Nuances van een oorlog

Na een kwart miljoen verkochte exemplaren van Oorlogswinter wordt de jeugdroman van Jan Terlouw een bioscoopfilm. Een vetorecht heeft Terlouw (76) vooraf niet bedongen, wel inspraak in het script van de film die regisseur Martin Koolhoven op zijn boek baseert.

Terlouw moet aanvaarden dat zijn boek wordt omgezet naar een andere kunstvorm, een domein met eigen wetten. ''Een scenarist wil actie, volgt niet alle verhaallijnen, er gebeurt in een boek gewoon te veel. Een schrijver wil uiteraard weer alles in de film hebben."

Als beroepspoliticus is hij geschoold in compromissen, mits met rede en mits de nuance niet te zeer sneuvelt, enfin, het verhaal van zijn D66 in een notendop. Was het boek voor de jeugd bedacht, de film richt zich op volwassenen, is grimmiger dan het boek, de dood waart er actiever rond. Het verhaal werd naar deze tijd toegehaald, een vrijheid die de filmer neemt en Terlouw hem in hoge mate heeft gegeven.

''Eén ding kon echt niet", zegt hij: ''In de film werd almaar gegeten. Daar kon in de winter van '44/'45 echt geen sprake van zijn. Ook niet in Wezep, waar mijn vader predikant was. Net als in de Randstad was er allang geen koffie meer en je kreeg ook daar als jongen een afgepaste hoeveelheid boterhammen per dag."

Hij schreef het boek rond z'n veertigste, het verscheen in 1972. De oorlog was ruim een kwart eeuw ervoor beëindigd, het gros van de Nederlanders had hem uit eigen bevinding meegemaakt. Sanne, Terlouws oudste dochter, wilde weten wat haar vader in de oorlog had gezien.

De predikantenwoning keek uit op de Zuiderzeestraatweg. ''Die was de hele dag gevuld met etenshalers. Vermagerde mensen met kinderwagens, karretjes en fietsen met kale velgen. Op zoek naar aardappelen of wat rogge. Verderop lag de IJsselbrug bij Zwolle, waar Duitse soldaten vaak alles weer afpakten.''

Voor niks hadden ze dan honderdvijftig kilometer gelopen. '''s Avonds sprak mijn vader hen moed in, ook in Wezep bleven velen overnachten in een zaaltje, stro op de grond. Om acht uur 's avonds moest iedereen binnen zijn, anders werd over straat geschoten. Ik was dertien, wat jonger dan Michiel in het boek, en schreef het op voor Sanne, toen zij zo oud was als ik toen."

Andere kinderen bleken net zozeer naar kennis te smachten. Na zestig drukken (en bekroning met een Gouden Griffel) blijft Oorlogswinter een bestseller, een topper in de bieb. Net als Het Achterhuis een instappunt om iets van de oorlog te weten.

Sanne is allang volwassen, samen met haar schrijft Terlouw nu detectives, zeventien boeken staan er op zijn naam. Ook over zijn ervaringen in de politiek trouwens, als vicepremier in een kabinet Van Agt, als Commissaris der Koningin in Gelderland.

Het leven is hem na de oorlog altijd goed gezind geweest, de boeken hebben daarbij geholpen, zegt hij thuis op landgoed De Dijkhof bij Terwolde. Hij bewoont er het koetshuis tussen hoge hagen, de tuin in Engelse landschapsstijl, met gekrijs van pauwen. Een huis waar je niet aanbelt, maar aanschelt, een rinkel met een mooie galm in de marmeren hal.

AANPAK

Koolhoven liet in interviews weten dat hij Oorlogswinter qua taal, filmische aanpak en speelstijl helemaal van deze tijd wil maken. Dialogen waarin spelers straks 'shit en fucking hell' tegen elkaar roepen? Terlouw hoopt van niet, maar hoort het pas bij de voorvertoning in november.

''Wat ik wel heb bedongen, is dat ik de warmte wilde terugzien in het script.
Als je ziet welke toon kinderen in films tegen hun ouders aanslaan en omgekeerd. Dat gesnauw, heel onevenwichtig, bijna alsof er geen enkele liefde meer bestaat. In de oorlog was er juist grote saamhorigheid tussen familieleden en mensen onderling. Is dat straks niet te vinden, dan is de film niet goed geworden."

Hij vertrouwt op een mooie afloop. Twee maal kwam hij tussendoor op de set kijken, eerst op de Zwolse IJsselbrug, met Duitse soldaten in het grauw, die de wereld lieten verbleken, al scheen de zon volop. Daarna in Garderen, waar de bevrijding werd nagespeeld. Riskant, een bedenker op de plek waar weer wordt uitgebeeld wat hij eerst in een boek uitbeeldde.

''Toen ik er stond, dacht ik geen moment aan het boek, ik dacht aan 1944, het was of ik er weer liep. Ze hebben daarmee niet het boek maar de werkelijkheid recht gedaan." Moeilijk voor een perfectionist, de regie uit handen geven. ''Ik moet het overlaten, ik zal straks ongetwijfeld zeggen dat ik het anders had gedaan. Ook omdat ik een oude man ben geworden, zij zijn allemaal nog jong.''

''Ik hoop dat ik zo flexibel van geest zal blijken, dat ik het mooi vind wat ze er van hebben gemaakt. Als mensen straks uit de bioscoop komen, en zeggen: ik ben ontroerd, dat was een mooie film. Dan zal ik tevreden zijn, ook als het niet naadloos meer op mijn boek past."

Het is bijzonder dat een oorlogsvertelling van bijna vier decennia oud actueel genoeg blijkt voor een film. Terlouw beschreef in Oorlogswinter wat hij zelf meemaakte en later van anderen hoorde: ''Alles gebaseerd op echte voorvallen."

Wat autobiografisch was? Dat hij niet meer naar het lyceum in Zwolle kon omdat de geallieerden uit de lucht op alles wat bewoog schoten, en hoe hij zelf de sprong naar volwassenheid maakte. Hij was acht toen de oorlog begon, eerst leek het spannend, maar toen een dorpsjongen werd doodgeschoten al een stuk minder.

POMP

Heel verwarrend om het leven zo sterk in goed en kwaad te zien. ''Een Duits soldaat stond z'n motor te repareren. Hij liep met z'n vieze handen naar een pomp, maar handen wassen en pompen, dat gaat niet tegelijk. Ik, op m'n achtste, begon te pompen, hij streek even door m'n haar toen hij wegging. Zo, zei m'n vader, stond je te pompen voor de vijand? Dat sneed door mijn ziel. Wat heb ik verkeerd gedaan?"

''Het was een aardige vent, net als één van de soldaten die later ingekwartierd werd, een boerenman, die familiefoto's liet zien en duidelijk maakte dat hij tegen zijn zin in de oorlog zat." In zijn boek laat Terlouw een jonger broertje door een Duitser redden. De goede Duitser tussen foute Nederlanders.

Zijn eigen oom blijkt zelfs de grote verrader. Een meeloper met de NSB is echter juist een held met ondergedoken joden: niets is wat het lijkt, luidt de boodschap. In Oorlogswinter wordt de vader van Michiel als burgemeester gefusilleerd na een aanslag bij het spoor.

Zo ging het in zijn eigen leven niet. Zijn vader, de dominee, werd na zo'n verzetsactie als gijzelaar opgepakt en overleefde maar net. ''Die angst, de emoties zitten heel precies in het boek." In Oorlogswinter komt de moeder voor het leven van haar man pleiten. Ook dat was anders.

''Onze ingekwartierde Duitsers lieten dames van lichte zeden komen. Onder het dak bij de dominee! Mijn moeder trok een nette jurk aan en zei tegen de garnizoenscommandant: Dit wil ik niet hebben. Het gebeurde ook niet meer, zo'n Duits officier had dus ook weer respect voor een mevrouw die het keurig kwam vragen."

''De critici zeiden na de publicatie dat het een omslag was in het schrijven over de oorlog. Als het alleen maar over de spanning zou gaan, had het boek nooit overleefd", zegt Terlouw.

Aan relativering kwamen nog maar weinigen toe. Hij wel. ''Ik had als fysicus een collega, professor Wienecke uit München, een Duitser die mank liep. We hadden het er nooit over, maar toen we eens zaten te eten zei hij: 'Ik ben mank, want ik heb een houten been. Ik was zestien, werd in 1945 bij het leger gehaald, bij de eerste de beste actie - been weg. M'n eigen schuld, ik heb dat opgeroepen."

Onzin uiteraard, hij zat verplicht bij de Wehrmacht. Het gebeurde voor ik Oorlogswinter schreef en de conversatie zette me aan het denken: ''Waar hebben die Duitsers zelf allemaal niet mee moeten leren leven?"

BESCHAVING

De oorlog vormde hem voor de rest van zijn leven, de weg naar de politiek was geen toeval. ''In een oorlog kun je zien, hoe snel het afzakt met de beschaving van mensen, hoe snel het beestachtig kan worden. De mens is altijd als een beest tekeer gegaan tegen weerlozen.''

''Geen land waar het niet is gebeurd. Het is mijn, politieke, opvatting dat wetgeving en organisatie het beste zijn wat de mensheid heeft voortgebracht. Wetgeving. Organisatie. Als je ze niet hebt, gaat het meteen ook zo ontzettend mis met de daden van de mens.''

Zorgvuldig kijken naar ethische oorlogskwesties kwam ook te pas toen hij in 2006 als voorzitter van een commissie moest bekijken of het Fysisch onderzoeksinstituut van de Rijksuniversiteit Utrecht de naam van Peter Debije nog langer mocht dragen. Er was aan het daglicht gekomen dat deze Debije voor de oorlog, werkend op een instituut in Duitsland, een jood had weggestuurd en brieven met Heil Hitler ondertekende. Wat woog zwaarder, de politieke faux pas, of zijn status als Nederlands winnaar van de Nobelprijs?

''Het was lang enerzijds/anderzijds, de verdiensten waren groot, hij stond niet bekend als nazi-collaborateur, heeft nooit joden verraden, hielp ze zelfs ontkomen naar Amerika. Hoe moet je dat dan beschouwen? Vijfentwintig jaar geleden had ik misschien gezegd: hij schrijft Heil Hitler - weg ermee! Nu denk je: Waarschijnlijk had hij het kunnen schudden met subsidieaanvragen als hij er géén Heil Hitler onder had gezet. Wat de doorslag heeft gegeven is dat je je onmogelijk nog kunt verplaatsen in de situatie en omstandigheden van 1938, en dat het achteraf moeilijk te besluiten valt dat hij fout is geweest.'' (JELLE BOONSTRA)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden