PlusInterview

Op safari vanaf je eigen bank

Journalist en schrijver Joukje Akveld houdt van Afrika. Ze heeft het continent al vaak doorkruist en is in zo’n zestig wildparken geweest. Met Wat niet in de safarigids van je ouders staat wil ze kinderen de schoonheid van Afrika en zijn dieren laten zien.

Een jeepsafari in Zuid-Afrika.Beeld Getty Images/Mint Images RF

In de safarigids voor kinderen van Joukje Akveld staan bijzondere weetjes over allerlei soorten dieren in Afrika. “De meeste ­gidsen focussen zich op één type dier, bijvoorbeeld vogels. Ik wilde ze allemaal!” zegt ze. Geen algemeen bekende feitjes, maar bijzondere informatie. Daarnaast zijn er ­pagina’s gewijd aan ‘Broodjes aap’ (‘feiten’ die worden verteld door gidsen, maar niet waar zijn) en aan ‘Hoe overleef ik mijn ­safari’, met handige tips en tricks.

Waar komt uw liefde voor Afrika vandaan?

“Ik heb altijd al van dieren gehouden, we hadden er ook veel thuis. Toen ik in de twintig was, ben ik voor het eerst naar Zuid-Afrika gegaan, omdat ze daar de grootste wilde dieren hadden. Ik was meteen verkocht. Daarna ben ik nog een aantal keer geweest, in 2018 en 2019 was ik zelfs vijftien maanden weg. Telkens ging ik met een vrachtschip, omdat ik uit angst al twintig jaar niet meer vlieg. Dat schip vaart, vanuit Antwerpen, in drieënhalve week naar Kaapstad. Ik kom daar echt tot rust, zit dan tussen alle mannen, voornamelijk Polen, die met zwaar werk bezig zijn. Er is geen bereik en er kunnen maar drie pas­sagiers mee. Ik kreeg dit idee destijds van een barman in een Amsterdamse kroeg, hij werkte zelf ook op zo’n schip.”

En hoe zijn uw reizen op land verlopen?

“Ik ben op georganiseerde safari geweest, in een open auto met een gids. Maar ik ben ook met een kano, te paard en te voet gegaan. De laatste keer, in 2018, heb ik in Kaapstad een auto gekocht en ben ik zelf naar Oeganda en teruggereden. Mensen thuis verklaarden me voor gek, maar ik heb Philip Briggs, die reis­gidsen over de landen waar ik heenging, heeft geschreven, gemaild met de vraag; “Is it adventure or suicide?” Hij zei dat het kon. Zijn vrouw, wildlife-fotograaf Ariadne Van Zandbergen, heeft de foto’s in mijn boek gemaakt.”

“Soms waren de wegen zo slecht dat ik in een gat kieperde, maar gelukkig had ik een grote auto. En die keer dat we te voet zwarte neushoorns gingen opsporen was ook bijzonder, omdat er opeens twee van die beesten heel hard op ons af kwamen. We renden weg en net op tijd gooide de gids een kiezeltje naar hun kop, waarna ze gelukkig rechtsomkeert maakten.”

Waarom wilde u voor kinderen over Afrika schrijven?

“Afrika is voor veel mensen één pot nat. Veel media hebben ook maar één correspondent voor alle 54 landen. Terwijl: twee aangrenzende landen kunnen compleet verschillend zijn. Er wordt in Nederland nauwelijks over Afrika geschreven, terwijl Nederlanders wel vrij fanatiek op safari gaan. Dat vond ik scheef. Voor kinderen is er überhaupt niets.”

“Ik had al twee boeken over Afrika geschreven voor kinderen; Mijn kleine safari (2017) en Wij waren hier eerst (2017). We zitten momenteel in de zesde uitstervingsgolf en voor het eerst wordt die door mensen veroorzaakt. We gaan onverschillig met dieren om. Ik las ooit een quote van bioloog Michiel Hooykaas: “Wat je niet kent kun je ook niet verdedigen.” Als de komende generatie wat zorgzamer met de planeet en de dieren omgaat, is dat winst. Maar dan moeten kinderen wel kennis hebben van alle beesten die er leven. Daarom schreef ik voor hen. Daarnaast hoop ik natuurlijk ook dat ze het leuk vinden om te lezen.”

Hoe heeft u de balans gevonden tussen het educatieve aspect en het schrijven met humor?

“Als informatie op een aparte manier, niet te saai, is opgeschreven, blijft die naar mijn idee beter hangen. Daarom vergelijk ik nijlpaarden bijvoorbeeld met vervelende klasgenootjes, om het herkenbaar te maken voor kinderen. Dan wordt er een beeld gevormd.”

“Dit boek bevat ook een zeer kritische pagina over mensen, die ik op dezelfde manier beschrijf als de andere dieren. Biologisch gezien kunnen we niet veel. Toen ik snorkelde op drie meter afstand van een negentien meter lange walvishaai merkte ik bijvoorbeeld al snel hoe onhandig de mens onder water is. Toch voelen mensen zich superieur.”

Niet alle kinderen gaan op safari met hun ouders. Wat hoopt u dat de thuisblijvende kinderen uit uw boek halen?

“Momenteel zullen mensen überhaupt weinig hun huis uitgaan; het perfecte moment om met een boek op de bank een reis in je hoofd te maken! Daar is dit boek ook zeker voor bedoeld. Ik wil iets van een andere wereld laten zien. Tegenwoordig kunnen kinderen op het internet alles vinden, maar dat is anders dan het echt beleven. Met dit boek wil ik ze meenemen, het ze laten ervaren. Laten verdwijnen in een wereld van een ander. En een realistisch beeld geven; je ziet in één reis niet alles wat je in de natuurdocumentaires op tv ziet, maar het is een prachtig continent. Je moet mazzel hebben, en veel geduld. Maar dat maakt het juist interessant.”

Joukje Akveld, Wat niet in de safarigids van je ­ouders staat, Gottmer, 224 blz,  €18,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden