Plus Achtergrond

Oud-Ajacied Piet Keizer: loom, met opeens de flits van magie

1971: Piet Keizer aan de bal voor de Oost-Duitse doelman Croy. Beeld ANP

Andere Tijden Sport wijdt zondag een extra lange uitzending aan ‘nukkige linkspoot’ Piet Keizer. De oudere mannen in het stavak aan de Diemenzijde van stadion De Meer leerden David Endt het meesterlijke talent te zien. 

Wat ik aanvankelijk zag: een rijzige blonde voetballer met een karakteristieke houding. Rechtop, de armen iets gebogen naar opzij, net als zijn voeten. Hij leek vanuit stand te voetballen, zelfs wanneer hij met lange passen een tegenstander passeerde. Het was een ander beeld dan dat van de meeste voetballers, die voortdurend aan het rennen en draven waren en een grotere dynamiek aan de dag legden, maar daarmee niet per se beter voetbalden. De mannen, sigaretje hangend aan de onderlip, vertelden wat ik in Piet Keizer moest zien: een meesterlijk talent dat zijn luimen had.

Het was wachten op een wondertje waarvan niemand wist wanneer en óf dat kwam, maar dat wondertje was het wachten waard want daarin zat alles wat voetbal uniek maakte. De mannen spaarden Keizer niet met hun kritiek, maar daar omheen gesponnen zat bij voorbaat een gouden randje van vergeving: dat was nou eenmaal Piet Keizer, een beetje luimig, lui, ­onberekenbaar. Chagrijn borrelde op. Toch kwamen ze voor hem naar De Meer.

Het beeld van de door Keizer verrichtte wonderen wint het met glans van de herinneringen aan irritaties. Het is een onbetaalbaar geluk als jonge jongen op te groeien met het collectieve wonder van Ajax. Vanuit het niets werd de ­wereld veroverd. We werden niet gestoord door de erfenis van een roemrucht verleden, Ajax creëerde een roemrucht heden waar wij deel van uitmaakten.

Achteloos magistrale beweging

Op de voetbalpleintjes verplaatsten wij ons in onze voorbeelden. Het was populair om Johan Cruijff te zijn, Sjakie Swart, Bennie Muller, Velibor Vasovic, later Johan Neeskens, Barry Hulshoff en Ruud Krol. En Keizer? Die titel was slechts voorbehouden aan de allerbesten. Wilde je Keizer zijn, dan trok je die karakteristieke houding om je lijf, rechtop, imperiale oog­opslag, loom, met opeens de flits van magie. Voeten iets opzij de bal spelend met effect, ook zo des Keizers.

Op een dooiige februarizondagmiddag in 1967 zag ik Keizer vanaf links een hoekschop nemen. Met ‘buitenkant links’. Het had veel weg van een wetenschappelijk experiment. Vanaf de tribune zag ik hoe hij de bal raakte en hoe die aanvankelijk van het doel wegdraaide, zich halverwege bedacht, terugkeerde en in de bovenhoek bij de eerste paal, ter hoogte van mijn plekkie, insloeg. Verder gebeurde er in die wedstrijd helemaal niets. Maar dat beeld van de spinnende bal die zich in de bovenhoek nestelde, ben ik nooit kwijtgeraakt.

Een hoogtepunt was de mogelijkheid om Piet Keizer te interviewen voor de schoolkrant. Achteraf bezien zeer verbazingwekkend want Keizer was niet zo happig op media. Op een doordeweekse avond werden mijn mede-interviewer Johnny de Bruijn en ik ter huize Keizer vriendelijk ontvangen door mevrouw Keizer. Zij begeleidde ons naar de zitkamer en daar zat Piet, op zijn gemak op kousenvoeten in een vuurrode leunstoel. Hij verrees, rechtte zijn rug, schreed twee passen voorwaarts en met een achteloos magistrale beweging van de linkervoet doofde hij het beeld van de televisie, een Grundig.

Een paar jaar later ondervond ik als juniorlid van Ajax Keizers extreme begaafdheid aan den lijve tijdens een oefenpartijtje tussen het eerste elftal en de A1. Het zanderige trainingsveld was aangewalst en van vage lijnen voorzien. Het mistte een beetje. Stefan Kovacs stond in zijn trainingspak langs de kant en Bob Haarms speelde voor scheidsrechter. Dat de spelers van het eerste opdracht hadden om de bal slechts één keer te raken, wisten wij niet, maar dat werd al snel duidelijk.

Godslastering

Aftrap: van Haan naar Cruijff, terug naar Mühren. Ik, rechtsback, bewoog mij richting Piet Keizer. Die kreeg de bal inderdaad aangespeeld, een meter of zes op onze helft. Ik was nu vlakbij hem, alert op wat zou komen. En er kwam iets: op de zandvlakte raakte Keizer ­zonder veel kracht te zetten de bal aan de linker onderkant en daar vertrok het leer als langs een voorbestemde baan door de lucht, voor een ­diagonale secondenreis die eindigde in de verre bovenhoek. Inzicht en technisch vermogen, de voet van meetkundeprofessor Piet Keizer had gesproken.

Dat in de zomer van 1974 mijn debuut in het eerste elftal, tijdens een potje in Assen, plaatsvond als vervanger van… Piet Keizer, draagt iets van godslastering. Keizer eruit, ik erin. Ter mijner verdediging: het was niet mijn idee maar dat van de trainer. Dat kon gewoonweg niet en het mag hier alleen worden opgeschreven omdat het voor mij een even surrealistisch als onuitwisbaar beeld opleverde: Piet Keizer die, een paar weken voor zijn plotselinge maar definitieve afscheid, langs mij ­het veld afstapt. Duidelijk misnoegd, maar rechtop.

Andere Tijden Sport: Piet Keizer, de genialiteit van een nukkige linkspoot, 23.05 op NPO 1.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden