Plus Expositie

Offspring 2019: weg van de computerwereld

De generatie kunstenaars die digitaal is opgegroeid, heeft een voorliefde voor dingen die vies, fysiek en aanwezig zijn. Dat blijkt uit Offspring 2019, de expositie van De Ateliers.

Stills uit de film van Rustan Söderling, waarin een man in een hazmat-pak door een postapocalyp­tisch landschap loopt. Beeld Rustan Söderling

Een man in een hazmatpak duikt op uit het moeras, zijn ogen groot van verwachting. Met de hoekige bewegingen van een computerpersonage loopt hij door een post­apocalyptisch landschap. 

Langs een verroest winkel­wagentje, een tuinhuisje met stenen kikker, slordig rondgestrooide tonnen van het soort waar drugs­afval in zit, afzettingslinten en een opgehangen duif. Dat belooft niet veel goeds. Maar de man loopt door, bestudeert alles, nieuwsgierig op het naïeve af. Hij ruikt aan een gasslang waar natuurlijk alleen maar gif uit kan komen.

De hoofdpersoon in Rustan Söderlings beklemmende film Let Me Speak to the Driver kan beschouwd worden als de officieuze mascotte van Offspring 2019. Hij is misschien zelfs het collectieve alter ego van de tien kunstenaars die met deze tentoonstelling het einde markeren van hun tweejarig verblijf aan De Ateliers. Ze zijn geboren tussen 1984 en 1994: digital na­tives. Computers hebben hun wereld gebouwd die in toenemende mate virtueel, in the cloud en immaterieel is.

Van de weeromstuit richten zij hun blik op het lichamelijke, het natuurlijke en het materiële. In mindere of meerdere mate gaan alle presentaties over de zintuigen die zo’n ondergeschikte rol spelen in de steriele wereld van bits en bytes.

Parfum van varkensoren

Bij Clémence de la Tour du Pin is dat overduidelijk. Ruwe lappen stof hangen van het plafond als een kruising tussen schuurpapier en slachtvee. De neus wordt geprikkeld door een lekker vies parfum, gebrouwen uit sinaasappelbloesem en varkensoren.

Eulàlia Garcia Valls bespeelt het gehoor. Haar installatie van twaalf microfoons neemt het geluid in het atelier op om het een dag later weer af te spelen via twaalf luidsprekers. Het is een zintuiglijke abstractie die vervreemdend werkt maar ook stemt tot nadenken. We luisteren naar het verleden en praten richting de toekomst.

Er wordt in deze editie van Offspring veel gerefereerd aan bronnen van voor het digitale tijdperk. Frieder Haller bouwde een architectonisch doolhof dat tegelijk hoofdrolspeler en decor is in een brechtiaans toneelstuk op video. 

Stills uit de film van Rustan Söderling, waarin een man in een hazmat-pak door een postapocalyp­tisch landschap loopt. Beeld Rustan Söderling

Henna Hyvärinen presenteert zijn video met Exorcist-citaat en nineties-soundscape op een scherm geflankeerd door twee reusachtige bikinibroekjes. Terwijl de hoekige dialogen bij Haller je telkens naar binnen zuigen en weer afstoten, maakt Hyvärinen er een sport van aanzetjes tot actie aan elkaar te plakken zonder dat de uitgestelde climax ooit in zicht komt.

De hoge kwaliteit van deze Offspring is zeker te danken aan de strenge selectie van curator Martin Herbert. Uit de bergen kunst die de deelnemers in de afgelopen twee jaar ongetwijfeld hebben geproduceerd, koos hij telkens één werk. De presentaties zijn daardoor geen staalkaarten maar statements en dat komt de kijkconcentratie zeer ten goede.

Er zijn twee uitzonderingen: de ateliers van Dieke Venema en Anders Dickson. Hun veel­delige installaties zijn te beschouwen als laboratoria waar op plastische wijze de grenzen van het zintuiglijke worden onderzocht. Venema maakt objecten die erin slagen vormen te zijn waar geen naam voor is. 

Ze zijn functieloos en roepen geen associatie op. Ze zijn alleen maar dingen, maar wel nadrukkelijk aanwezig met hun ruwe oppervlak en bonkige voorkomen. Dicksons verzameling sculpturen roept juist een veelheid aan referenties op, van de ratten van Katharina Fritsch tot fresco’s uit de renaissance en zelfs de Amsterdamse plaskrul.

Op hol geslagen insecten

Ook Thomas Swinkels vertelt verhalen op een legpuzzelachtige manier. Wat het verband is tussen een onderwatervideo, uit het IJsselmeer geviste bankkluizen, met goud bewerkte takken en op hol geslagen insecten mag de kijker zelf beslissen. Dat geldt ook voor de twee films die Inas Halabi maakte over de illegale dump van nucleair afval in Palestina en een familie waarvan de kinderen stuk voor stuk stierven totdat hun moeder ze de namen van dieren gaf.

Bij Gabriele Adomaityte is de cirkel weer rond. Zij werkt als enige in het meest traditionele medium: verf op doek. Maar de patronen die zij schildert, kunnen alleen gemaakt zijn in Photoshop of een soortgelijk programma. Lagen met rasters en vlekken schemeren door elkaar heen, alsof de broncode vervuild is. Ze zijn met olie en acryl op canvas gezet, het echte handwerk. Zoals het fysieke verleden wordt gereconstrueerd met behulp van computermodellen, zo doet Adomaityte dat omgekeerd met het heden.

Stills uit de film van Rustan Söderling, waarin een man in een hazmat-pak door een postapocalyp­tisch landschap loopt. Beeld Rustan Söderling

Offspring 2019: Once a Closely Guarded Secret. T/m 10 juni in De Ateliers, Stadhouderskade 86.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden