mann enthousiast meededen aan de staking.

De matinees en avondvoorstellingen gingen die zondag in Amsterdam niet door. Alleen in het Rozentheater werd ’s middags nog Rooie Sien opgevoerd, maar daarna hield hoofdrolspeelster Corrie Pinksen het ook voor gezien.

Onderkruipersvoorstellingen

Vanuit het stakingshoofdkwartier in de Falckstraat werden stakingsuitkeringen betaald, bulletins verspreid en vertrokken stakers om te posten bij voorstellingen van niet-stakers. De stakers kregen op 18 januari een flinke slag te verduren toen enkele topacteurs van het gezelschap van Verkade – onder wie Albert van Dalsum, Paul Huf en Fie Carelsen – het lidmaatschap van de NTKV opzegden en weer wilden gaan spelen. Ze waren gevoelig voor Verkades standpunt dat de vakvereniging weliswaar economische eisen stelde, maar in werkelijkheid artistieke en politieke doelen had.

De zaak zat muurvast en de sfeer rondom ‘onderkruipersvoorstellingen’ werd grimmiger. Verkades voorstelling De Gardeofficier werd verstoord met pamfletten, gejoel en stinkbommen. Maar het stakingselan begon te verflauwen. Intussen bleef ook de beslissing van de gemeenteraad uit over de nieuwe bespeler van de Stadsschouwburg (zie hiernaast).

Na bemiddeling van burgemeester Jan Willem Tellegen kregen de stakers in februari grotendeels hun zin, zij het zonder pensioenregeling. Om die reden én om af te dwingen dat toneeldirecties geen rancunemaatregelen zouden nemen, sleepte de staking zich voort tot in mei.

Rancunemaatregelen kwamen er toch. Een van de slachtoffers was Theodora Mann-Bouwmeester. Willem Royaards misgunde de grote vedette een nieuw engagement, inclusief haar eerder toegezegde pensioen. Uiteindelijk kreeg ze een half pensioen en speelde ze nog vijf jaar door, voordat de gemeente bijsprong en haar een pensioen toekende.

“De toneelspelers hebben laten zien dat ze mensen van bloed en beenderen zijn. Ze vroegen niet meer dan een bestaansminimum en een verzekerde oude dag. De directeuren leefden nog in een andere eeuw,” aldus NTKV-secretaris Hijman Croiset kort na de staking. Eind 1925 kwam er door toedoen van wethouder Floor Wibaut alsnog een algemeen pensioenfonds voor toneelspelers.

Dit is een ingekorte versie van een artikel uit het januari-februarinummer van Ons Amsterdam.

De Schouwburgkwestie

Wat de staking ingewikkeld maakte, was de overname van de Stadsschouwburg door de gemeente. Wie zou de gemeenteraad als toneelleider kiezen? Toneelvernieuwer Willem Royaards? Of Herman Heijermans? Ook hij had gesolliciteerd. Leden van zijn gezelschap zaten in het bestuur van de NTKV en Royaards vermoedde dat hem een hak werd gezet. “Zonder schouwburgkwestie was er geen staking geweest,” konden journalisten uit zijn mond optekenen. Concurrent Eduard Verkade was wel bereid toe te geven aan de arbeidseisen, maar verzette zich heftig tegen bemoeienis van toneelspelers met het artistieke beleid.

Eenmaal benoemd ontpopte Royaards zich in de Directeurenbond als een hardliner, die zich verzette tegen elke toenadering tot de stakers.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden