Plus Achtergrond

Operatie Nachtwacht: ‘Zo dicht mogelijk naar Rembrandt gaan’

De Nachtwacht is in de nacht van zondag op maandag verplaatst naar een nieuwe glazen ruimte in de Nachtwachtzaal. Daar is Operatie Nachtwacht begonnen, die moet leiden tot de restauratie van het beroemde schilderij van Rembrandt.

Operatie Nachtwacht vindt plaats voor het oog van het publiek in een speciaal hiervoor ontworpen glazen ruimte. Beeld Jan-Kees Steenman/Rijksmuseum

Het grootste onderzoeks- en restauratieproject in de geschiedenis van het Rijksmuseum vindt plaats onder het oog van het publiek. Bezoekers kunnen de restauratie van De Nachtwacht vanaf zeven meter afstand volgen door een vitrine met extreem helder glas, ontworpen door de Franse architect Jean-Michel Wilmotte.

Het is vooraf niet bekend hoe lang het project gaat duren, vertelt Susan Smelt (35), de coördinator van Operatie Nachtwacht. Smelt is restaurator bij het Rijksmuseum en voor dit project gaat ze alle verschillende types onderzoek coördineren.

Onderzoek

Voor het project werken restauratoren, conservatoren, onderzoekers en fotografen samen om zoveel mogelijk over De Nachtwacht te weten te komen. Smelt: “We zijn in feite een tentoonstelling omdat alles op zaal plaatsvindt. Er is publiek bij, dus er moeten zaalteksten komen. Ik weet in overleg met collega’s wat voor type onderzoek we gaan doen en dat coördineer ik met alle andere afdelingen. Daarnaast ga ik zelf ook onderzoek doen en later restaureren.”

Zover is het nog lang niet. Tijdens de fase die maandag begint, wordt vooral onderzoek gedaan door het schilderij op allerlei manieren te scannen en fotograferen. Zo wil men meer inzicht krijgen in de opbouw van het schilderij, de werkwijze van Rembrandt en de veranderingen die het schilderij door de jaren heen heeft ondergaan. Rondom het hondje aan de rechterzijde is bijvoorbeeld een witte waas gekomen die nader onderzocht zal worden. Ook de staat van oudere restauraties wordt onderzocht. De laatste keer dat De Nachtwacht onderhanden is genomen, was in 1975/1976.

Op 8 juli 2019 start het Rijksmuseum Operatie Nachtwacht, het grootste en meest veelzijdige onderzoeks- en restauratieproject van Rembrandts meesterwerk in de geschiedenis. Operatie Nachtwacht heeft tot doel het schilderij optimaal te behouden voor de toekomst. Het vindt plaats voor het oog van het publiek in een speciaal hiervoor ontworpen glazen ruimte. Beeld Rijksmuseum

Smelt, die eerder heeft meegewerkt aan de restauratie van Rembrandts portretten van ‘Marten en Oopjen’, werkte eerder bij het Mauritshuis. Daar restaureerde ze samen met anderen, onder wie Petria Noble, tegenwoordig hoofd restauratie schilderijen van het Rijks, een ander doek van Rembrandt, Saul en David. Rembrandt schilderde het zo’n vijftien jaar na De Nachtwacht.

Jeugddroom

Smelt vindt het heel bijzonder dat ze nu De Nachtwacht onder handen mag nemen, maar dat was geen jeugddroom. “Ik had op de middelbare school wel eens van Rembrandt gehoord, maar heb nooit gedacht dat het tot mijn mogelijkheden zou behoren om dat schilderij te gaan restaureren.”

Smelt ging kunstgeschiedenis studeren omdat ze gefascineerd raakte door de verhalen achter schilderijen. “Tijdens die studie kwam ik erachter dat ik nog meer belangstelling had voor de objecten zelf. Schilderijen zijn geen plaatjes, je moet ze in het echt bekijken, de achterkant bestuderen. Hoeveel laagjes verf zitten er nou op? Toen ben ik de opleiding tot restaurator gaan doen.”

De Nachtwacht, 379,5 cm hoog, 453,5 cm breed en 337 kilo schoon aan de haak, wordt vanaf maandag centimeter voor centimeter gescand. Er worden in totaal 56 scans gemaakt om het hele werk in beeld te brengen. De eerste met de zogeheten macro-röntgenfluorescentie scanner (macro-XRF). “Dat is een apparaat waar röntgenstraling uit komt. De door het doek teruggekaatste röntgenstraling geeft informatie over welke elementen in het schilderij zitten.”

De röntgenfluorescentiescanner is niet hetzelfde als een röntgenapparaat waarmee het ziekenhuis bij een patiënt een gebroken arm in beeld brengt. “Dat is een normale röntgenfoto, die is in de jaren zeventig al gemaakt van De Nachtwacht. Daarop kun je een beetje zien wat de lichte en zware elementen in het schilderij zijn. Maar met macro-XRF wordt straling teruggekaatst en zie je heel specifiek welke elementen er zijn, zoals calcium, ijzer, lood of kobalt. Die kunnen we weer relateren aan pigmenten die zijn gebruikt.”

Het maken van een scan duurt een etmaal. Afhankelijk van de resultaten gaan de onderzoekers daarna sommige gebieden van het doek op een hogere resolutie scannen, om nog meer informatie te krijgen. “Sommige plekken zijn interessanter dan andere, want je kunt ook wijzigingen van Rembrandt zien. Hij was natuurlijk bezig om de compositie te maken. Hoe ga ik deze persoon precies neerzetten? Soms heeft hij dat naderhand aangepast. Dan heeft hij een gezicht de andere kant op gedraaid. Dat kunnen we allemaal inzichtelijk maken.”

337 kg

 De Nachtwacht is 379,5 cm hoog, 453,5 cm breed en weegt 337 kilo schoon aan de haak. 

Vroeger moesten zulke scans in een speciale onderzoeksfaciliteit worden gemaakt. De Nachtwacht is echter te groot om op te sturen. Tegenwoordig kan de apparatuur steeds makkelijker naar het schilderij komen in plaats van andersom.

De eerste onderzoeksfase duurt ongeveer een jaar. “Alle verschillende technieken leveren net iets andere informatie op, die je bij elkaar moet optellen om een compleet beeld te krijgen van het schilderij.” Er worden ook extreem scherpe hogeresolutiefoto’s van het verfoppervlak gemaakt. De afstand tussen de pixels op dergelijke foto’s heeft straks een grootte van 5 micrometer, wat ongeveer overeenkomt met het formaat van een bloedcel.

Bobbels

“Daarbij moeten we steeds controleren of de foto’s in focus zijn. Je zou denken dat een schilderij een plat vlak is, maar dat is niet zo. Het doek heeft bobbels – dat kun je linksboven ook heel goed zien – en Rembrandt zelf bracht hele dikke verflagen aan. Daarom hebben we een heel geavanceerd systeem waarmee we de camera kunnen roteren. Zo blijft de lens zo parallel mogelijk aan het oppervlak van het schilderij.”

Er worden de komende tijd ook verfmonsters van De Nachtwacht bestudeerd. “We hebben verfdwarsdoorsnedes van de vorige restauratie in de jaren zeventig. Omdat we nu veel betere microscopen hebben, gaan we opnieuw naar die monsters kijken, om te zien of de informatie uit van toen nog klopt.”

Rembrandt benaderen

Willen de restauratoren uiteindelijk zo dicht mogelijk het origineel van Rembrandt benaderen of staan ze ook toe dat latere toevoegingen zichtbaar zijn, omdat deze nu eenmaal onderdeel van het schilderij zijn geworden? “ Er is craquelé, het doek heeft kleine barstjes en bepaalde pigmenten zijn verkleurd. We gaan geen verkleurde delen overschilderen en alle barstjes dichtmaken. Al kan het soms voorkomen dat we een scheurtje optisch wegwerken door één of twee kleine stipjes toe te voegen. Wat wij nu willen, is zo dicht mogelijk naar Rembrandt gaan, maar daarbij nemen we in acht dat het schilderij bijna vier eeuwen oud is.”

Susan Smelt, restaurator bij het Rijksmuseum, is coördinator van Operatie Nachtwacht. Beeld Michiel van Nieuwkerk/Rijksmuseum

Geen deadline

Onmiddellijk na het afbranden van het dak van de Notre-Dame zei de Franse president Macron dat de restauratie van het gebouw over vijf jaar klaar moest zijn. Het Rijksmuseum pakt De Nachtwacht anders aan. Smelt: “Ik vind het ontzettend fijn dat onze directie ons geen deadline heeft gesteld. Eigenlijk moet je een beetje meebewegen met het schilderij en zien wat uit het onderzoek komt. Op basis daarvan ga je verder. Als je een strakke deadline hebt, kun je gewoon niet het beste onderzoek doen en de beste zorg voor het schilderij leveren.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden