PlusInterview

Op1-duo Carrie ten Napel en Charles Groenhuijsen: ‘We zijn uitgehuwelijkt’

Ze kenden elkaar van tevoren niet, maar ondertussen zijn Carrie ten Napel (40) en Charles Groenhuijsen (66) wel het hoogst gewaardeerde presentatieduo van Op1. Op de redactie worden ze al liefkozend ‘de Charries’ genoemd. ‘We keken elkaar na afloop aan: ging goed, hè?’

‘Het was helemaal nog niet duidelijk hoe we het zouden doen,’ zegt Carrie ten Napel, ‘en toch liep het soepel.’

Die bijnaam, waar die vandaan komt? Carrie ten Napel en Charles Groenhuijsen kijken elkaar vragend aan in het verder ver­laten mediacafé boven de studio van Op1. Pas over negen uur zal een etage lager de tune klinken en zullen ze als vertrouwd, hij links en zij rechts, hun liveprogramma presenteren. De Charries dus. “Ik hoorde dat volgens mij van een redacteur,” zegt Ten Napel. “Ze vroeg: weet je wel dat we jullie achter de schermen zo noemen?” Ze schieten allebei in de lach.

Ook op deze regenachtige middag zijn ze in de Westergasfabriek om te doen wat ze sinds januari gewend zijn: voor Omroep MAX de woensdaguitzending van Op1 presenteren. In het eerste half jaar van Op1 haalden alleen de woensdag en de maandag (Erik Dijkstra en Willemijn Veenhoven) gemiddeld een miljoen kijkers.

Al snel na het begin van de ‘talkshowoorlog’ met RTL 4 (Jinek) kregen Ten Napel en Groenhuijsen in een rondvraag van onderzoeks­bureau Peil.nl met Eva Jinek de hoogste waardering: een 7,3 van de kijkers. “Zij is ook wel een talentje, hoor,” zegt Groenhuijsen met een knikje naar Ten Napel.

Dat ze hier samen zitten is te danken aan Jan Slagter, directeur van Omroep Max. Hij koos hen half december uit. Groenhuijsen kreeg op een donderdagavond om elf uur een berichtje van Slagter. “Of ik het zag zitten. Eh… nou… eh… ja! Ik kende Carrie niet, haar vader Evert wel natuurlijk, we werkten jaren in hetzelfde gebouw. Maar ik zei: geef me haar 06, dan bel ik haar wel.” Ten Napel: “Je belde me vrijdag; toen had Jan mij ook net gevraagd. De dinsdag daarop moesten we al onze eerste proefuitzending doen. Het leek me handig als we daarvoor tenminste kennis hadden gemaakt.”

Uitgehuwelijkt

Dat werd een zondagse kop koffie in hotel De Witte Bergen in Hilversum. Ten Napel: “Jij appte me: ik zit bij het raam. Alsof ik niet wist wie je was. Jij zei: volgens mij moeten we dienend zijn aan het programma en onze gasten. En ik zei: daar ben ik het helemaal mee eens.” Groenhuijsen: “We waren al uitgehuwelijkt natuurlijk. We hadden niet zoveel meer te willen.”

Twee dagen later presenteerden ze met minimale voorbereiding een proefuitzending waarin het ging over voetbal en racisme, cybercrime en de vraag of er al dan niet een nieuwe Rembrandt was opgedoken. “Het was helemaal nog niet duidelijk hoe we het zouden doen,” zegt Ten Napel, “toch liep het soepel. We keken elkaar na afloop aan: ging goed, hè?”

Groenhuijsen: “Mij viel op aan Carrie dat ze ontzettend relaxed is. Dat is heel prettig. Ik doe zelf ook niet nerveus vlak voor een uitzending. Mensen zeiden: het is alsof jullie dit al jaren doen. We stelden volgens mij maar één keer op hetzelfde moment een vraag.”

Knietje onder tafel

Ten Napel: “Toen hadden we het knietje nog niet. Dat werd vrij snel ons communicatiemiddel; als de één graag een vraag wilde stellen, gaf ie de ander even een knietje onder tafel. De ene keer wat harder dan de andere, ik kan me ook herinneren dat ik jouw knie een keer niet kon vinden. Nu kan dat niet meer, we zitten te ver uit elkaar.” Groenhuijsen: “Toen er nog publiek zat, zeiden we tegen de mensen achter ons: sorry dat we met de rug naar u toe zitten, maar één voordeel: u ziet wel wat er onder tafel gebeurt.”

Na nog slechts één proefuitzending gingen ze op 8 januari voor het eerst live. “Gekkenwerk, vinden collega’s als ik ze vertel hoe weinig voorbereidingstijd we hadden,” zegt Groenhuijsen. Meteen in hun eerste uitzending liet de voormalige Amerikacorrespondent zich van een onbekende kant zien. Peter Koelewijn was te gast en sloot af met een uitvoering van zijn klassieker Kom van dat dak af. “Ik ging spontaan meezingen, omdat het zo uit mijn jeugd was; dat shot heeft daarna nog een tijd in de promo van Op1 gezeten.” Ten Napel lacht. “Mensen vonden het leuk dat je dat deed. Het was sowieso heel los, we hebben wel meteen laten zien wie wij zijn.”

Charles Groenhuijsen: ‘Mij viel op aan Carrie dat ze ontzettend relaxed is. Dat is heel prettig.’

Groenhuijsen: “Toen we vanuit de studio naar boven liepen, ontving de redactie ons met applaus. Toen voelden we dat we goed waren begonnen. Wat het ook is: er werd niet veel van verwacht. Een talkshow met wisselende duo’s, dat kon niks zijn. En dan die Groenhuijsen, die was teruggehaald van pensioen – dat was de stemming bij mensen als Frits Barend en Angela de Jong. Ik dacht: kom maar op.”

Gunfactor

Beide presentatoren benoemen de wederzijdse gunfactor als sleutel voor de onderlinge klik. “Mij interesseert het echt niet wie een vraag stelt,” zegt Ten Napel. “Alleen de noodzakelijke dingen, zoals wie een onderwerp inleidt, zijn afgesproken.” Groenhuijsen: “En als er een onderwerp in mijn straatje is, zoals Amerika, dan zeg ik juist: begin jij maar. Van mij weten de mensen wel dat ik het interessant vind.”

Ten Napel, terwijl ze zich naar Groenhuijsen draait: “Jij hebt natuurlijk een schat aan ervaring en je had makkelijk kunnen zeggen: wat weet jij nou, snotneus? Dat gevoel heb jij mij nooit gegeven. Ik ben daar wel gevoelig voor. Met een sterke persoonlijkheid naast me die mij geen ruimte geeft, was ik waarschijnlijk minder uit de verf gekomen. Daar ben ik je wel dankbaar voor.” Groenhuijsen lacht. “Nou ja, jij met zo’n pensionado naast je, dat moet je ook maar willen, hoor.”

Hoewel hij na een paar maanden zelf als presentator aanschoof, was Jeroen Pauw in een coachende rol betrokken bij de duo’s van Op1. “We hebben twee of drie keer met hem gezeten,” zegt Ten Napel. “Eén keer vooraf en we hebben na de eerste twee weken een keer zitten lunchen hier. Ik heb hem ook nog wel een keer gebeld om hem om raad te vragen over een gesprek dat ik lastig vond. Ik merk dat hij dat ook leuk vindt. Hij was bezig aan zijn laatste week Pauw toen ik net wist dat ik Op1 ging doen, ik mocht toen met hem meekijken. Hij nam alle tijd voor me.”

Groenhuijsen: “Wat ik van hem oppikte, is de energie die je erin moet stoppen. Al moet je ook weer niet te veel door het scherm heen spetteren – mensen zitten op dat tijdstip met een glaasje wijn op de bank.”

Selfie voor de deur

Een keer buiten de uitzending om wat drinken, of een hapje eten, om even over andere dingen te praten, dat missen ze wel. “Dat hadden we bedacht; toen kwam corona,” zegt Groenhuijsen. “Nou, ik stond wel een keer ’s nachts voor je deur,” zegt Ten Napel lachend. “Ik was met een vriendin op stap in Utrecht, toen we door jouw straat liepen. Ik appte even snel een selfie voor je deur.” Groenhuijsen: “Ik was nog wakker, jullie hadden best wat mogen drinken.” Ten Napel: “Maar je vrouw sliep al!” Groenhuijsen: “We moeten toch een keer een hapje gaan eten. We gaan sowieso binnenkort met Jan Slagter eten, dat staat al.”

Ten Napel: “We zien elkaar alleen op woensdag en deze twee weken ook op donderdag omdat we invallen voor WNL, maar dan gaat de tijd zo snel dat je nauwelijks aan andere gespreks­onderwerpen toekomt. Ik moet wel zeggen: na de uitzending gaat het vaak wel even over de kinderen. Dan loopt Charles altijd met me mee naar de parkeergarage. Als een soort vader, dat ik niet alleen door het donker hoef. Echt een gentleman, hoor!” Groenhuijsen, met een grijns: “Ach, ik sta er zelf ook geparkeerd.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden