PlusBoekrecensie

Ook in vertaling is de Australische Tim Winton zeer de moeite waard

De Australiër Tim Winton is in eigen land een fenomeen, maar de Nederlandse vertalingen van zijn boeken sloegen hier nooit aan. Met De herdershut kan daar weleens verandering in komen.

In eigen land is de Australische schrijver en milieuactivist Tim Winton (1960) een held om zijn verhalenbundels, non-fictie en twaalf bestsellerromans, waarvan er twee werden genomineerd voor de Britse Booker Prize (The Riders uit 1995 en Dirt Music uit 2002). In 1997 werd hij door de National Trust zelfs officieel uitgeroepen tot een ‘Living Treasure’.

In Nederland hebben de schamele zes titels die van hem in vertaling zijn verschenen nooit een groot lezerspubliek gevonden. Deels misschien omdat zijn zwaar op Australische spreektaal leunende stijl zonder termen als ‘roo bar’ (de kangoeroes opvangende bumper van een auto) of ‘pig melon’ (watermeloen) wat van zijn sappigheid verliest.

De herdershut bewijst dat Winton ook met een Nederlands accent zeer de moeite waard is. Vooral de stem van de 15-jarige Jaxie Clacton, die zich in het eerste deel van deze roman ontpopt als een outbackneefje van Holden Caulfield.

Jaxie is op de vlucht voor volwassenen, en op zoek naar zichzelf sinds zijn moeder aan kanker overleed. Dat neemt toe nadat hij de gewelddadige bruut met wie hij alleen achterblijft, ‘Kapitein Kloothommel’, in de schuur aantreft, dood onder diens pick-uptruck. Een feestelijke ontdekking, eigenlijk. Maar: ‘Ze zouden waarschijnlijk zeggen dat ik de krik van onder de bumper had weggeschopt, zodat z’n hoofd als een watermeloen uit mekaar was gespat. Alles wees naar mij.’

Hierop besluit hij met niet veel meer dan zijn geweer en een verrekijker naar het noorden te trekken, naar zijn grote liefde Lee, die tevens zijn nichtje is. Een barre voettocht volgt, dwars door de ‘grote kale zoutpan’ van westelijk Australië, die met rauwe lyriek wordt beschreven.

Dan stuit de bijna van dorst omkomende Jaxie in een afgelegen herdershutje op de bejaarde Finton MacGillis. Hij is een ogenschijnlijke kluizenaar die beweert in ballingschap te zijn achtergelaten om, als voormalig priester, boete te doen voor mysterieuze zonden.

Het is fascinerend hoe een stuurse verstandhouding groeit tussen de over schuld en boete orerende zonderling en de verdoolde, getergde puber. Ondertussen verdwijnen de achterdocht en de dreiging van geweld nooit helemáál. Totdat Jaxie als ‘instrument van God’ optreedt, precies zoals zijn tijdelijke metgezel heeft voorspeld. De finale van de roman, ruig en zinderend als het landschap, is schokkend, maar heeft evengoed iets verrassend teders.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden