PlusInterview

Oorlogsverslaggever Christina Lamb laat deovertreffende trap van gruwel zien

De Britse journalist Christina Lamb schreef het boek Ons lichaam, jullie slagveld. Over de allesverwoestende impact van het goedkoopste wapen in oorlogstijd: verkrachting.

De duizenden jurken en rokken aan waslijnen in het stadion van Pristina, een installatie van kunstenaar en activist Alketa Xhafa Mripa, brengen de naar schatting 20.000 verkrachtings­slachtoffers in de oorlog van Kosovo tegen Servië in beeld. Beeld AP
De duizenden jurken en rokken aan waslijnen in het stadion van Pristina, een installatie van kunstenaar en activist Alketa Xhafa Mripa, brengen de naar schatting 20.000 verkrachtings­slachtoffers in de oorlog van Kosovo tegen Servië in beeld.Beeld AP

Het is een zinnetje waar je koud van wordt, ver in Ons lichaam, jullie slagveld – maar nog lang niet tegen het einde van alle gruwel die Christina Lamb beschrijft in haar boek dat volgende week in Nederlandse vertaling verschijnt. ‘Iedereen applaudisseerde, maar er gebeurde niets.’

Lamb is in 2019 in de Democratische Republiek Congo op bezoek bij de man die ‘de Wonderdokter’ wordt genoemd, de gynaecoloog die meer slachtoffers van verkrachting dan wie ook ter wereld heeft behandeld: Denis Mukwege. Hij heeft een paar maanden eerder met jezidi-activist en verkrachtingsslachtoffer Nadia Murad de Nobelprijs voor de Vrede ontvangen voor hun inzet tegen seksueel geweld in gewapende conflicten.

Ze complimenteert hem met zijn vlammende speech bij de uitreiking. Hij vertelt hoe hij in 2001 uit wanhoop over de epidemie van verkrachtingen door milities in het oosten van Congo contact had opgenomen met Human Rights Watch. Een onderzoeksteam bracht een schokkend rapport uit, en hij had verwacht dat dat een keerpunt zou zijn, dat de internationale gemeenschap zou ingrijpen.

Maar twintig jaar later is er niets veranderd. Lamb ziet in zijn kliniek in Bukavu een meisje van vier, zo gewelddadig in haar anus verkracht dat de penis van de man een gat naar de endeldarm heeft gemaakt. Een baby van zeven maanden met dezelfde anale ravage – slachtoffers van de Raia Mutombokimilitie, verantwoordelijk voor massale verkrachtingen waarbij vrouwen ook worden gefolterd, bijvoorbeeld met een stuk hout in hun genitaliën dat hun voortplantingsorgaan volledig verwoest. Ja, die Nobelprijs, zegt dr. Mukwege. “Iedereen applaudisseerde, maar er gebeurde niets.”

U vraagt zich in uw boek af hoe dr. Mukwege dit volhoudt. Ik vroeg me hetzelfde af over u. U hebt met slachtoffers over de hele wereld gesproken, het ene verhaal nog hartverscheurender dan het andere: jezidimeisjes die in het IS-kalifaat als seksslavinnen zijn verhandeld, de meisjes die door de Boko Haram zijn ontvoerd in Nigeria, Rohingyavrouwen die vanuit Myanmar naar Bangladesh gingen.

“Met dit boek heb ik de neiging me te verontschuldigen, omdat het natuurlijk heel zwaar is om te lezen. Maar dat het zwaar is, betekent niet dat je het níét moet lezen. Dat het zwaar is, betekent niet dat ik het niet moest schrijven. Met de drie voorbeelden die je noemt, kwam zo tussen 2015 en 2017 bij mij het besef dat ik in het ene na het andere land meer schokkende wreedheden tegen vrouwen zag dan in de drie decennia ervoor waarin ik als correspondent had gewerkt.”

Christina Lamb. Beeld Caroline Forbes
Christina Lamb.Beeld Caroline Forbes

“Ik werd steeds kwader. En naarmate ik me erin verdiepte: geobsedeerder. Ik dacht: hoe kán dit blijven gebeuren. Het is niet dat we niet weten dat het gebeurt, en op deze schaal, en terwijl wij spreken: in Tigray in Ethiopië, in de detentiekampen in China tegen Oeigoerse vrouwen, in Belarus tegen opgepakte activisten. Het gebeurt steeds weer en weer. En dat is onacceptabel.”

“Ik kon bij dit boek niet urenlang achter elkaar schrijven; ik moest tussendoor veel wandelen. Bij elk verhaal dat ik hoor, denk ik dat ik niet méér geschokt kan zijn. Toch is er telkens een overtreffende trap. Dat steeds jongere kinderen worden verkracht. Die baby in de kliniek van dr. Mukwege. Zeven maanden oud – valt daar überhaupt genot aan te ontlenen?”

U schrijft, in een ontleding van de psychologie van verkrachting als oorlogswapen, dat het ook niet gaat om genot.

“De Rohingyavrouwen, krijsend vastgebonden aan bananenbomen voor een massale, urenlange groepsverkrachting – je kunt je niet voorstellen wat voor gerief daar te halen valt.”

“Het is het uitoefenen van macht, maar ook ontmenselijking: de slachtoffers worden niet meer als mens gezien. Verkrachting is zo’n efficiënt wapen omdat het terreur aanjaagt, etnische zuivering tot stand brengt en gemeenschappen en families uiteenrijt, ook omdat de vrouwen en de kinderen die het gevolg zijn van de verkrachting vaak worden gestigmatiseerd en uitgesloten. En het kost niets.”

“Ik heb geprobeerd met daders te praten. Waarom hebben ze meegedaan, geen nee gezegd? Maar terwijl het voor mij als vrouw waarschijnlijk makkelijker was met de slachtoffers te praten, werkte dat hier tegen me.”

De rechtsgeschiedenis geeft een somber beeld. Aanklagers laten verkrachtingen liever zitten als dat de aanklacht compliceert; doden wegen zwaarder dan de ‘levende doden’, zoals de vrouwen zichzelf beschrijven. Toch zijn er inmiddels veroordelingen: in 1998 kreeg Jean-Paul Akayesu voor het Rwandatribunaal levenslang – de eerste keer dat verkrachting werd vervolgd als oorlogsmisdaad.

“Maar dat is een uitzondering en te danken aan een groep Rwandese vrouwen die hier jarenlang voor heeft gevochten. Ik beschrijf in mijn boek een ontmoeting tussen jezidimeisjes en deze vrouwen. De meisjes waren zo blij deze vrouwen te ontmoeten: voor hen een bewijs dat recht kan worden gedaan.”

“De Rwandese vrouwen waren echter volkomen ontzet. Ze hebben in juridisch opzicht geschiedenis geschreven, ze dansten toen ze het vonnis hoorden. Maar hun strijd heeft hun levensomstandigheden niet of nauwelijks verbeterd en wat betekende die veroordeling van Akayesu nou helemaal als deze meisjes zoveel jaar later nog steeds eenzelfde lot kunnen ondergaan? Ze hadden gerekend op een afschrikkende werking, meer juridische actie.”

U vond tijdens uw onderzoek dat verkrachting als oorlogswapen zo oud is als de tijden. U, en waarschijnlijk de hele internationale gemeenschap, werd zich er pas echt van bewust door de verkrachtingskampen in Bosnië.

“Die hebben mij de ogen geopend. Ik probeerde voor mijn boek helden te vinden, mensen die wél het verschil maken. Zoals dr. Mukwege, de regering van de Duitse deelstaat Baden-Württemberg die besloot via een luchtbrug vanuit Irak jezidimeisjes op te vangen, de imker in Aleppo die vrouwen helpt te vluchten.”

“Een van de helden is ook Bakira Hasečić uit Visegrad, die met haar Association of Women Victims of War – hoe wrang: een vereniging waarvan je alleen lid kunt worden als je in de oorlog bent verkracht – al jarenlang ervoor strijdt daders voor de rechter te brengen. Zij heeft meer veroordelingen bewerkstelligd dan het Joegoslaviëtribunaal. Dat verkrachting in oorlog van alle tijden is, betekent niet dat we dat anno 2021 nog moeten accepteren.”

U maakt inzichtelijk dat met het wegkijken politieke belangen zijn gemoeid. Zo levert Congo twee derde van het kobalt dat nodig is voor batterijen van elektrische auto’s, mobieltjes en laptops. Daardoor liggen rapporten als dat van de VN naar oorlogsmisdaden in een la in een kantoor in New York weg te schimmelen.

“Het ís een politiek verhaal. We hebben die delfstoffen nodig voor onze technologische revolutie – en ja, ik heb zelf ook een mobieltje – maar conflictmineralen kopen is onaanvaardbaar; en al helemaal om dat twintig jaar te laten voortduren.”

U was bang de vrouwen opnieuw te traumatiseren, maar zij wilden juist per se hun verhaal vertellen, wilden dat u hun een stem gaf.”

“Ze willen dat er recht wordt gedaan. Daarmee bedoelen ze niet per se de daders voor de rechter brengen. Ze willen vooral erkenning. Dit zijn de vrouwen wier namen je niet vindt in de geschiedenisboeken of op oorlogsmonumenten. Maar voor mij zijn zij de ware helden.”

null Beeld

Non-fictie

Christina Lamb
Ons Lichaam, jullie slagveld
Vertaald door ­Catalien en Willem van Paassen
Ambo Anthos, €25,99
432 blz.

Christina Lamb

Christina Lamb (55) is een gelauwerd schrijver, buitenlandcorrespondent en oorlogsverslaggever voor The Sunday Times. Ze doet al meer dan dertig jaar verslag vanuit Pakistan en Afghanistan en schreef onder meer over de strijd in Bosnië, Irak, Libië, Angola en Syria.

Lamb heeft negen boeken geschreven, waaronder de in meer dan veertig talen verschenen bestseller Ik ben Malala met Malala Yousafzai, het Pakistaanse meisje dat opkwam voor onderwijs en door de Taliban werd neergeschoten. Ze was in 2014 de jongste winnaar ooit van de Nobelprijs voor de Vrede.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden