Plus Boekrecensie

Ongeremde symboliek in de nieuwe André Aciman

Samuel en Oliver maken samen altijd een bedevaart door de straten van Rome. Beeld Shutterstock

Furieus waren de reacties van diehardfans van Noem me bij jouw naam, de roman uit 2007 van de Amerikaanse schrijver André Aciman die in 2017 zo succesvol werd verfilmd als Call Me By Your Name door Luca Guadagnino, met een scenario van James Ivory. 

Kwam Aciman dan nu, in 2019, eindelijk met het vervolg op het verhaal over de dramatische zomerliefde van de 17-jarige Amerikaans-Italiaanse Elio en de 24-jarige Amerikaanse academicus Oliver in de jaren tachtig aan de Italiaanse kust – bleken er maar elf bladzijden in te staan over Elio en Oliver samen.

In Vind me verlaat Aciman de dwingende vorm van Noem me bij jouw naam, dat geheel was geschreven vanuit de geobsedeerde, zichzelf bevragende Elio. Vind me is gecomponeerd als een muziekstuk, met een tempo, een cadenza, een capriccio en een da capo – zoals in het boek ook wordt verwezen naar een lang verborgen partituur die voorbestemd lijkt te worden uitgevoerd door concertpianist Elio. 

Maar in Tempo figureert hij nog slechts, als de zoon die verstek laat gaan op de avond dat hij met zijn vader Samuel in Rome heeft afgesproken. Samen maken ze daar altijd de bedevaart langs de plaatsen van de liefdes in hun leven – een verwijzing naar de dagen in Rome die Elio en Oliver samen doorbrengen voor hun onvermijdelijke afscheid in Noem me bij jouw naam.

Samuel ontmoet die dag in de trein naar Rome de jonge fotografe Miranda en vindt in haar zijn grote liefde – en weet zich door haar gevonden.

In Cadenza staat Elio’s nieuwe liefde voor de veel oudere Michel centraal – een liefde waarvan Michel weet dat die niet kan duren omdat er altijd nog Oliver is. ‘De behoefte om na vele jaren een dierbaar iemand te herontdekken.’ En Capriccio speelt op de avond dat Oliver een afscheidsfeestje geeft voor New Yorkse vrienden – hij zal met zijn echtgenote na een gastdocentschap terugkeren naar New Hampshire en bezint zich op zijn nauw verholen begeerte voor zowel de homofiele Paul als de getrouwde Erica. Als Paul die avond Bachs Arioso op de piano speelt, is Oliver terug bij Elio, die het twintig jaar eerder voor hem speelde. ‘Weet je eigenlijk wel dat ik al die jaren ben blijven spartelen?,’ zo begint hij in gedachten het gesprek.

En ja, dan komen dus – Da capo – die elf bladzijden waar dit hele boek van haast onwaarschijnlijke grootse liefdes naartoe werkt. Aciman schrijft mooi gestileerd, soms ­poëtisch, over het verlangen gekend en herkend te worden, om vanzelfsprekend één te zijn met de ander én trouw aan jezelf. Maar in zijn behoefte om het verhaal van Elio en Oliver af te hechten levert hij zich ongeremd over aan zijn eigen symboliek en klinkt zelfs expliciet het ‘slotakkoord van een melodie.’

Een beetje vals.

Vertaald door Peter Abelsen, Ambo Anthos, €21,99, 248 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden