PlusInterview

Oud-omroepbaas Ton Verlind: ‘De publieke omroep is doodsbang voor discussie’

Oud-journalist en omroepbaas Ton Verlind kraakt in zijn boek Een schitterende slangenkuil harde noten over de publieke omroep. Die is ‘zo gesloten als een oester’ en biedt nauwelijks ruimte voor afwijkende geluiden. ‘Vind je het gek dat mensen zich niet meer vertegenwoordigd voelen?’

Ton Verlind. Beeld Ivo van der Bent
Ton Verlind.Beeld Ivo van der Bent

Dertig jaar werkte Ton Verlind (71) voor de KRO, maar vraag hem waar zijn omroep tegenwoordig voor staat en hij gooit zijn armen de lucht in. “Geen idee. De omroep is in het publieke debat totaal afwezig, ik zou niet weten wat de doelen zijn of welke visie ze voorstaan. Ja, iets met ‘liefde’ volgens mij. De KRO zoals die was – eigenzinnig, brutaal, anti-autoritair – bestaat niet meer. De fusie met de NCRV was een historische vergissing en heeft de weg bereid richting de uitgang.”

Volgens Verlind wacht omroepen, niet alleen KRO-NCRV maar ook AvroTros, een duidelijke keuze: óf ze zorgen ervoor dat ze weer relevant worden in de samenleving, óf ze verdwijnen. Want een omroep zonder duidelijk profiel heeft geen bestaansrecht, vindt hij. Verlind ziet in toenemende mate een Hilversumse eenheidsworst ontstaan. “Voor afwijkende geluiden is nauwelijks plaats, de bandbreedte van de discussie is de afgelopen vijftien jaar steeds smaller geworden, van pluriformiteit is nauwelijks nog sprake.” Terwijl daarin nou juist de kracht van het publieke bestel schuilt, denkt Verlind.

Controledwang vanuit Den Haag

Over zijn werkzame leven als journalist en omroepbaas schreef Verlind een boek met de veelzeggende titel Een schitterende slangenkuil. Hij begon in 1974 als jonge radioverslaggever bij de Tros, stapte in 1979 over naar Brandpunt van de KRO en was van 1995 tot 2008 bestuurder voor die omroep. In zijn bijna vierhonderd pagina’s tellende boek blikt hij – ‘in de eerste plaats voor mezelf en mijn kinderen’ – terug op zijn lange loopbaan. “Ik heb in die vijftig jaar journalistiek geprobeerd iets tot stand te brengen binnen mijn vak. Of dat is gelukt? Ach, dat is niet aan mij om vast te stellen.”

Naast vele vaak bijzonder gedetailleerde anekdotes die Verlind opdist, kraakt hij in zijn boek harde noten over de publieke omroep. Die is zich steeds meer gaan gedragen als een ministerie: defensief, naar binnen gericht en gesloten als een oester. Voor afwijkende geluiden is nauwelijks meer plaats, ook omdat de macht van omroepen, die de verschillende geluiden uit de samenleving moeten representeren, tanende is.

“Vanuit Den Haag is er een sterke drang om controle uit te oefenen op de publieke omroep. Deels komt dat omdat sommige partijen het hele systeem het liefste willen opheffen, waardoor voorstanders denken dat de grip verstevigd moet worden door centrale aansturing. De macht van de zendercoördinatoren is veel te groot geworden, in het bestuur van de NPO zitten ondernemers en oud-politici. Vind je het gek dat mensen zich dan niet meer vertegenwoordigd voelen en dat het ­wantrouwen tegen de media toeneemt?”

Obsessie met kijkcijfers

Onder druk van de Haagse politiek is ook de obsessie met kijkcijfers ontstaan. “Deels heeft dit te maken met reclame-inkomsten, die teruglopen als minder mensen kijken. Maar belangrijker is de angst dat als de kijkcijfers dalen, politieke partijen zich gaan afvragen of er nog wel zoveel geld naar de NPO moet.”

Waar dit toe leidt, zegt Verlind, is iedere avond te zien in de talkshow Op1. Die show is niets meer dan een dagelijkse invuloefening, zegt hij. “Hoge kijkcijfers genereren is niet zo moeilijk, je hebt een aantal elementen nodig: emotie, spektakel, discussie. En natuurlijk bekende Nederlanders, want daar zijn kijkers aan verslaafd. Zo is die show een eindeloze herhaling van hetzelfde, zonder enige inhoud. En dan is er ook nog het verplichte diversiteitsbeleid in geslopen: Talitha Muusse mocht niet presenteren vanwege haar journalistieke kwaliteiten, maar omdat ze een jong vrouw met een kleurtje is, dat heeft ze althans zelf gezegd in een interview gezegd.”

“Vroeger waren journalisten in dienst van een omroep, tegenwoordig zijn het allemaal eigen ondernemers, die ook in het lezingen- en dagvoorzitterschappencircuit meedraaien. Hoe kunnen types als Charles Groenhuijsen of Jort Kelder aan tafel nou kritisch zijn op bedrijven en instanties waar ze voor hun eigen bv’tje van afhankelijk zijn?”

Bindmiddel tegen polarisatie

Hoe streng Verlind ook is op de publieke omroep, met het stelsel an sich is in zijn ogen niets mis. Sterker nog, doceert hij, het huidige omroepstelsel, dat voortkomt uit de verzuiling, is bij uitstek uitgerust om als bindmiddel te fungeren in een land waarin de polarisatie toeneemt. “Het stelsel is niet achterhaald, maar juist reuze modern. Mensen die zich niet gehoord voelen kunnen zich verenigen, en als ze vijftigduizend gelijkgestemden hebben gevonden en een plan indienen, worden ze gefaciliteerd om radio en televisie te maken. Ik juich de komst van Omroep Zwart en Ongehoord Nederland! dan ook toe: laat ze maar meedoen. Ik vond het ook ­onbegrijpelijk dat de Raad voor Cultuur van Arnold Karskens (van ON!, red) eiste dat hij zou stoppen met het bekritiseren van de NOS. Laat dat debat in de openbaarheid gevoerd worden, niet in achterafkamertjes.”

Verlind vreest dat nieuwkomers hetzelfde lot wacht als Powned: ooit tegendraads en politiek incorrect, maar inmiddels ingekapseld door het systeem. “Die moeten zich nu aansluiten bij AvroTros. Het mechanisme is: je mag meedoen, zolang je je schikt naar de algemeen geldende norm. Zo verdwijnt alle diversiteit van opvattingen uit het bestel, en keren mensen zich er van af. De woede in de samenleving bouwt zich steeds verder op, daar kun je als publieke omroep niet doof voor blijven. Als je als publieke omroep de democratie echt een dienst wil bewijzen, dan zorg je voor een discussie waarin werkelijk alle geluiden aan bod komen, ook die afwijken van de gangbare opvattingen.”

Verlind maakt zich geen illusies dat zijn boek direct tot een koersverandering in Hilversum zal leiden. “Op mijn weblog schrijf ik al jaren stukken over de omroep, ik hoor nooit iets van de bazen. Dat is toch vreemd, als je er dertig jaar hebt gewerkt? Bij de NPO zijn ze als de dood voor polemiek, bang om de discussie aan te gaan met de samenleving. Het is een institutioneel apparaat geworden.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden