Plus

Op Martinique kreeg Paul Gauguin de smaak te pakken

Paul Gauguin werkte in 1887 samen met de schilder Charles Laval vier maanden op Martinique. In het Van Gogh Museum zien we de koloniale blik van een vernieuwer.

De mangobomen, Martinique (1887), olieverf op doek van Paul Gauguin Beeld Van Gogh Museum

Het Van Gogh Museum heeft zich door de jaren heen steeds intensiever gericht op Van Goghs favoriete kunstbroeder Paul Gauguin (1848-1903).

Het museum heeft 27 kunstwerken van hem in de collectie, waaronder twee schilderijen die Gauguin vervaardigde tijdens een bezoek aan Martinique.

In 1887 bracht Gauguin samen met de schilder Charles Laval (1861-1894) vier maanden door op het Caribische eiland, onderdeel van de Franse Antillen.

In Gauguin & Laval op Martinique is een groot deel van de schilderijen en werken op papier bij elkaar gebracht die de Franse kunstenaars op Martinique maakten.

De schilderijen hangen gewoon aan de wand; tekeningen en brieven 'zweven' op een glazen wand middenin de ruimte, waardoor je schilderijen en hun voorbereidende schetsen in één oogopslag bij elkaar kunt zien.

Kunsthistorisch gezien is deze periode op Martinique interessant omdat Gauguin op Martinique de smaak te pakken kreeg van nieuwe thema's die hij later zou uitwerken.

Gauguin had zich afgekeerd van het mondaine leven in Parijs en zocht elders naar inspirerende plekken om te schilderen. Aanvankelijk vond hij die aan de zuidkust van Bretagne, waar het luchtige impressionisme in zijn werk plaatsmaakte voor scherpe omtreklijnen en felle kleuren.

Hij schilderde experimentele, decoratieve landschappen met figuren vanuit verrassende standpunten.

Een ongerepte omgeving
In Bretagne leerde Gauguin Charles Laval kennen, een jonge kunstenaar die ook vanuit het moderne Parijs op zoek was gegaan naar het rustieke leven. Beiden keerden in het najaar van 1886 terug naar Parijs en ze bleven contact houden, deelden misschien zelfs een atelier.

Gauguin had problemen. Zijn vrouw was met hun kinderen naar haar geboorteland teruggekeerd, er was weinig of geen belangstelling voor zijn schilderijen en critici besteedden geen aandacht aan zijn werk.

De twee kunstenaars besloten te vertrekken naar een ongerepte omgeving, een eenvoudige plek 'zonder zorgen voor vandaag of morgen', zoals Laval in een brief schreef.

Ditmaal keken ze verder dan Bretagne. Het reisdoel was een ongerept en exotisch oord dat tot de Franse koloniën behoorde. Ze belandden via Panama op Martinique, in een hutje op een plantage ten zuiden van de havenplaats waar ze waren aangekomen.

'Momenteel zijn we gehuisvest in een case à nègres ['negerhut'] en het is een paradijs vergeleken met de istmus [Panama]. Onder ons allerlei soorten fruitbomen, en dat alles op 25 minuten van de stad,' schreef Gauguin.

Op de schilderijen die het tweetal er maakte is het eiland inderdaad een ongecompliceerd paradijs, vol wuivende palmen en prachtige stranden waar zwarte vrouwen die in felgekleurde kleding tegen een boom rusten of rondlopen met tropische vruchten op hun hoofd.

Die exotische mensen op de schilderijen moesten in werkelijkheid onder erbarmelijke omstandigheden werken op de rietsuikerplantages.

Aangetaste reputatie
Het Van Gogh Museum snapt ook wel dat Gauguin een clichébeeld bevestigde van het leven in de tropen. En dus gaat het in de catalogus niet alleen over composities en kleurgebruik, maar wordt omstandig stilgestaan bij de plaatselijke realiteit.

Hoe die was verbonden met kolonialisme, imperialisme, overheersing, uitbuiting en winstbejag. Gauguin wilde het allemaal niet zien, profiteerde volop van zijn witte privileges, zag zelfs wel mogelijkheden om een plantage te kopen en zo winst te maken.

Twee manden­draagsters op Martinique (1889), een gouache op papier op karton van Charles Laval Beeld Van Gogh Museum

Gauguins reputatie werd postuum al enorm aangetast door claims dat hij zijn vrouw had mishandeld en dat hij zich op Tahiti had gedragen als een sekstoerist die zich vergreep aan minderjarige meisjes. Onderzoekers van het museum hebben geen aanwijzingen gevonden dat dat ook op Martinique is gebeurd, maar er blijft genoeg over.

De catalogus van de tentoonstelling laveert dan ook tussen beschrijvingen van zijn artistieke verdiensten en een kritische reflectie op de cultuurhistorische omstandigheden op Martinique. 'Stereotiep, maar toch vernieuwend,' is de zo ongeveer de eindconclusie.

Er zijn ook nog puur kunsthistorische kwesties die op de tentoonstelling aan de orde komen. Het is bijvoorbeeld opmerkelijk dat een van de werken uit een particuliere collectie in het bijschrift wordt aangeduid als 'ooit toegeschreven aan Paul Gauguin'.

Het gaat om een schilderij van een boerderij dat in de tijd van Gauguin is gemaakt en waarvan de locatie op Martinique is teruggevonden. Het schilderij werd in 1944 afgeschreven door Daniel Wildenstein, destijds dé Gauguinautoriteit.

Nu blijkt de penseelvoering wel heel sterk overeen te komen met die van Laval. Binnenkort buigen enkele experts zich over het auteurschap. Het zou dus kunnen dat er daarna een schilderij aan Lavals oeuvre wordt toegevoegd.

Gauguin & Laval op Martinique: t.m. 13/1 in het Van Gogh Museum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden