Plus

Ook Nederland worstelt met omstreden historische figuren

Generaal Robert E. Lee heet in Nederland Jan Pieterszoon Coen en Charlottesville heet Hoorn. Hoe het Westfries Museum met een bijzondere aanpak de emoties over een standbeeld in goede banen leidde.

Jan Pieterszoon Coen Beeld Rink Hof

Tot een gewelddadig treffen op straat is het gelukkig nooit gekomen, maar de emoties liepen in 2012 hoog op in Hoorn toen de toekomst van het standbeeld van Jan Pieterszoon Coen ter discussie kwam te staan.

Aanleiding was een burgerinitiatief met het verzoek het beeld te verwijderen vanwege de duizenden slachtoffers die de beroemde zoon van Hoorn in de vroege zeventiende eeuw had gemaakt tijdens de kolonisatie van Indië in opdracht van de Vereenigde Oostindische Compagnie.

Vier eeuwen later zorgde die zwarte bladzijde uit de koloniale geschiedenis ervoor dat voor- en tegenstanders van het standbeeld elkaar in de haren vlogen, zegt directeur Ad Geerdink van het Westfries Museum. "Het ging er ongekend hard aan toe. Over en weer werd flink met modder gegooid, tot aan bedreigingen toe. Het ging louter om de emotie, voor de argumenten van de tegenpartij was over het algemeen opvallend weinig belangstelling."

Standbeeldwaardig
Terwijl de gemeenteraad van Hoorn zich voorbereidde op de besluitvorming, besloot de museumdirecteur zijn vork te prikken in de hete historische aardappel. Er werd een expositie op touw gezet in de vorm van een rechtszaak, met Coen als verdachte en deskundige voor- en tegenstanders als getuigen à charge en decharge. Rechter van dienst was historicus Maarten van Rossem, maar het uiteindelijke oordeel of de verdachte wel of niet standbeeldwaardig was, was aan de bezoekers.

De gekozen vorm, vertelt Geerdink, maakte het mogelijk om de discussie weer terug naar de inhoud te leiden. "Dat is het mooie van een proces. Beide partijen komen aan het woord, en voor- en tegenstanders worden gedwongen om naar de argumenten van het andere kamp te luisteren."

"Eerder lukte dat niet vanwege de heftige emoties. Die zorgen al snel voor een sfeertje van: als je het niet met me eens bent, ben je dus een tegenstander. En dat zul je weten ook."

Bijsluiter
Onderdeel van de tentoonstelling was de uitgave van de glossy Coen! De ondertitel: held of schurk? Geerdink: "Binnen de kortste keren verscheen er een pamflet met de voorpagina van onze glossy waarop het portret van Coen was vervangen door dat van Hitler. Dat hebben we meteen dankbaar een plek gegeven op de tentoonstelling." De actiegroep De vrienden van Coen liet zich ook niet onbetuigd en pleitte pesterig voor de terugkeer van het standbeeld dat in 1942 in Jakarta omver was getrokken.

Uiteindelijk brachten 3000 bezoekers een stem uit. Twee derde was voor het behoud van het standbeeld, een derde was tegen. Dat was min of meer ook de stemverhouding binnen de gemeenteraad die besloot dat het beeld kon blijven staan, maar wel moest worden voorzien van een bijsluiter in de vorm van een nieuwe sokkeltekst. Een streepjescode leidt bezoekers naar een website met uitputtende informatie over Coen en zijn plaats in de geschiedenis.

Een bevredigende uitkomst, vindt Geerdink. "Maarten van Rossem verwoordde het mooi in zijn begeleidende tekst bij het vonnis. Hij verwees naar Duitsland waar men twee soorten gedenktekens kent: het Denkmal en het Mahlmal. Het eerste is een eerbetoon, het tweede een waarschuwing. Het beeld van Coen combineert beide categorieën. Dat geldt voor de meeste beelden. Een historische figuur zonder vlekken op het blazoen is nu eenmaal moeilijk te vinden. Het is aan historici en musea om het hele verhaal te vertellen."

De aanpak in Hoorn bleef niet onopgemerkt. In 2014 kreeg het Westfries Museum de prestigieuze Europa Nostra Award toegekend, en een jaar later kwam daar de Best in Heritage Award nog eens bij.

Geerdink: "De internationale museumwereld keek met belangstelling toe omdat er op veel plekken wordt geworsteld met historische figuren. Dat geldt in Italië voor Mussolini, in Spanje voor Franco en in Oost-Europa voor de vroegere communistische kopstukken."

Coentunnel
Dat de methodiek geen blijvende oplossing biedt, bewijst de oproep van een nieuwe actiegroep, De Grauwe Eeuw, om in Hoorn, maar ook op andere plekken de tastbare herinneringen aan Jan Pieterszoon Coen te verwijderen. Dat is juist goed, vindt Geerdink. "We zijn geen scherprechter die het finale oordeel wil vellen. De website jpcoen.com bestaat nog steeds, dus de informatie is beschikbaar voor iedereen die zich een mening wil vormen."

Een van de mikpunten van de actiegroep is de Coentunnel. Het beheer van de tunnel valt onder Rijkswaterstaat, maar de naam is een verantwoordelijkheid van de gemeente Amsterdam.

Daar wordt geregeld aangeklopt met vragen over de vernoeming, maar iedereen krijgt hetzelfde antwoord: in Amsterdam worden, ook uit praktische overweging, alleen namen veranderd als nieuwe informatie over de naamgever daartoe aanleiding geeft. In het geval van Coen waren alle details van zijn omstreden cv bekend, toen de tunnel in 1966 feestelijk werd geopend.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden