Reportage

Op het Wimbledon van de schaaksport schaken profs én amateurs

Bij het Tata Steel-schaaktoernooi spelen de grootmeesters in dezelfde zaal als eenvoudige krabbelaars. Een van hen is Het Parool-verslaggever Roelf Jan Duin, die een paniekaanval achter het bord beleeft. 

Verslaggever Roelf Jan Duin beleeft een paniekaanval achter het bord. Beeld Marc Driessen

Als de gong slaat verstomt het geroezemoes. Het enige wat nog klinkt in Dorpshuis de Moriaan is het getik van de schaakklokken die na iedere zet ingedrukt worden en, als je er op gaat letten, het ingehouden gekuch. Van die nerveuze Concertgebouwkuchjes. 

Want iedereen is gespannen: de professionele spelers aan het uiteinde van de zaal, voor wie het Tata Steel Chess geldt als een van de belangrijkste toernooien van het jaar. Maar ook voor de honderden amateurs die zich in Wijk aan Zee een klein beetje grootmeester mogen wanen. Want de nabijheid van wereldkampioen Magnus Carlsen, dat straalt toch ook een beetje op jou af, als eenvoudige kroegschaker.

Ik maak mezelf wijs dat ik er zelfs beter van ga spelen. Al geldt dan ook voor mijn tegenstander, bedenk ik me meteen. Deze kijkt geconcentreerd naar het bord dat tussen ons in staat. De komende uren zullen we zwijgend tegenover elkaar doorbrengen. 

Tata Steel Chess, dat voor de 82ste keer wordt georganiseerd, wordt ook wel het ‘Wimbledon van de schaaksport’ genoemd. Dat zegt iets over de status van het evenement, maar doet geen recht aan het unieke karakter van het toernooi. Want wat de twee weken in Wijk aan Zee zo bijzonder maken is dat de beste spelers ter wereld in dezelfde ruimte schaken als de amateurs. Alsof je in een oude DAF op hetzelfde circuit mag rijden waar tegelijkertijd Max Verstappen in zijn Formule 1-bolide rondscheurt.

Bij binnenkomst ben ik opgelucht dat ik niet tegen een kind hoef te spelen. Dat is voor iedere volwassen schaker een gruwel: die jongetjes en meisjes van nog geen tien jaar oud, die op hun hurken op hun stoel zitten en je alle hoeken van het bord laten zien. Ook uit een overwinning kun je nauwelijks voldoening halen. Durf je wel, tegen een jongetje van acht?

Verboden telefoons

Voordat de partijen van start gaan spreekt de wedstrijdleider de zaal toe. Mobiele telefoons zijn ten strengste verboden, zegt hij. Ook bij het verlaten van de speelzaal mogen er geen telefoons meegenomen worden, er zullen bij de toiletten zelfs scanners worden ingezet.

Vorig jaar liep een Georgische grootmeester bij een toernooi in Dubai nog tegen de lamp toen hij op de wc een schaak-app raadpleegde.

Stilte nu. Concentratie.

Ik speel met wit, en neem mij voor om agressief te openen. Het beruchte Smith-Morra gambiet misschien, of anders het Deens, een krankzinnige opening waarin je twee pionnen weggeeft in ruil voor sterk tegenspel met de lopers. Dat voornemen kan bij zet twee al het raam uit als mijn tegenstander me verrast met een variant op de Scandinavische verdediging die mij onbekend is.

Lichte paniek. Hij is hier vast meer bedreven in dan ik. Straks word ik in de val gelokt.

Onzeker spel

Ik speel onzeker, durf geen risico te nemen, ben vooral bezig met geen fouten maken in plaats van met goede zetten bedenken. Hoe zouden, helemaal aan de andere kant van de zaal, Magnus Carlsen en Anish Giri, bezig zijn met hun partij? Zijn ze even nerveus als ik? Zijn ze ook als de dood om een blunder te begaan?

Ik besluit om mezelf even rust te gunnen en kijk om me heen. Ik heb nog ruim een uur bedenktijd, en op het mooiste toernooi ter wereld mag je ook best even genieten. In de zaal hangt de geur van erwtensoep, het Wijk aan Zeese equivalent van de aardbeien met slagroom op Wimbledon. En verder, ja, verder heel veel schakende mannen, het aantal vrouwen is op één hand te tellen. Een zaal met honderden zwijgende, overwegend witte, tamelijk onmodieuze mannen. Veel fleecetruien, stevige schoenen en baarden van het niet-hippe soort. Gewone mannen, die bezig zijn met hun hobby: schaken.

Fuck ja, schaken, daarvoor was ik hier, terug naar het bord. Ik heb geen idee wat ik met mijn stelling aan moet, heb geen begin van een aanvalsplan. Ondertussen drijft mijn tegenstander me iedere zet verder in het nauw, als een wurgslang die langzaam de zuurstof uit zijn prooi perst. Ik sta uitermate zwak. Plotseling zie ik dat hij kan toeslaan op a3, en zo een volle pion winst kan verkrijgen. Dan kan ik weinig anders dan opgeven.

Remise

Sukkel, hoe kun je nou zoiets simpels over het hoofd zien, hou je kop er nou eens bij! Godzijdank ziet hij het ook niet. Nu kan ik eerst mijn pion doorschuiven, en opeens lijk ik de angel uit zijn aanval gehaald te hebben. De vier torens gaan ervan af, dan de lopers, en opeens is het bord nagenoeg leeg. “Ik bied remise aan,” zeg ik weifelend, en tot mijn grote opluchting neemt hij mijn uitgestoken hand aan.

Aan de andere kant van de zaal spelen Carlsen en Giri ook remise. Dat schept een band: alle drie zijn we nog ongeslagen in Wijk aan Zee.

De nabijheid van wereldkampioen Magnus Carlsen (l) straalt ook een beetje af op de eenvoudige kroegschakers. Beeld EPA
Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden