PlusKlapstoel

Özcan Akyol: ‘Mijn familie ziet mij als de paus’

Özcan Akyol (1984) is schrijver, columnist en televisiemaker. Komende week presenteert hij Eus’ Boekenclub, in het kader van het Voorwoord, de prelude op de uitgestelde Boekenweek.

Ozcan Akyol op de Klapstoel  Beeld Harmen de Jong
Ozcan Akyol op de KlapstoelBeeld Harmen de Jong

Deventer

“Daar ben ik geboren, getogen en gevormd. Ik voel er een onverklaarbare affectie voor. Het is het enige deel van mijn identiteit dat door niemand in twijfel kan worden getrokken, omdat ik echt in Deventer ben geboren. Dat ik Nederlands ben, staat misschien in mijn paspoort, maar ik krijg toch vaak te horen dat ik op moet rotten naar mijn eigen land. En mijn ouders zijn Turks, maar Turken noemen me een landverrader of een nestbevuiler. Ik voel me een ambassadeur van Deventer. Ik krijg, als ik hier door de stad loop, vaak van wildvreemden te horen dat ze trots op me zijn. Best een sterke emotie, voor iemand die je niet kent.”

“Ik groeide niet op in een vrolijk gezin. Wij waren allemaal slachtoffer van het humeur van mijn vader. Mijn moeder was een archetype van de onderdrukte vrouw. Beiden ongeletterd, trouwens. Ze hebben zich voortgeplant uit gewoonte, niet uit liefde. Ik denk dat ze dat beter niet hadden kunnen doen. Maar dat denk ik bij wel meer mensen.”

Scheveningen

“Ik was er anderhalf jaar geleden nog, ik zou een verhaal maken naar aanleiding van een tentoonstelling in die gevangenis. De man die me rondleidde, zei: dit maakt vast wel indruk op je hè? Nou, zei ik, het is wel lang geleden dat ik hier voor het laatst was, en toen liep ik naar de cel waar ik vast had gezeten. Die man keek alsof ie water zag branden.”

“Ik zat vast voor wat een vermogensdelict werd genoemd, ik was chauffeur geweest van een criminele organisatie. Scheveningen was een kantelmoment in mijn leven: ik kreeg toegang tot de bajesbibliotheek en ontdekte lite­ratuur, en de uitwerking van boeken op mijn brein. Dat was een sensatie. Op de mavo had ik ook wel moeten lezen, maar toen hadden we voor het eerst internet, met zo’n inbelverbinding. We trokken de samenvattingen zo van het net, de leraren hadden geen idee. Nu ik voor het eerst echt las, liepen de rillingen over mijn lijf. Alsof je voor het eerst naar de kermis ging.”

Afslag 23

“Mijn nieuwe roman, die ik heel opportunistisch heb uitgesteld vanwege corona: de lezingen die ik niet kan geven, winkels die gesloten zijn. Die afslag 23, dat is een knipoog naar ­Deventer, maar daar gaat het boek niet echt over. Het is een metafoor voor altijd weer naar dezelfde plek moeten en willen.”

Turkije

“Toch wel een vreemd land, dat een enorme aantrekkingskracht op me heeft. Ik ben er in december 2019 voor het laatst geweest, ik mis het wel. Wonderlijk dat daar mijn roots liggen, en dat ik door een toevalligheid – dat mijn vader hierheen kwam, is geen onderdeel van een groot masterplan – een 36-jarige Nederlandse man ben, in plaats van een 36-jarige Turkse man. Ik weet niet wat er van me zou zijn geworden. Als ik naar mijn neven en nichten kijk, kan het alle kanten op: dan had ik arts ­kunnen worden of schaapsherder.”

“Als ik er ben, slaap ik altijd in een hotel. Familiebezoek is zo beladen. Ze behandelen me alsof ik de paus ben. Dat heeft te maken met de status van mijn vader: hij was niet goed voor zijn gezin, maar hij vertroetelde zijn familie in Turkije. Die status heb ik overgenomen. En nu hebben ze door dat ik schrijf en televisie maak, en daar zijn ze heel gevoelig voor. Dat maakt dat ik me bij hen enorm opgelaten voel.”

Soldatencoupe

“Dat hadden mijn broers en ik altijd. Mijn vader had als enige in de wijk een tondeuse, maar hij kende maar één kapsel: millimeteren. Dat was heel zonde achteraf, zoals wel meer zonde was in mijn jeugd, want ik had heel mooie krullen. Mijn fascinatie voor lichaamshaar is wel toen ontstaan. Wij waren over het algemeen wat ­hariger dan Nederlandse kinderen, mijn broer had al een snor toen hij negen was, dus wij vroegen ons op een gegeven moment af wat je nog meer kon met een tondeuse. Toen ik later bij BNNVara vertelde dat ik mijn eigen baard kon bijhouden en best een andere man kon knippen, waren ze verbijsterd. Kun je ook interviewen en knippen, vroegen ze. Uit zo’n achteloze opmerking is dat programma De geknipte gast ontstaan.”

Bedreigingen

“Part of the job. Het enige waar ik nog raar van opkijk, is de lengte van sommige mails. Je kunt ook in drie woorden schrijven dat je het liefst wilt dat ik dood ben. Of dat je me een klootzak vindt. Maar soms heeft iemand drie kwartier zijn best zitten doen op een mail vol hatelijk­heden en spelfouten, en dan denk ik: wat zijn er toch een wonderlijke mensen op de wereld.”

“Het gebeurt dagelijks, ik kan het relativeren. Alleen toen twee jaar geleden mijn dochter erbij werd betrokken, heb ik er wel een punt van gemaakt. Deventenaren weten waar ik woon, maar om bij mij binnen te komen moet je langs vijf deuren die op slot zitten. We wonen heel centraal. Als ik uit het raam kijk, zie ik vaak mensen staan en foto’s maken. De VVV in Deventer heeft zelfs overwogen om ons huis op te nemen in hun stadswandeling. Toen heb wel gezegd: doe even normaal.”

Haartransplantatie

“Dat is wel een uitkomst zeg! Ik merkte door mijn televisiewerk dat ik kaal werd op mijn kruin. Een visagist wees me op een haardokter, met wie ik ben gaan praten. Het is veel simpeler dan ik dacht: van onder op mijn hoofd, waar juist heel veel, stevig haar groeit, werd haar met wortel en al geoogst, en dan bovenop herplant. Zonder littekens, met de garantie dat het altijd blijft zitten. Ik had allemaal cowboyverhalen gehoord, over hele lappen vlees die worden verplaatst, maar de techniek is heel verfijnd. Een heel goede investering, beter dan een nieuwe auto kopen om je ego te bevestigen. Ik zou het iedereen aanraden, maar ik zeg nooit waar ik het heb laten doen. Als het een keer misgaat bij iemand, krijg ik de schuld.”

Slapeloosheid

“Ik heb geen talent voor slapen. Ik slaap vier, vijf uur per nacht. Geen idee waar het vandaan komt, al zal mijn jeugd er ongetwijfeld een rol in spelen. Ik heb maar geprobeerd er mijn kracht van te maken: ik heb nu eenmaal meer uren in een dag dan anderen, dus ik kan veel meer doen. Vaak word ik om drie uur, half vier wakker en ga ik aan het werk. In deze fase ben ik er dus eigenlijk wel blij mee. Mijn lichaam is eraan gewend. Al sluit ik niet uit dat ik op mijn vijftigste dood neerval.”

Eenzaam

“Dat woord heeft zo’n negatieve connotatie. Ik ben vooral eenzaam in groepen. Eenzaamheid omdat je je onbegrepen voelt, om mijn onvermogen om mee te doen. Ik doe het alleen als het echt moet. Naar mijn schoonfamilie ga ik niet mee, daar ben ik nooit. Met kerst was ik in Turkije. Dat accepteren ze.”

Boekenclub

“Die naam kan je op het verkeerde been zetten. Je kunt boekenclub ook interpreteren als club, als uitgaansgelegenheid. In het programma ­beginnen we bij de deur, dan gaan we naar het café, er is muziek. En dan in de club zijn de auteur en ik plus twee anderen, en dan gaan we met zijn vieren praten over het boek. Ik had een wensenlijst met vijf namen: Peter Buwalda, ­Simone van der Vlugt, Lize Spit, Rutger Bregman en Adriaan van Dis, en die hebben alle vijf ja gezegd.”

“Zelf ben ik nooit lid geweest van een boekenclub, ik ben er wel vaak te gast geweest. Leuk om te zien met hoeveel passie en enthousiasme mensen boeken interpreteren, en hoe anders: het kan zomaar zijn dat je met acht mensen zit en dat ze alle acht er iets anders uithalen dat hen heeft geraakt.”

Billendoekjes

“Een van mijn favoriete attributen. Ik heb net weer een doos besteld. Ze zitten in mijn reistas, in de auto. Je kunt ze overal voor gebruiken: voor je computerscherm, je dashboard, om ­make-up van je gezicht te halen. En nu om kinderbillen schoon te vegen, maar ik had ze dus al ver daarvoor. Ik ben echt een fan. Een dikke shout-out naar Zwitsal, dat zijn de beste.”

Kutstad

“Daar zijn er heel veel van in Nederland. Ik heb ooit Amsterdam zo genoemd, in een ironische column. Dat was de eerste keer dat ik doods­bedreigingen kreeg. Wat mij vooral stoort, zijn de import-Amsterdammers. Mensen die uit Veghel of Assen komen en dan de millennialhipster gaan uithangen. Het conformisme. Ik heb er dertien maanden gewoond en vond het de hel. Ik ben gewoon een boer, ik had de rust van de provincie nodig. Dus het lag meer aan mij dan aan Amsterdam.”

“Ik kom er nog steeds zes keer per week. Alle productiehuizen, agentschappen, talkshows zijn daar. Ooit is bedacht dat alles in Amsterdam moest plaatsvinden. Dat is zonde voor de rest van het land en je kunt je afvragen hoe realistisch dat nog is. De Boekenclub is in Deventer opgenomen, dat ging prima. En waarom zou je 2000 euro betalen voor een huis van 50 vierkante meter? Mijn bádkamer is 50 vierkante meter. Als ik jou nou zie zitten, via Zoom, in je slaapkamer, denk ik: wat doe je jezelf aan? Voor wat jij ongetwijfeld betaalt, kun je makkelijk een twee keer zo groot huis kopen in Apeldoorn. Dan had je je eigen werkkamer.”

Rochdi Darrazi

“Dat heeft ie slim bedacht, het thuis laten bezorgen van scheermesjes. Het succes van Boldking zit in de eenvoud. Je kunt wel iets ingewikkelds bedenken, maar wat hij doet, is mensen dwingen zijn mesjes te kopen – en zo goed voor henzelf te zorgen. Hij rekent af met de luiheid van mensen die hij niet kent. Geniaal.”

Eus’ Boekenclub, 8 t/m 12 maart, 19.20 uur, NTR, NPO 2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden