Ontdekkingen in Marc Chagall-schilderijen Stedelijk Museum

Het Stedelijk Museum heeft een vijfjarig materiaal-technisch onderzoek naar negen schilderijen van Marc Chagall (1887-1985) in de collectie afgerond. Het is de eerste keer dat een groep van zijn schilderijen op deze manier is onderzocht.

Marc Chagall, Le violoniste, uit de collectie van het Stedelijk Museum. Beeld Stedelijk Museum

De resultaten geven volgens het Stedelijk nieuwe inzichten in de opbouw van zijn schilderijen, de dragers die hij gebruikte, het hergebruik van doeken, compositiewijzigingen, schildertechniek en pigmentgebruik. Het museum heeft negen schilderijen in de collectie die 35 jaar van zijn oeuvre beslaan. Zes doeken zijn van het ­museum zelf en drie zijn via de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed in langdurig bruikleen van de staat.

Het onderzoek richtte zich op de conditie van de werken, de techniek die Chagall hanteerde en de materialen die hij gebruikte, om beter te kunnen begrijpen hoe hij werkte en waarom hij bepaalde keuzes heeft ­gemaakt.

Restaurator Meta Chavannes: “Technisch onderzoek van de schilderijen van Marc Chagall staat in de kinderschoenen. Dat is een heel ander verhaal dan Rembrandt of Van Gogh. Wij hebben voor het eerst de materialen van een groep schilderijen van Chagall bestudeerd.” 

Onderzoekers ontdekten een tekening onder het schilderij La Synagoge de Safed, Israël. Infraroodreflectografie laat zien dat er een totaal andere voorstelling onder dit schilderij zit. Wanneer het liggende doek een kwartslag gedraaid wordt, vertoont de ondertekening opvallend veel gelijkenissen met een ander schilderij van Chagall, Ida bij het raam. Dat portret van zijn dochter bevindt zich ook in de collectie van het Stedelijk Museum. Een ­ondertekening met een totaal ander motief dan de uiteindelijke voorstelling is bij de andere onderzochte werken niet aangetroffen.

Tafelkleed

De violist werd op een geblokt tafelkleed geschilderd. De kunstenaar blijkt het patroon van dit tafellaken te hebben gebruikt als grid voor de huizen in de compositie. Chagall schilderde De violist kort na zijn aankomst in 1910 in Parijs. Hij was toen straatarm en schilderde op alles wat hij in handen kreeg. Chagall sprak aanvankelijk geen woord Frans en had voornamelijk contact met schilders, schrijvers, componisten en dansers uit Rusland. Het tafelkleed waar hij op schilderde, is typisch voor Vitebsk, de stad waar hij geboren werd en waar hij zijn vrouw Bella voorlopig achterliet. Mogelijk heeft ze hem het tafelkleed meegegeven.

De ondertekening in De violist vertoont kleine compositiewijzigingen. Zo schetste ­Chagall een klein figuurtje met een gestippelde broek en uitgestrekte ­armen. Deze werd uiteindelijk niet in verf uitgevoerd.

Uit het onderzoek is ook gebleken dat Chagall zijn hele loopbaan steeds dezelfde acht pigmenten gebruikte. Het groen in het schilderij Liefdesidylle (1925) blijkt veel lichter te zijn geweest dan nu te zien is. Acht van de negen onderzochte werken zijn vanaf 21 september te zien in de collectiepresentatie Chagall, Picasso, Mondriaan e.a.: Migranten in Parijs. 

La Synagogue de Safed Israel van Marc Chagall, 1931. Beeld Stedelijk Museum
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden