PlusAchtergrond

Online en drive-ins: zo is het Nederlands Film Festival toch een volledig festival

Vrijdag begint de 40ste editie van het Nederlands Film Festival. Voor directeur Doreen Boonekamp, tijdelijk terug op haar oude honk, is alles anders. ‘Voor veel mensen is het festival dichterbij dan ooit.’

Het grote standbeeld van het Gouden Kalf, icoon van het NFF staat tot 2 oktober op de Neude in Utrecht.Beeld Koen Laureij/ANP

Toen Doreen Boonekamp in oktober 2019 na tien jaar afzwaaide als directeur van het Filmfonds, zei ze zich nog te bezinnen op welke nieuwe avonturen ze zou aangaan. Slechts enkele maanden later werd ze ­gevraagd een oude bekende uit de brand te helpen: als ­interim-directeur is ze tijdelijk terug bij het ­Nederlands Film Festival (NFF), waar ze tot 2009 acht jaar lang directeur was en daarvoor ook al jaren in andere functies werkte.

Het zou altijd al een heel bijzonder jaar worden, want het festival, dat in 1981 begon onder de naam Nederlandse Filmdagen, viert zijn 40ste editie. Dankzij corona werden de afgelopen maanden extra bijzonder – en niet alleen in negatieve zin. “Alles is anders dan anders,” beaamt Boonekamp. “Elk onderdeel van hoe je normaal gesproken een festival organiseert, moet je nu omdenken.”

Dat is lastig, maar ook een interessante uitdaging, zegt ze. ‘Hoe kun je binnen de ingewikkelde tijd waarin we nu zitten toch vormgeven aan het festival? Hoe kun je al die nieuwe producties, al dat talent alsnog voor het voetlicht kunt brengen?’

Het is een uitdaging waar alle filmfestivals aan staan. Van de vier grote Nederlandse festivals is het NFF traditioneel degene die het culturele seizoen opent – gevolgd door Cinekid in oktober, Idfa in november en IFFR in januari. De vier festivals trokken veel samen op de afgelopen maanden, onder meer voor de gezamenlijke ontwikkeling van een online festivalomgeving – het systeem is gedeeld, maar ieder festival kan er aan de voorkant een eigen smaak aan geven. “In die omgeving kunnen we ook echt een volledig festival presenteren,” zegt Boonekamp. “Dus niet alleen de films maar ook Q&A’s, talkshows, masterclasses en ons uitgebreide professionalsprogramma.”

‘Hybride’ lijkt daarbij voorlopig het sleutelwoord: alle genoemde festivals zetten in op een combinatie van vertoningen in bioscoopzalen, voor zover dat binnen de richtlijnen van het moment mogelijk is, én een online aanbod. Zo ook het NFF. Er is zoals vanouds genoeg te beleven in Utrecht, niet alleen in bioscoopzalen maar ook in een drive-in, bij de expositie van interactief werk in Bibliotheek Neude, in het straatbeeld – dankzij de straatexpositie Affiche Art voor Film (met elf nieuwe filmaffiches gemaakt op uitnodiging van het NFF en de Illustratie Biënnale) – en via een app met stadswandeling langs filmgerelateerde Utrechtse plekken.

Meer dan honderd zalen

Het festival strekt ook zijn vleugels uit. Of zoals Boonekamp het verwoordt: “Als de bezoekers niet naar Utrecht kunnen komen, gaan wij naar de bezoekers toe!” Dat resulteerde niet alleen in de online festivalomgeving, maar ook in een programma van acht groots opgezette publiekspremières, zeven dagen lang elke avond één en een extra op zondagmiddag. De feestelijke première van films als Buladó, Kom hier dat ik u kus en De vogelwachter zijn in Utrecht, met cast en crew in de zaal, maar tegelijkertijd zijn de films te zien in meer dan honderd andere bioscopen verspreid door heel Nederland: “Op die manier is het festival voor veel mensen dus dichterbij dan ooit.”

Aan voorspellingen over of het festival met al die nieuwe initiatieven samen de bezoekcijfers van het ‘oude normaal’ zal kunnen evenaren, wil Boonekamp zich nog niet wagen. “Bijvoorbeeld omdat ik me ook donders goed realiseer dat heel veel mensen op dit moment al zo veel online moeten werken en leven, dat zal een uitdaging zijn. Dus ik ga er nog geen concrete cijfers aan verbinden. Maar de poging is er in ieder geval.”

Maar de evaluatie zal niet in de eerste plaats om de cijfers gaan. “Dit festival is een testcase, zowel programmatisch als logistiek. Wat nemen we mee, wat gaan we verder doorontwikkelen, wat gaan we niet nog eens doen? En aan de andere kant is het gewoon een simpele realiteit dat je het ook allemaal weer moet kunnen financieren. Als je naar dat grotere plaatje kijkt, dan maak ik me heel grote zorgen, want wat er aan de hand is, raakt de cultuursector ongehoord hard. Beleidsmatig heeft deze sector nu echt extra steun en continuïteit nodig.”

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden