PlusAchtergrond

Op de Kop van Java ontbreken nog driehonderd namen

Op Java-eiland staat een monument ter nagedachtenis van de in WO II omgekomen werknemers van de Stoomvaart Maatschappij Nederland. Op dat monument ontbreken de namen van ruim 300, vooral uit Nederlands-Indië afkomstige gevallenen.

De tewaterlating van het ss Rotti in 1914. Beeld Stadsarchief
De tewaterlating van het ss Rotti in 1914.Beeld Stadsarchief

Voorovergebogen, met de hand voor het gezicht, tuurt de zeeman op de kop van Java-eiland over het IJ naar het Noordzeekanaal. De zeeman met zuidwester, bijgenaamd Joop Hoorn, de bootsman van Stoomvaart Maatschappij Nederland (SMN), kijkt uit naar zijn makkers die in de Tweede Wereldoorlog op zee zijn. Zeeman op de uitkijk van beeldhouwer Pieter Starreveld (1911-1989) is een monument voor de honderden zeelieden van rederij SMN die niet meer in de Amsterdamse haven terugkeerden en veelal op zee zijn omgekomen.

“Velen kennen de geschiedenis van het monument niet,” zegt Gus Maussen, die afgelopen jaar een zesdelige podcast over de SMN maakte. De rederij heette in de volksmond ‘de Nederland’, was van 1910 tot 1968 op Java-eiland gevestigd en ging later op in Koninklijke Nedlloyd. In Maussens huis op het Java-eiland liggen talrijke bedrijfsbrochures, reisgidsen, menukaarten, plattegronden van de schepen, geborduurde zakdoekjes, stapels boeken en zelfs een blikken sigarettendoosje van de SMN.

Oprichting

De rederij werd in 1870 opgericht als postdienst tussen Nederland en Nederlands-Indië. Aanleiding was de opening van het Suezkanaal (1869) en de naderende opening van het Noordzeekanaal (1876). De stoomschepen werden aanvankelijk in Engeland gebouwd. De scheepsbouw van vracht- en passagiersschepen werd 25 jaar later voortgezet op de Oostelijke Eilanden. Vooral de passagiersschepen kregen rond 1930 bekendheid, zoals het ms Johan van Oldenbarnevelt, het ms Marnix van St. Aldegonde en het het ms Christiaan Huygens. “De schepen met hun rijkgedecoreerde interieurs waren drijvende paleizen,” zegt Maussen.

Trots aangeprezen

In brochures van de SMN worden de schepen met trots aangeprezen. Kleurrijke schetsen en foto’s van het ms Christiaan Huygens geven een inkijkje: de veranda, de luxueuze hutten, de kinderkamer, de leessalon en de ebbenhouten rooksalon met behaaglijke stoelen om ‘onder het genot van een goede sigaar de genoegens te ondergaan van een partijtje skate, omber, dan wel een robbertje whist’, allemaal kaartspellen, alle voor de eerste klasse

Interieur van het ss Jan Pieterszoon Coen, eetsalon eerste klasse. Beeld
Interieur van het ss Jan Pieterszoon Coen, eetsalon eerste klasse.

‘Zonder goede maaltijden en bedienend personeel zou het reizen met onze schepen veel van zijn bekoring missen. Een typische bijzonderheid aan boord der schepen zijn de Madoereesche tafel- en hutbedienden (z.g. djongos), die door hun kalme, ingetogen wijze, waarmede zij de passagiers tegemoetkomen, zeer gewaardeerd worden.’

J. Moulijn bracht voor haar eerste reis een ode aan het schip dat in 1927 in Amsterdam te water werd gelaten en 923 opvarenden kon onderbrengen: ‘O Huygens, trotsche, stoere schuit/ Straks slaan je schroeven ‘vol vooruit’/ Dan vliegt het water langs je huid/ Met bulder-bruisend schuimgeluid!’

Tweepersoons hut in de eerste klasse aan boord van het ss Jan Pieterszoon Coen. Beeld
Tweepersoons hut in de eerste klasse aan boord van het ss Jan Pieterszoon Coen.

Dertien jaar later hing de vlag er heel anders bij. In mei 1940 werd het voormalige vlaggenschip van de SMN, het ss Jan Pieterszoon Coen, door de Nederlandse marine tot zinken gebracht voor de sluizen van IJmuiden om de toegang tot de Amsterdamse haven te blokkeren. Passagiersschepen, waaronder de Christiaan Huygens, werden omgebouwd voor troepentransport en namen deel aan de geallieerde invasies in 1942 en 1943 in Noord-Afrika en Italië.

Getorpedeerd

De helft van de 32 schepen tellende MSN-vloot overleefde de oorlog niet. Veertien schepen werden getorpedeerd op de Atlantische Oceaan, de Stille Oceaan en de Middellandse Zee. Meer dan 600 opvarenden kwamen daarbij om. De Christiaan Huygens liep in de zomer van 1945 op tien mijl van Westkapelle op een geallieerde zeemijn waarna het schip zonk.

Op de kop van Java-eiland kwam vijf jaar na de oorlog het monument met 321 namen van omgekomen SMN-zeelieden te staan. “Er zijn echter 643 MSN-medewerkers gevallen,” zegt Maussen. “Op de sokkel staan de namen van Nederlanders en niet die van koninkrijksgenoten uit Nederlands-Indië, Engels-Indische matrozen, de zogeheten laskaren, en Chinezen die veelal als bediende, matroos, stoker en olieman werkten. De Nederlandse bemanning ging er na een torpedoaanval in sommige gevallen in een sloep met motor vandoor, terwijl de laskaren op vlotten werden achtergelaten. Van hen is nooit meer iets vernomen. Hun namen moeten even­eens op de sokkel komen. Ook zij hebben gevochten voor onze vrijheid,” zegt Maussen, die in het bezit is van alle namen van de gevallen SMN-medewerkers.

De zesdelige podcast Amsterdam op Stoom! is gratis te beluisteren via Spotify:

Aanval op de Bintang

Daniel Tutuhatunewa (1923-1981), geboren op de Molukken, is een van de werknemers van de Stoomvaart Maatschappij Nederland die na een torpedoaanval tijdens de Tweede Wereldoorlog het vege lijf wist te redden. Als leerling-machinist was hij aan boord van vrachtschip ms Bintang dat met zestig bemanningsleden en twee passagiers op weg was van Calcutta, via Kaapstad naar Trinidad toen het op 21 november 1942 in de Atlantische Oceaan om 5.09 uur werd getroffen door twee torpedo’s van een Duitse onderzeeër. Het schip zonk in drie minuten.

Tutuhatunewa wist een plek op een van de vlotten te bemachtigen. “Zeventien dagen dobberde hij op zee en zag hij haaien om zich heen zwemmen. Uiteindelijk is hij door een Engels schip gered,” zegt zijn zoon Jedan (68). Tutuhatunewa werd naar de VS gebracht voor een operatie waarbij een long werd weggenomen. Hij bracht er twee jaar in een sanatorium door. De zee moest hij vaarwel zeggen.

Bij de torpedoaanval kwamen 21 opvarenden van de Bintang om het leven. Veertien van hen waren volgens Maussen Brits-Indische matrozen, zogenoemde laskaren. Hun namen staan niet op de sokkel van het monument.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden