Plus

'Op het toneel sta ik niet meer met Eva, maar met een collega'

In Wozzeck van Alban Berg zingt het sterrenechtpaar Eva-Maria Westbroek (sopraan) en Frank van Aken (heldentenor) voor het eerst in Nederland samen in dezelfde opera. 'Het is echt supergezellig.'

Eva-Maria Westbroek met achter haar Frank van Aken in Wozzeck. Links bariton Christopher Maltman Beeld Ruth Walz

Samen zingen, welk cijfer geven jullie ­daarvoor?
Frank van Aken: "Een 9."
Eva-Maria Westbroek: "Ik een 10."

Waarom een 9?
Frank: "Ja, het valt niet altijd mee hè?" (Kijkt plagerig naar zijn vrouw. Ze lacht.) "Nee, het is natuurlijk ontzettend leuk. Maar zodra ik op het toneel sta tijdens een voorstelling, sta ik er niet meer met Eva, maar met een collega, of een personage. Met Isolde, of in dit geval, bij Wozzeck, met Marie. Dan vergeet ik dat het Eva is."
Eva: "Het is leuk dat je elkaar op repetities kunt helpen en steunen."
Frank: "Eva heeft wel meer geduld dan ik."
Eva: "Helemaal niet!"
Frank: "Jawel. Ik zeg dan al gauw: ga nou naar li-hinks. Bij een andere collega doe je dat niet zo gauw."

Wanneer was de eerste keer dat u samen zong?
Frank: "Cavalleria rusti­cana, dacht ik. Toch, Eef?"
Eva: "Nee, Tosca, maar toen waren we nog geen paar."
Frank: "O ja."

Eva: "Nee, het is echt supergezellig, samen zingen, want als je los van elkaar op verschillende plekken op de wereld zingt, ben je vaak eenzaam hoor. Je bent heel veel alleen, en nu niet, en daar geniet ik erg van."

Frank: "Toen Eva laatst in Buenos Aires moest zingen, kon ik niet mee. Dat vond ik wel jammer. Haar debuut in de Met in New York als Sieg­linde heb ik ook moeten missen, want toen moest ik zelf Siegmund zingen. Ik ben een jaar later wél gegaan, maar toen moest ik meteen zelf zingen, als invaller. Maar we zijn er aan gewend. En je hebt Skype tegenwoordig. Dat maakt heel veel uit. Dan zie je elkaar drie weken niet, maar doordat je elkaar toch in de ogen kunt kijken, voelt dat helemaal niet zo."

Eva: "Ja, dat is wel waar."
Frank: "Toch ben ik altijd weer dankbaar als we weer eens samen kunnen zingen, want het is niet vanzelfsprekend."

Hoe vaak is het voorgekomen tot nog toe, even voor de statistiek?
Frank: "In Chili hebben we Tannhäuser gedaan."
Eva: "In Frankfurt Die Walküre. In New York Lady Macbeth van Mtsensk. De keer erna Tannhäuser, toen Frank understudy was voor Johan Botha - samen twee maanden in New York, dat was fantastisch."
Frank: "Daarvoor nog een Don Carlos in het Duits."
Eva: "En Elektra en Jenufa, allebei in Stuttgart."
Frank: "Elektra in de Komische Oper. Ik heb Aegist ook nog in Covent Garden gezongen, maar daar was jij niet bij toch?
Eva: "Nee."
Frank: "Ik denk dat we hoogstens tot tien komen. Het blijft een grote uitzondering."

Zingt u dan ook beter?
Frank: "We zijn er dan wel extra mee bezig. Het is een stimulans om het nóg beter te maken. Klinkt misschien raar, maar zingen is ons beider passie en als je in dezelfde productie zit, kun je de dingen nog beter bespreken."
Eva: "Ik ben soms wel nerveuzer. Plaatsvervangend nerveus voor Frank. Als hij een rafeltje heeft, voel ik de zenuwen al gieren. Maar ik heb zelf ook vaak een rafeltje hoor."
Frank: "Dit zijn vreemde dingen. Als je collega minder presteert, heb jij daar zelf ook last van. Het blijft een opera. Je speelt sámen. Je kan worden opgetild door de mensen om je heen."

Of worden neergehaald?
Eva: "Dat komt ook voor. Als je geen lijntje met een collega hebt."
Frank: "Ik durf wel te zeggen dat we als we, als we onder gunstige omstandigheden samenwerken, het beste uit onszelf kunnen halen. Dat is meerdere malen gebeurd. Die Walküre in Frankfurt met dirigent Sebastian Weigle bijvoorbeeld. We hadden de opera allebei al een keer gedaan, maar nog nooit samen."

En als u iets hoort waarop u kritiek hebt, kunt u dat dan zeggen?
Frank: " Als we iets doen waarvan de ander denkt dat het niet werkt, zeggen we dat. Je moet dat dan natuurlijk wel voorzichtig brengen. Als Eva bijvoorbeeld te veel naar de zijkant zingt, dan zeg ik dat. Tegen andere collega's kun je dat bijna nooit doen. En als je het doet, speel je het via de regisseur."
Eva: "Ik zing altijd te veel naar de zijkant, bijvoorbeeld."
Frank: "En dan hoort het publiek veertig procent niet. De meesten bekommeren zich daar niet om, maar dat zou wel moeten."

En waarom zingt u dan te veel naar de zijkant?
Eva: "Omdat ik dan te veel in mijn rol zit. Dan moet ik iets zingen tegen iemand die naast me staat en dan sta ik ten opzichte van de zaal verkeerd."
Frank: "Veel regisseurs zijn tegenwoordig filmisch ingesteld, terwijl wij zangers meer aan de akoestiek denken. Een goede operaregisseur houdt daar rekening mee. Een minder goede bedenkt soms dingen die voor zangers totaal niet handig zijn. Ik ben daar allergisch voor."

Hoe belangrijk is het samen zingen? Wat kiezen jullie als je ook ergens een grote solorol zou kunnen krijgen?
Frank: "Het ligt aan de rol. Als ik ergens in mijn eentje een Otello aangeboden zou krijgen of de Tambourmajor uit Wozzeck die ik hier nu met Eva ga zingen, dan weet ik wel wat ik kies. Dan wordt het Otello. Of Tristan."

Eva: "We hadden eerder ook weleens iets samen kunnen doen, maar toen kreeg ik een aanbieding uit Londen."
Frank: "Die laat je dan niet schieten. Maar naarmate je ouder wordt, gaat samen zingen wel zwaarder wegen."
Eva: "Je bent altijd maar van huis hè?"
Frank: "Gelukkig zingen we in hetzelfde repertoire. Een Parsifal zouden we mooi samen kunnen doen. Eva gaat over drie jaar trouwens Kundry in Parsifal doen, in Berlijn."

In Amsterdam zingen jullie deze maand bij De Nationale Opera samen in Wozzeck van Alban Berg. Twee roldebuten.
Frank: "Mijn rol, de Tambourmajor, is wat minder gelaagd dan die van Eva's Marie."
Eva: "Minder gelaagd? Jouw rol heeft helemaal geen lagen."
Frank: "Haha, ja. Hij is een Draufgänger."

De Tambourmajor is wel zo'n beetje de grootste klootzak in het hele operarepertoire.
Frank: "Daarom hebben ze me waarschijnlijk ook gevraagd."
Eva: "Hahaha."
Frank: "Het is wel een A-partij, zoals dat heet. Een dankbare rol ook. Hij heeft een affaire met Marie en dat is ook de reden waarom Wozzeck hem vermoordt."

Eva: "Mij kostte de rol van Marie instuderen ontzettend veel hersenactiviteit, want je hebt vocaal he-le-maal geen houvast, maar ik vind het steeds gaver worden. Ik vind de muziek en zeker ook de tekst héél sterk. Aan Marie kun je zien wat armoede in die tijd met je deed. Haar leven is totaal kansloos. En dan denkt ze een kans te hebben met de Tambourmajor, maar dat loopt verschrikkelijk af."

Had u iets met de muziek van Berg?
Eva: "Niets. Toen ik de noten onder ogen kreeg, was het eerste wat ik dacht: o, my fucking word! Moet ik dát instuderen?"
Frank: "Ik had net Lear van Aribert Reimann gezongen en daar is het wel aan verwant. Je went aan het idioom."
Eva: "Ja. Ik vind het nu ook schitterend. Echt zulke mooie momenten!"

De Nationale Opera. Alban Berg-Wozzeck. ­Regie: Krzysztof Warlikowski. Nederlands Philharmonisch Orkest o.l.v. Marc Albrecht. Solisten: Christopher Maltman (Wozzeck), Eva-Maria Westbroek ­(Marie), Frank van Aken (Tambour­major), Willard White (Doktor), Marcel Beekman (Hauptmann) e.a. Voorstel­lingen op 18, 21, 23, 26/3 en 4, 6, 9/4 in Nationale Opera & Ballet.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden