PlusAchtergrond

Ondanks zijn wereldroem blijft Toon Tellegen een enigma. Is de schrijver zelf zijn tobberige egel?

Toon Tellegen vierde zijn tachtigste verjaardag met een nieuwe bundel dierenverhalen: De egel, dat ben ik. Onthult de gereserveerde schrijver eindelijk iets van zichzelf?

Joukje Akveld
null Beeld Annemarie van Haeringen
Beeld Annemarie van Haeringen

Elke schrijver is enig in zijn soort, maar Toon Tellegen (1941) is misschien net wat eniger dan andere schrijvers. Zijn lezerspubliek laat zich niet afperken naar leeftijd, maar naar taalgevoeligheid, soepelheid van geest en geloof in de mogelijkheid van bijna alles, schreef de jury van de Woutertje Pieterse Prijs naar aanleiding van Bijna iedereen kon omvallen (1993).

Die typering geldt nog steeds, en dan vooral voor zijn filosofische dierenverhalen, die nu eens in Querido’s kinderboekenfonds, dan weer in dat voor volwassenen verschijnen.

Meer dan duizend verhalen schreef de huisarts uit Amsterdam sinds de eerste bundel in 1984 verscheen. Hij bereikte er een bestsellerstatus mee en met vertalingen in meer dan twintig landen behoort hij tot Nederlands meest vertaalde auteurs.

De naam van Toon Tellegen blijft voor altijd verbonden met de egel en de mier. Beeld Keke Keukelaar
De naam van Toon Tellegen blijft voor altijd verbonden met de egel en de mier.Beeld Keke Keukelaar

Ondanks die roem blijft de schrijver zelf een enigma. Hij schuwt media-aandacht en interviewaanvragen worden categorisch geweigerd. In een tijd waarin iedereen op sociale media schreeuwt om likes is Tellegen onzichtbaar – behalve in zijn werk.

De trein naar Pavlovsk en Oostvoorne

Dat werk bestaat, naast de omvangrijke verzameling dierenverhalen, uit absurdistisch kinderproza, poëzie en romans voor volwassenen. Een enkel boek heeft een autobiografische laag, zoals De trein naar Pavlovsk en Oostvoorne over zijn Russische opa. Ook dat andere werk kreeg goede recensies en werd bekroond – Tellegen is in het zeldzame bezit van twee oeuvreprijzen: de Theo Thijssenprijs voor zijn kinderboeken en de Constantijn Huygensprijs voor zijn kinder- en volwassenenboeken bij elkaar.

Toch blijft zijn naam voor altijd verbonden met de egel en de mier. Wat maakt de dierenverhalen zo uniek?

In Tellegens universum loopt van iedere soort maar één exemplaar rond. Alle dieren zijn er even groot, er bestaat geen hiërarchie en daarmee ook geen kwaad. In het dierenbos – waar oceaan en woestijn nooit ver weg zijn – worden veel brieven geschreven, steevast bezorgd door de wind.

De olifant dondert er al 37 jaar met een geschrokken ‘hola’ uit een oneindige hoeveelheid bomen. Geen van de dieren maakt een wezenlijke ontwikkeling door, de verhalen laten zich lezen als een immer voortdurende reeks momenten. Men peinst en piekert, denkt en verzucht, droomt en koestert vage verlangens naar onduidelijke verten of vergeten vrienden.

Existentiële gevoelens

Bij Tellegen draait het niet zozeer om de belevenissen, maar om de taal: de woordkeus is precies, de schijnbaar eenvoudige formuleringen getuigen van grote verbeeldingskracht. Absurdistisch is het vaak en niet zelden grappig, maar ondertussen raakt de schrijver aan existentiële gevoelens: eenzaamheid, somberte, onzekerheid, angst voor de dood. Tellegen houdt zijn grote thema’s echter klein, zwaarmoedig wordt het vrijwel nooit en het schrijfplezier sijpelt tussen de zinnen door.

Dat schrijfplezier ontstond al in zijn tienerjaren toen hij iedere schooldag na thuiskomst een gedicht schreef. “Het bijzondere van schrijven is dat ik weet: zoals ik schrijf, schrijven andere mensen niet. Dat is mijn stijl en die schrijver, dat ben ik alleen.” Het is een van de weinige poëticale uitspraken die de auteur over zijn werk deed.

Vorige maand, ter ere van zijn tachtigste verjaardag, voegde Tellegen een nieuwe titel aan zijn oeuvre toe: De egel, dat ben ik. Gewoon een nieuwe dierenbundel, denk je, tot je het omslag beter bekijkt. Daarop zijn de letters ‘lege’ in de auteursnaam en ‘egel’ in de titel uitgelicht.

Verschijnt op zijn tachtigste dan toch een ‘autobiografie’ van Nederlands meest gereserveerde schrijver? Of is dit een nieuw taalspel, zoals Tellegen in zijn boeken graag speelt?

Zorgelijk gepeins

Lezend over de egel vormt zich een portret van een tobberige eenling die liever geen bezoek ontvangt en vaak ontevreden is met zichzelf. Zijn stekeligheid bijvoorbeeld, daar zou hij graag wat minder van hebben. Het zorgelijke gepeins eindigt meestal doordat de egel naar bed gaat en prompt in slaap valt.

Maar wacht eens: een piekeraar met een negatief zelfbeeld die aan zijn somberte ontsnapt door te slapen, is dát hoe de schrijver zichzelf ziet? Het is een beeld dat zich nauwelijks laat rijmen met zijn hoge productie en het doorgaans montere gemijmer van zijn personages.

Laat Toon Tellegen maar volharden in zijn zwijgen. We hoeven hem niet te kennen, we kennen zijn boeken.

null Beeld

De egel, dat ben ik
Toon Tellegen
Met illustraties van Annemarie van Haeringen
Querido, €18,99
144 blz

De egel, dat ben ik

De egel keek in zijn spiegel.
Hoe kijk ik nu? dacht hij. Hij fronste zijn voorhoofd.
Misprijzend. Zo heet dat, had de mier hem eens verteld.
Die neus, die kin, en dan die stekels...
Hij schudde zijn hoofd. Misschien kijken alle dieren
wel zo in hun spiegel en denken ze: die slurf, dat gewei, die steeltjes... Dat zou heel goed kunnen.
Maar die gedachte veranderde niets aan zijn misprijzen. Hij telde de rimpels in zijn voorhoofd. Zes. Eén meer dan gisteren.
Hij zuchtte. Ik wou... dacht hij.
Maar hij kon niet bedenken wat hij wou en zag nog een rimpel op zijn voorhoofd verschijnen, een zevende.
Meer kunnen er niet bij, dacht hij.
Hij deed een stap achteruit en zei: ‘Ik wou dat ik wist wat ik wou.’
Hij spitste zijn oren en hoorde twee dieren langs zijn huis lopen.
‘Weet je wie hier woont?’ vroeg de een.
‘Nee,’ zei de ander.
‘De egel.’
‘Weet je dat zeker?’
‘Ja, heel zeker.’
‘Ach, dat wist ik niet.’
De egel, dat ben ik, dacht hij. Hij liep naar het raam en keek naar buiten. Hij zag niemand. Het was stil in het bos. Geen blaadje ritselde aan de bomen, geen vogel floot of zong.
Het was inbeelding geweest, die stemmen. Dat kon niet anders. Eerst misprijzen, nu inbeelding... En dan?
Hij schudde zijn hoofd en draaide de spiegel om. Ik weet zo langzamerhand wel dat ik de egel ben, dacht hij.
Het was een mooie dag in het begin van de zomer en hij ging naar buiten. De zon eten. Zo noemde hij dat.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden