PlusCoronadagboek

Op oudtestamentische wijze gaan we slaag krijgen

Vanuit zijn woonplaats op het Franse platteland schrijft schrijver Dimitri Verhulst over zijn ervaringen tijdens de coronapandemie. ‘We hebben potdomme een ons allen verbindend onderwerp.’

Legerhospitaal met grieppatiënten in de Eerste Wereldoorlog, Aix-Les-Bains, Frankrijk.Beeld Corbis via Getty Images

Het is goed schrijven onder de Franse zon. Het is ook goed schrijven onder de Franse zon in quarantaine. En origineel is het niet. ­­­­F. Scott Fitzgerald deed het in 1918, in een poepsjiek en ongetwijfeld peperduur hotel aan de Franse Rivièra, zich verschuilend voor de uiterst dodelijke Spaanse griep die volgens sommige schattingen wereldwijd 50 miljoen levens heeft geëist. 

En toch heeft Fitzgerald niet over de Spaanse griep geschreven, terwijl ik nu, na slechts een paar dagen van paniek, als vele van mijn collega’s, over niets anders meer schrijf. Ik schaam me zelfs een beetje, nog meer letters toe te voegen aan de molshoop columns en slimmerikerijen die er dagelijks over de lezenden worden uitgestort. Gaan wij die coronadagboeken allemaal uitgeven straks, wij schrijvelaartjes? Wordt dat even gezellig in de boekhandel. Er zullen stickers worden bedacht om op covers te kleven: ‘Dit boek gaat niét over corona.’

Fitzgerald had tbc. De dood was al langer een dagelijkse metgezel. Kon hem de griep nog schelen.

Iedereen liep zich in die dagen ook te krabben op plaatsen waarvoor vandaag aparte scheermesjes bestaan. En ging daar dikwijls ook nog eens dood aan.

Er was pellagra, er was rachitis. Er was scheurbuik en er was struma. Ooit waren er mensen die wisten wat dit was. En je moest dertien uur per dag werken. Maar die arbeiders schreven natuurlijk niet. Het was al een wonder als ze iets of wat schrijven konden.

En er had ook net een wereldoorlog gewoed, nietwaar, die achtenhalf miljoen bijzonder jonge levens had gekost. In het licht van zoveel werkelijkheid weegt een pandemie veel lichter. Al waren het wel verdikkeme 50 miljoen doden. 

De Indische auteur Munshi Premchand, veel geliefder dan de beroemde Rabindranath Tagore, woonde in een redgio waar 3 miljoen mensen vielen te betreuren, en noteerde dat ‘de Ganges was gezwollen door de lijken’. Hij heeft wel over de griep geschreven, maar in verhouding tot wat hij heeft gezien en meegemaakt, ontzettend weinig. Onder meer zijn hele familie dreef op die Ganges.

Ook toen, Italië

Ernest Hemingway? Die had een vriendin, enfin, hij had ongetwijfeld vele vriendinnen, allemaal magerder dan hijzelf, maar eentje, Agnes von Kurowsky, was verpleegster in Italië waar ze patiënten met de Spaanse griep verzorgde. 

Ja, Italië. Ook toen, Italië. 

Hemingway een beetje kennende van lezen schat ik in dat hij nog liever deelnam aan lockdownfeestjes dan dat hij sentimentele columns of dagboeken over een ziekte schreef. Hemingway stierf niet aan onnozelheden, en al helemaal niet aan een griepje. Had hij zichzelf met z’n lekkere dubbelloops geen vuistdik hol in de kop geschoten, hij leefde ongetwijfeld nog.

William Carlos Williams (u kent hem, The Great American Novel is een begrip dat hij heeft bedacht, het was een van zijn boektitels), was arts, en legde tijdens de pandemie, hou u vast, maar liefst zestig huisbezoeken af per dag! Na de griep publiceerde hij gedichten die gingen waar gedichten meestal over gaan. Niet over de griep. Williams was een groot kenner en liefhebber van het werk van Brueghel, dan weet je dat er door de hele geschiedenis van het onbehaarde apendom heen aan van alles en nog wat op grote schaal werd gestorven.

Hij zou één van die mensen zijn geweest voor wie wij vandaag op ons balkon staan te applaudisseren. De helden die hun eigen leven op het spel zetten om het onze te redden. De helden die daarom ook vandaag door onze politici worden geroemd, omdat het in hun kraam past. En die morgen weer voor een kutmijnklotenloon mogen verder werken. Idem trouwens voor Agnes von Kurowsky.

John don Passos had zelf de Spaanse griep opgelopen. Waar is die griep in zijn oeuvre?

En ook mijn goede vriend T.S. Eliot had de Spaanse griep aan zijn broek, samen met zijn vrouw Vivien, die ook al psychisch een wrak was trouwens. Althans niet al te letterlijk heeft hij over dit gemene virus geschreven, maar volgens de dame die daar onderzoek naar heeft verricht, Laura Spinney, zou The Waste Land kunnen verwijzen naar het lege Londen ten tijde van de lockdown. 

Tja. Zou kunnen. 

Interessanter is haar theorie dat de griep zowel in China als in India heeft geleid tot een verschuiving in de letteren, en dat de literaire taal plaatsmaakte voor spreektaal. En dat men in Brazilië blij was met het razen van de ziekte, omdat die geen onderscheid maakte tussen de klassen en de rassen. 

Wat de Brazilianen zelf niet lukte, Brazilië daadwerkelijk één te maken, lukte uitsluitend door iets wat enkel met een elektronenmicroscoop viel waar te nemen. (In Duitsland, geef ik even mee, heette de Spaanse Griep anders: de Vlaamse griep! Maar dat was natuurlijk uit frustratie, ze waren nog maar net in de Westhoek in de pan gehakt.)

Wij witte Europeaantjes

En zie ons vandaag maar schrijven. Er is nu al meer geschreven over corona dan ooit over de Spaanse griep. Ook ik, ik ben geen haar beter.

Waarschijnlijk omdat we eindelijk eens iets meemaken, wij witte Europeaantjes met onze welstand, onze levensverwachting. We konden bijna psychologische bijstand krijgen in het geval van diarree! Bestond er geen kanker, het werd wel heel erg moeilijk om nog te sterven. 

Geen oorlog gezien, geen honger gevoeld. En misschien zijn we ook nooit echt verenigd geweest door een en hetzelfde thema. Net als de Brazilianen eertijds hebben we iets wat de klassen overschrijdt. Corona maait de arme neer, de rijke neer, de slimme neer, de dwaze neer. Willekeurig, zoals de natuur altijd is geweest.

Het woord ‘gelijk’, check it out, komt etymologisch van ‘lijk’. Toptaal, het Nederlands. De mooiste ter wereld. Ik ben zeker dat ze het in de hemel spreken. Met een licht Gents accentje, dat wel.

Herinner ik mij dat goed, en hoorde ik nog niet zo lang geleden in een aflevering van Zomergasten de zin uitspreken: ‘De mens die duizend jaar zal worden is waarschijnlijk al geboren’?

Onze voeten staan op de grond, en ze staan daar goed. Onze waan van onaanraakbaarheid is gekraakt, we kunnen er maar deugd van hebben. We hebben potdomme een onderwerp, een ons allen verbindend onderwerp. Wij, die ons al schuldig begonnen te voelen als we op ons zeventigste niet meer aan sport deden. Niet als individu, maar mogelijks wel als gemeenschap, hadden we misschien al erg lang niets meer te zeggen. Hetgeen we wellicht hebben te danken aan al die geluksgoeroes van de laatste jaren: onze niksigheid. Onze leegte.

We gaan slaag krijgen. Op oudtestamentische wijze gaan we slaag krijgen. Dat is waar het naar uitziet. Niet volgens de schrijver met eindelijk eens een onderwerp, wel volgens virologen. Enfin, we weten het niet. Elke zin die morgen wordt herlezen kan hysterisch of profetisch zijn. Maar de nederigheid die we ondertussen moeten opbrengen: zij was meer dan welgekomen.

Andere verslagen van Dimitri Verhulst uit Frankrijk zijn te lezen op www.uitgeverijpluim.nl.

Vlaamse schrijver en dichter (Aalst, 1972). Hij schreef onder meer De helaasheid der dingen en Godverdomse dagen op een godverdomse bol.Beeld ANP Kippa/Koen van Weel
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden