Plus

NOS-verslaggever Jeroen Stekelenburg: 'Tranen op tv, ik zit daar niet erg op te wachten'

Na drie grote sportevenementen gaat NOS-verslaggever Jeroen Stekelenburg (42) dinsdag aan de bak voor de eerste WK-kwalificatiewedstrijd van het Nederlands elftal. Hij blikt terug op de sportzomer.

Jeroen Stekelenburg: 'De Jack-benadering is misschien ­leuker, maar niet mijn manier.' Beeld Linda Stulic

De meest gestelde vraag aan NOS-verslaggever Jeroen Stekelenburg? Of hij de broer is van Maarten. En ja, dat klopt. En nee, dat is niet de Maarten Stekelenburg die bij Everton keept. Broer Maarten is trainer van het Nederlands elftal onder negentien jaar.

Zijn achternaam is ook een bekende binnen de NOS: ­vader Jan werkt al zijn leven lang voor Studio Sport, eerst lange tijd als presentator en later als geprezen eindredacteur van onder meer De avondetappe.

Stekelenburg, ­Jeroen dus, vindt het geen probleem. Hoort erbij. Bovendien loopt hij al zo lang bij de NOS rond dat hij allang niet meer 'de zoon van' is.

Bekend gezicht
De laatste jaren is Stekelenburg ook voor de kijker een ­bekend gezicht geworden. Was hij eerder beeldband­redacteur, regisseur vanuit de regiewagen en verslaggever achter de camera, sinds twee jaar verschijnt hij voornamelijk voor de camera. Met deze zomer als piek.

In Frankrijk was Stekelenburg in wisselbeurten met Tom ­Egbers en Joep Schreuder aanwezig om de kijker van de negenuurwedstrijden van het EK voetbal bij te praten, in Amsterdam bevroeg hij sporters over hun prestaties op de EK atletiek.

Kort daarna: naar Rio, voor de Olympische Spelen, waar hij na zowel de 100 als de 200 meter sprint tegenover een bloedchagrijnige Dafne Schippers stond om zijn vragen af te vuren - zonder haar spikes in zijn gezicht ­gegooid te krijgen, als het even kon.

Op de EK atletiek in Amsterdam moest u Churandy ­Martina vertellen dat hij gediskwalificeerd was, terwijl hij dacht dat hij gewonnen had. Zijn dat moeilijke gesprekken?
"Nou, ja. Maar als dat bij één iemand nog wel meevalt, is het bij Churandy Martina. Ik stond daar en kreeg op mijn oor dat hij gediskwalificeerd was. Toen het officieel werd gemaakt, heb ik hem teruggeroepen. Dat gebeurt, daar denk ik niet van tevoren over na."

"Hij reageerde op zijn Churandy's: 'O, dat is niet leuk.' Voor hem was het natuurlijk veel belangrijker te zien dat hij goed in vorm was. Het EK atletiek is een voorbereidingswedstrijd, zo simpel is het. Bij Dafne was het natuurlijk een ander verhaal."

De Spelen waren haar hoofddoel.
"Ik wist al maanden dat ze kanshebster was op de 100 en 200 meter sprint. Ik wist ook al maanden dat het een groot moment zou zijn in de Nederlandse sporthistorie. En ik wist ook al maanden dat ik het interview na afloop zou doen. Maar ik had niet verwacht dat het zou gaan zoals het ging. Dafne is op en top winnaar en was na beide races stik- en stikchagrijnig."

"Ik stond op cameraplek 22 - dan duurt het normaal gesproken even voordat ze bij je is, omdat de BBC en alle andere grote buitenlandse omroepen ook wat willen vragen. Nu was alles vlug-vlug en stond ze ineens voor mijn neus. Dan gebeurt er wat er gebeurt."

Hoe kritisch mag je op zo'n moment zijn?
"Daar zijn niet echt regels voor. Je moet vooral redelijk en empatisch zijn, denk ik. Je moet snappen wat daar gebeurt. Iemand doet álles om daar te presteren. Als je dat in je achterhoofd hebt, vind ik dat je kritisch mag zijn. Ik zeg bewust 'mag', want ik vind dat ik helemaal niet kritisch ben geweest."

"Zeker na de 100 meter was het interview na vijf woorden al ontregeld. Het ging niet meer om de prestatie, het ging om wat ze zei. Fysiek ongemak ... Fysiek ongemak? Ik had haar een dag eerder nog gesproken en toen was ze heel ­positief en hoopvol, hoezo nu fysiek ongemak? Vervolgens kon alle voorbereiding overboord en heb ik alleen nog gereageerd op wat ze zei."

Ruim twintig jaar zit Stekelenburg al bij de NOS. In 1995 begon hij als beeldbandredacteur. Zeker op zondagen een belangrijke functie binnen de NOS, met de zevenuur­uitzending van Studio Sport als climax van een middag onder druk samenvattingen maken, waarbij eindredacteuren vaak geen tijd hebben alle samenvattingen nog voor de uitzending te bekijken.

"Ik studeerde nog communicatiewetenschappen, maar de verhouding tussen studie en werk liep steeds meer scheef. We hadden een fijne groep beeldredacteuren en maakten gewoon veel lol. Wat ook aardig was: als beeldbandredacteur hoef je niet voor dag en dauw te beginnen, dus met enige regelmaat gingen we naar Noodlanding in Paradiso of naar Bar ­Weber. Van dat groepje zijn Han Kock, Dione de Graaff en Richard de Wilt nog steeds collega's die ik ook buiten werktijd zie."

Speelde uw vader een rol bij uw komst naar Studio Sport?
"Ik werkte destijds in een restaurant in Vinkeveen, was op wereldreis geweest en studeerde; ik had het prima naar mijn zin. Mijn vader legde toen een advertentie van Studio Sport onder mijn neus. Die heb ik nog thuis: 'beeldbandredacteuren gezocht'. Ik heb gereageerd, maar ze vonden me te jong ­- ik was twintig. Toen heeft mijn vader geregeld dat ik in ieder geval op gesprek mocht komen. Als ze me dan alsnog te jong vonden, was dat oké."

Dat zetje kreeg u mee.
"Een beetje wel. Mijn vader was toen overigens gewoon rector op een school in Amsterdam-Zuid. Het beeld dat hij dag in, dag uit bij de NOS rondliep zal bij mensen heersen, maar het klopt niet. Zeker in de beginperiode, toen hij die andere baan had, werkte hij misschien één keer per week voor Studio Sport."

Een kleine vijf jaar later werd Stekelenburg regisseur. De toenmalige hoofdredacteur van NOS Sport, Martijn Lindenberg, had hem binnengeroepen en gevraagd wat hij eigenlijk de hele dag deed.

"Dat was een letterlijke vraag. Martijn wist dat ik vijf dagen per week werkte, maar meestal niet voor vier uur 's middag begon. Overdag golfde ik wat. Hij wilde dat ik er wat meer van ging maken en startte een regisseursklasje."

Na vier jaar in de regiewagen kwam er plek op de verslaggeverspost. Maarten Nooter was inmiddels de baas bij NOS Sport. "Ik wilde zelf wel iets meer actie. Maarten zei dat ik dan wel twee jaar het hele land door moest om quote­jes te scoren, terwijl ik dat stadium wel voorbij was. Ik moest er niet op rekenen dat het sneller zou gaan."

Het liep anders: in zijn eerste jaar als verslaggever deed Stekelenburg al de interviews na de Champions League-wedstrijden van Ajax. In 2004 nog de normaalste zaak van de wereld, die wedstrijden.

Volgens Nooter verstaat u de kunst van het korte interview, mede doordat u snel kunt handelen wanneer de ­situatie daarom vraagt. Wat bedoelt hij?
"Het is moeilijk daar iets over te zeggen. Een groot deel is intuïtie. Wat voor mij geruststellend is om te merken, is dat op momenten dat het spannend of ingewikkeld wordt, ik vaak de goede keuzes maak. Dat zorgt er namelijk voor dat je die momenten niet met veel stress of paniek tegemoet gaat. Dat helpt weer."

Op de Olympische Spelen interviewde u judoka Noël van 't End, die gebroken voor u stond nadat hij was uitgeschakeld in de eerste ronde. U zei: 'Ik vind het moeilijk om met je te praten, maar wil je nog één vraag stellen als je dat oké vindt.'
"Hij stond daar in dikke tranen, dus zei ik tegen hem: laten we maar even wachten. Er zijn mensen die die tranen mooie tv vinden, maar ik zit daar niet erg op te wachten. Hij wilde echter beginnen. Alleen het gedeelte waarin hij dat aangeeft, is niet uitgezonden op tv. Dat kun je beter wel doen, vind ik."

"Nu waren er mensen die volkomen terecht zeiden: waarom begint die NOS-gozer dat interview terwijl die jongen zo aan het snikken is? Ergens is het mooi dat hij dat toont, maar ik sta daar wel een beetje met een bezwaard gemoed. Ik wilde nog antwoord op die laatste vraag, maar voelde dat het ook wel klaar was."

Is zo'n interview mooier om te maken dan dat na een wedstrijd van het Nederlands elftal, waarbij het team­belang weer eens centraal staat?
"Ik ben het niet zo eens met de observatie dat interviews na afloop van voetbalwedstrijden altijd saai zijn. Het zijn vaker gebruikte voorbeelden, maar Sneijder, Van der Vaart en Robben zijn gewoon hartstikke leuke gasten die altijd wat te melden hebben. Als ik nu Vincent Janssen zie, denk ik ook: goeie gozer."

"Natuurlijk zijn er voetballers die minder leuk praten, maar één geluk voor hen: voetballers worden niet geselecteerd voor het Nederlands elftal omdat ze fraaie interviews afleveren. Daar heb je als interviewer ook een rol in. De speler draagt het interview, maar je kunt altijd proberen routines te doorbreken. Los nog daarvan: er is op dit moment, met alle onrust rond Oranje, meer dan voldoende te bespreken."

'Het is nooit een blinde ambitie van mij geweest om voor de camera te komen' Beeld Linda Stulic

Sinds Jack van Gelder weg is bij de NOS heeft u zijn rol gekregen. Collega Bert Maalderink wilde het gesprek met de bondscoach na afloop van de wedstrijd van het Nederlands elftal niet doen omdat hij buiten werktijd rustig wil kunnen tanken, zonder te worden aangesproken. U tankt nooit?
"Allereerst: het is nooit een blinde ambitie geweest om voor de camera te komen. En misschien ligt het aan mij, maar ik heb helemaal niet het idee dat het opvalt wat ik doe. Niet rustig kunnen tanken? Daarover heb ik nog nooit nagedacht. Bij de NOS was iedereen het erover eens dat het langere interview met de bondscoach na afloop door Bert gedaan moest worden, maar je geeft de reden al aan: hij wil het niet. Dat mag. Ik vind het mooi om te mogen doen."

Hoe anders is uw stijl dan die van Van Gelder?
"Jack deed het op zijn manier, en deed dat voortreffelijk. Voor de kijker is de Jackbenadering misschien wel leuker, maar dat is niet mijn manier.

Maarten (Nooter, red.) snapt dat Wesley Sneijder niet bij mij op schoot komt zitten. Maar Jack is zo uniek: als de NOS een-op-een had willen doorgaan op de manier zoals hij het deed, hadden ze hem moeten houden. Er is geen Jack twee."

Hoe gezellig mag het zijn met sporters?
"Het is geen geheim dat ik een relatie heb gehad met zwemster Femke Heemskerk, als je dat bedoelt. Femke is ook de enige sporter met wie ik privé echt contact heb. Daarom ben ik destijds gestopt met de verslaggeving van het zwemmen.

Verder zie ik atleten natuurlijk wel vaker. Ik was in Qatar voor een race van Schippers; dan maken we ook buiten de camera wel even een praatje. Maar het hóéft niet gezellig te zijn."

De schrijvende pers mort een beetje: de NOS staat
bij sportevenementen vooraan en zij komen er ­bekaaid vanaf. Is dat terecht?
"Als je het hebt over de kritiek op de situatie bij de EK atletiek, zit er misschien wel wat in. In het Olympisch Stadion interviewde eerst Studio Sport - ik, in dit geval - Schippers, daarna Radio 1, toen het Journaal en daarna nog het Jeugdjournaal. En dat allemaal voordat Schippers bij de schrijvende pers komt. Daar zou ik ook een beetje chag­rijnig van worden."

"Maar ik vind het vooral voor de atleten niet wenselijk dat ze vier keer hetzelfde verhaal moeten vertellen aan dezelfde NOS-plopkap. Bij het voetbal doen we het nu heel goed. Voorheen was er een interviewer voor Langs de lijn en een voor Studio Sport. Dat is niet meer zo: het is nu een van de twee voor beide kanalen."

"Verder is het simpel: we staan daar echt niet omdat wij de beste mensen hebben. De NOS betaalt voor de rechten van een evenement en de rechtenhouder mag in de mixed zone staan. En als wij ergens de rechten niet van hebben, staat daar niet Bert Maalderink, maar Hans Kraay. "

Of Milan van Dongen.
"Ha, mijn halfbroertje. Hij heeft ook bij Studio Sport gewerkt, maar is in december 2014 naar Fox Sports gegaan. Hij kon daar presenteren en dat wilde hij graag. Bij Studio Sport kwam hij na de sollicitatieprocedure net achter Sjoerd van Ramshorst en Rivkah op het Veld. Hij maakt nu meters, staat op het veld en doet interviews. Een ontzettend goede leerschool en een leuke baan bovendien. Hij doet het ontzettend goed vind ik, en is nog superjong."

Voorziet jullie vader zijn twee zoons nog weleens van goede raad?
"Of Milan veel met hem belt, weet ik niet. Tijdens de Spelen heb ik wel een aantal keer contact gehad met hem. Het was toch een roerige periode. Dat gaat overigens niet ­verder dan: 'Gaat goed, houd vol, op tijd naar bed.' Hij weet inmiddels ook wel dat ik weet wat ik doe. Ik zit helemaal op mijn plek."

Opgebiecht

Leermeester: "Theo Reitsma. Als jonge honden van de beeldbandredactie liepen we de benen uit ons lijf voor hem. Na afloop met een blik ­Gulpener kwamen de verhalen."
De beste uit het vak: "De beste in korte livegesprekken direct na afloop: Bert Maalderink. En Mart Smeets als pre­sentator, commentator, sportjournalist, gezicht van een generatie."
De slechtste uit het vak: "Olympic News Channel vraagt sporters altijd naam, land, onderdeel en gewonnen medaille op te noemen. Ik zou me kapot schamen dat te vragen."
Het beste advies gegeven: "Toen ik vrienden voor de zoveelste keer liet zitten vanwege werk, zei een van hen: 'Als je dat blijft doen, zoek je het maar uit.' Dat helpt te relativeren."
Het slechtste advies: "Je had in dat interview we beter kunnen vervan­gen door men, dan was je uit de vuurlinie gebleven.' Niet doen. Als je een vraag niet uit je eigen naam durft te stellen, kun je hem beter niet stellen."

CV
Geboren 26 mei 1974, Vinkeveen
Opleiding Communicatiewetenschappen (UvA)
Loopbaan In 1995 begonnen als beeldbandredacteur bij de NOS, daarna regisseur en verslaggever.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden