Plus

Oud-directeur Rudi Fuchs maakt zijn comeback in het Stedelijk

Oud-directeur Rudi Fuchs stelt dertien jaar na zijn vertrek een tentoonstelling samen in het Stedelijk. Het museum houdt het op een selectie uit zijn aankopen, maar dat is niet helemaal waar.

Beeldrijm van samensteller Rudi Fuchs: werk van Gilbert & George (aan de muur) en Bruce Nauman.Beeld Gert Jan van Rooi

De oud-directeur die met veel trammelant opstapte, maakt zijn comeback in het Stedelijk. Fuchs was directeur van het Van Abbemuseum in Eindhoven (1975-1987), het Gemeentemuseum Den Haag (1987-1993) en het Stedelijk Museum (1993-2003). Uit de aankopen die hij voor deze drie musea deed, heeft hij een tentoonstelling samengesteld.

Opwinding vindt plaats in de tentoonstellingskelder van het museum, en bij de entree daarvan hangen drie forse werken uit de collectie van het Stedelijk. Links hangt het schilderij Olé njet van A.R. Penck, in het midden het bekende neonwerk Seven Figures van Bruce Nauman, waarin zeven figuren in een orgie verwikkeld zijn, en rechts een schilderij van Rob Birza, met vriendelijk ogende, buitenaardse wezentjes.

Op de rem
Klein puntje: dat schilderij van Birza is niet door Rudi Fuchs aangekocht, maar door diens voorganger Wim Beeren. Beetje slordig.

Eenmaal binnen blijkt de tentoonstelling voor een deel te bestaan uit bruiklenen van kunstenaars en andere verzamelingen. En er hangen meer schilderijen die door Beeren zijn aangekocht, zoals Study Pollock '91 van Daan van Golden en een schilderij zonder titel van Niele Toroni. Een sculptuur van Ulrich Rückriem is zelfs tijdens het directoraat van Edy de Wilde verworven. Natuurlijk kan Fuchs zich vergissen - van Toroni en Rückriem kocht hij vergelijkbare werken voor het Van Abbe - maar het is onbegrijpelijk dat niemand in zo'n geval op de rem trapt.

Uit de losse pols
Dat tekent de opzet van de tentoonstelling, waarin alles een beetje uit de losse pols is gedaan. Fuchs kijkt, wikt en weegt en komt tot een tentoonstelling waarin kunstwerken niet lineair, stilistisch of chronologisch zijn ge­ordend, maar op basis van intuïtie en associaties. Het achterliggende idee is dat je door verrassende combinaties beter gaat kijken naar verschillen en overeenkomsten. Die manier van tentoonstellen was in zijn periode in het Van Abbemuseum baanbrekend; Fuchs werd er
wereldberoemd mee. In 1982 was hij samensteller van de Documenta in Kassel, als eerste en enige Nederlander tot nu toe.

In dat woud van associaties is wel degelijk een kunsthistorische lijn te ontdekken. Aanvankelijk was Fuchs vooral gecharmeerd van conceptuele en abstracte werken, van kunstenaars als Sol LeWitt, Robert Mangold, Jan Dibbets en Daniel Buren. Later omarmde hij meer expressionistische schilderkunst van Penck, Immendorff, Baselitz en Lüpertz. Het accent verschoof daarmee ook langzaam van Amerika naar Europa, waar hij werk aankocht van Duitse, Italiaanse en Oostenrijkse kunstenaars.

Dynamiek
Fuchs' belangstelling was in het Stedelijk nadrukkelijk gericht op de verzameling. Terwijl de dynamiek van tentoonstellingen in museumland voorrang krijgt boven het tonen van een collectie, heeft Fuchs zich altijd kritisch uitgelaten over de vluchtigheid van tijdelijke tentoonstellingen. Fuchs pleit nog steeds voor een aandachtige, onderzoekende manier van kijken.

Daarom is Opwinding opvallend karig in de informatievoorziening. Bij de ingang staat een inleiding op de muur, maar in de zalen wordt geen verdere uitleg geboden. Ook de tekstbordjes bij de kunstwerken zijn opvallend summier. Naam van de kunstenaar, jaartal en collectie. Verder niets, zelfs geen titel. Fuchs vindt dat titels te vaak willekeurig en vooral achteraf ontstaan zijn. Ze leiden maar af van het goed kijken.

Niet verleerd
Opwinding bewijst dat Fuchs het inrichten van tentoonstellingen niet is verleerd. Soms maakt hij aardige beeldrijmen, zoals de hoofdloze
lichamen van Gilbert & George naast een draaiende carrousel met dieren van Bruce Nauman. Katharina Sieverdings fotowerk van een schedel is inhoudelijk verwant aan Damien Hirsts glazen container met ziekenhuisafval en dat werk wordt weer puur formeel verbonden met een geel-zwart schilderij van Imi Knoebel.

Zo nu en dan neemt Fuchs gas terug en toont hij werken die op een traditionelere manier bij elkaar horen. Er is een zaal met conceptuele tekstwerken en een zaal met geometrisch-abstracte kunst van Sol LeWitt, Donald Judd en Richard Paul Lohse. Ereplek in deze zaal heeft Ruitvormige compositie met twee lijnen van Fuchs' favoriet, Piet Mondriaan. Ook aan­gekocht in de periode-Wim Beeren overigens.

Opwinding. Een tentoonstelling van Rudi Fuchs. Stedelijk Museum, tot en met 2 oktober

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden