PlusRecensie

Onze twenties lijken wel wat op de ‘echte’ roaring twenties blijkt in Museum Kranenburgh

The Roaring Twenties. Beeld AAD HOOGENDOORN
The Roaring Twenties.Beeld AAD HOOGENDOORN

Kunstenaars, modeontwerpers en vormgevers beleefden honderd jaar geleden turbulente tijden – net als hun collega’s nu. De tentoonstelling The Roaring Twenties tast in Bergen de overeenkomsten af.

In de eerste zaal van Museum Kranenburgh staat een waarschuwing geprojecteerd: ‘Wear a mask and save your life!’ Het blijkt te gaan om een boodschap uit 1918. Honderd jaar geleden kampte de wereld immers ook met een wereldwijde pandemie, de Spaanse griep.

De tentoonstelling The Roaring Twenties in Museum Kranenburgh in Bergen wijst op overeenkomsten tussen de jaren twintig van de twintigste eeuw en de tijd van nu. De waarschuwing in de eerste zaal is onderdeel van een video-installatie van filmmaker en regisseur Eric Blom. Op vijf beeldschermen komen beelden voorbij van vrouwen die de charleston dansen, badgasten in Bergen toen en nu, biometrische technologie, een Ku Klux Klanmars en een Black Lives Mattermanifestatie.

De toon is daarmee gezet. De geschiedenis herhaalt zich, zij het in een iets andere vorm. De jaren 1920 worden geassocieerd met dansfeesten, vrouwen in mannenkostuums, met nieuwe ontwikkelingen in de architectuur en design. Een enerverende tijd dus, die zich nu deels lijkt te herhalen. Onze wereld verandert net als toen door razendsnelle technologische vernieuwingen en door nieuwe opvattingen over gender. Dogma’s en tradities worden achterwege gelaten, of men doet in elk geval verwoede pogingen. Door technische mogelijkheden kunnen vormgevers experimenteren met nieuwe materialen en vormen, de mode wordt comfortabeler en ook de schilderkunst slaat nieuwe wegen in.

Dat laatste is overigens maar betrekkelijk. Je kunt je afvragen of de jaren twintig wel zo vernieuwend waren. Niet voor niets wordt deze periode aangeduid met de term Retour à l’ordre, een tendens waarin de radicale avant-garde plaats maakte voor klassieke en traditionele opvattingen.

Er waren weliswaar revolutionaire stromingen in Nederland, maar ook in The Roaring Twenties is het aanbod een tikje behoudend. In Leiden was in 1917 De Stijl opgericht, met toonaangevende kunstenaars als Theo van Doesburg en Piet Mondriaan. Maar daar zien we in de tentoonstelling weinig van terug. Een beetje begrijpelijk is dat wel, want Museum Kranenburgh kiest vooral voor de Bergense invalshoek. Het Noord-Hollandse dorp werd na de Eerste Wereldoorlog een kunstenaarskolonie, waar ­Else Berg, Charley Toorop en Matthieu Wiegman actief waren. Terwijl kunstenaars zich in het beschermde Bergen terugtrokken uit de grote boze buitenwereld, laten kunstenaars van nu juist allerlei wereldproblemen toe in hun werk.

Twee schilderijen van Else Berg getuigen van haar belangstelling voor spirituele levensbeschouwingen als de theosofie en antroposofie en suggereren een diepere werkelijkheid achter de zichtbare. Ze worden hier geflankeerd door een schilderij uit 2018, waarin Tjebbe Beekman reflecteert op onze tijd, waarin de idealen uit het modernisme juist vervlogen zijn.

Beekmans chaotische drieluik verbeeldt een muur, de voormalige scheiding tussen Oost- en West-Berlijn. Er zitten echo’s in van modernistische schilderkunst, vooral van Picasso, maar de titel Los Pájaros carpinteros de pared (de muurspechten) verwijst naar mensen die stukjes beton uit de Berlijnse muur hakten na de val van het IJzeren Gordijn. Ook nu worden oude sociale structuren omvergehaald, lijkt de boodschap van Beekman, al is niet helemaal duidelijk welke en hoe. Beekmans schilderij roept vooral een gevoel van chaos en verwarring op.

Het beroemde schilderij De maaltijd der vrienden uit Museum Boijmans Van Beuningen is voor de gelegenheid terug in Bergen, waar Charley Toorop het schilderij in 1932-’33 schilderde. Die datering roept overigens wat vragen op, want de tentoonstelling gaat toch over de jaren twintig. Er wordt wel meer gesmokkeld met de tijden. Zo staat er een kamerscherm uit 1935-’36 en diverse ontwerpen stammen uit 2010.

Hoe dan ook is de combinatie van De maaltijd der vrienden met twee andere kunstwerken geslaagd. Esiri Erheriene-Essi verbeeldde een maaltijd in een schilderij dat gebaseerd is op alledaagse foto’s van zwarte mensen in de jaren 1960.

Recht tegenover het doek van Toorop heeft Erik van Lieshout Happy Meal gemaakt, een wandvullende installatie met collages waarin hij ook een maaltijd met vrienden heeft verbeeld. Kunst als fastfood. Rachel Fernhout-Pellekaan, een van de figuren op De maaltijd der vrienden, zit ook bij Van Lieshout aan tafel en legt het feestje vast met een smartphone. Ook andere elementen verwijzen naar de maatschappij van nu. Zo geven Rutte en De Jonge elkaar een elleboog boven een eettafel.

In de afdeling met mode worden filmbeelden geprojecteerd van vrouwen met glitterjurken en bontjassen. Korte kapsels en kokette hoedjes waren helemaal hip in de vorige jaren twintig. Het vrouwbeeld werd jongensachtig, korsetten maakten plaats voor kleding die gemakkelijk zat en die beter paste bij de herwonnen vrijheid na de Eerste Wereldoorlog. De jaren twintig worden geassocieerd met La Garçonne of de Flapper Girl, een vrijgevochten vrouw die rookt, drinkt, sport en danst.

In The Roaring Twenties wordt kleding van honderd jaar geleden gepresenteerd naast werk van hedendaagse modeontwerpers die opnieuw geïnteresseerd zijn in gender en de vrijheid van het lichaam. De Amsterdamse Bonne Reijn ontwerpt kleding die losstaat van geslacht en die sterk is geïnspireerd op werkkleding uit de jaren twintig, zoals een stofjas die in de jaren twintig te koop was bij Vroom & Dreesmann. Leuke combinatie.

Maison de Faux maakt ook geen onderscheid tussen man en vrouw, maar maakt human wear, mode voor iedereen. Het ontwerpbureau presenteert een installatie als een huiskamer, om te benadrukken dat we in 2020 veel meer tijd binnenshuis doorbrachten.

De vormgeving in de jaren twintig was vooral gericht op het vinden van nieuwe vormen die mogelijk werden gemaakt door nieuwe productiemethoden, net als het design van nu. Berlage en Piet Zwart maakten een servies van geperst glas, een nieuw materiaal in die tijd. Het staat in Bergen op een ingenieus opbergmeubel van plexiglas van Studio Wieki Somers, en daar vinden we ook glazen die gemaakt zijn van 3D-geprinte biopolymeer op basis van microalgen. Hightech en nog volledig afbreekbaar ook.

The Roaring Twenties, Museum Kranenburgh, Bergen, t/m 3/4.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden