Plus Interview

Non Trientje in actie tegen de atoombom

Anne-Gine Goemans baseerde haar roman Holy Trientje op het verhaal van de bejaarde non Megan Rice, die met een betonschaar het zwaarst beveiligde atoombomcomplex van de VS binnen wist te komen. ‘Zo mooi en dapper en ook naïef.’

Anne-Gine Goemans. Beeld Marc Brester

Non Trientje ­beraamt een ­inbraak op een ­Nederlands depot met atoombommen, om de bevolking wakker te schudden. Anne -Gine Goemans baseerde haar nieuwe roman ­Holy Trientje op het ware verhaal van de bejaarde Amerikaanse zuster ­Megan Rice, die wist binnen te dringen in het zwaarbewaakte Y-12 National ­Security Complex in Tennessee, waar alle Amerikaanse atoombommen worden geproduceerd.

Haar interesse in kernwapens werd al ­gewekt toen ze in haar vorige boek Honolulu King (2016) over het bombardement op Hiroshima schreef en ontdekte dat die bomaanslag eigenlijk ‘mislukt’ was. “Dat had ik nooit geweten, maar minder dan 2 procent van de bom is afgegaan. Er vielen direct al tachtigduizend ­doden, en een veelvoud daarvan kreeg last van stralingsziekte en mutaties – kun je nagaan wat er gebeurd was als de resterende 98 procent ook was afgegaan! Dat gegeven vond ik zo heftig – ik wilde een boek schrijven over kernwapens en de impact daarvan.”

In meerdere opzichten geen gemakkelijk ­onderwerp.

“Klopt, als ik mensen vertel dat mijn nieuwe boek over kernwapens gaat, zie ik ze gewoon denken: wat een naar onderwerp, dat wordt vast een verschrikkelijk verhaal. Dat wilde ik echt niet, want in mijn romans zit doorgaans veel lichtheid, ook als het over een zwaar onderwerp gaat.”

Hoe stuitte u op het verhaal van Rice?

“Vier jaar geleden las ik een artikel in The New Yorker over haar; ze had drie jaar gevangenisstraf gekregen. Haar hele leven had ze al voor wereldvrede gedemonstreerd, maar dat schoot niet op. Inmiddels was ze dik in de tachtig en dacht: ik moet voor mijn dood nog iets groots doen. Alle kernwapens de wereld uit, dat was haar inzet. Samen met twee oudere, diepgelovige heren wist ze het Y-12-complex binnen te dringen, waar tonnen aan bomklaar uranium ligt opgeslagen. In 2011 gingen ze in de nacht, met alleen God als navigatie, naar dat complex, dat is omgeven door beveiligingshekken en alarmsystemen. Ze knipten zich door het eerste hek heen, en er gebeurde… niets.”

“Ze gingen alle hekken door, en ook toen ze helemaal binnen waren, zagen de bewakers met hun geweren in de uitkijktoren hen nog niet. Vier uur lang ­zaten ze daar voordat een bewaker dacht: ik ga toch maar eens kijken, want volgen mij is er een alarm afgegaan. Hij zag dat ze geen terroristen waren, want Megan en haar helpers staken een kaarsje aan, zongen en gaven de bewaker brood, vanuit Bijbelse symboliek. De volgende dag was het breaking news – althans in Amerika.”

Ongelooflijk dat je zo’n complex zo makkelijk binnenkomt.

“Ja, hè? Maar dat gebeurt dus overal waar kernwapens liggen opgeslagen. Ik heb een Nederlandse vrouw geïnterviewd die vanaf de jaren tachtig wekelijks inbrak op de luchtmachtbasis Volkel, de plek waar in ons land kernwapens liggen opgeslagen. Elke week knipte ze zich een weg naar binnen; de gaten waren nog niet dicht, of hup, daar ging ze weer. Daar wordt door de instanties natuurlijk liever geen ruchtbaarheid aan gegeven.”

Wat raakte u het meest in haar verhaal?

“Ik vond het zo mooi en dapper en ook naïef. Ik kom zelf uit een katholiek gezin en mijn oudtante Trientje, die al tien jaar dood is en op wie ik heel dol was, was non. Ik besloot haar diezelfde roeping te geven als Megan, maar dan in Nederland. Haar nichtje Regina zoekt zuster Kathleen, zoals Megan in mijn boek heet, namens haar tante op in Amerika. Zo is het ook gegaan. In 2015 kwam Megan vrij en in januari 2016 ging ik op de bonnefooi naar Washington.”

Wat trof u aan?

“Megan woonde in een gewoon huis, met vier andere zusters. Ik stelde me voor; prima, kom binnen, we gaan net eten dus dan zetten we er even een bordje bij. Ze ontvingen me met open armen, fantastisch. De gemiddelde leeftijd was een jaar of 75, maar ze werkten allemaal fulltime in allerlei armoedeprojecten.”

Rice was niet verrast dat u helemaal uit Nederland kwam voor haar?

“Nee. De volgende dag vertelde ik dat ik haar verhaal wilde gebruiken in mijn roman. Allemaal goed. Het enige wat ze zei was: ‘Wat fijn dat ik eindelijk een helper in Nederland heb om de kernwapens de wereld uit te krijgen’.”

Dus u kreeg wel even een taak mee.

“Haha, ik dacht meteen: ik ben schrijver – wel betrokken, maar geen activist. Activisme kan vervelende vormen aannemen, maar zij was totaal niet dwingend en ik kreeg haar totale vertrouwen: daar is de logeerkamer, hier heb je de huissleutel. Zó warm. Ik vond haar echt verlicht. Ze had een oud lichaam, maar haar ogen gaven licht. Ik werd diep door haar persoonlijkheid geraakt. Ik vroeg haar bijvoorbeeld of ze het niet erg vond dat de actie weinig gevolgen had gekregen. Nee, zo moest ik het niet zien, zei ze; het gaat om de zaadjes die je plant. Ik was nu toch immers ook gekomen? En door mijn boek zouden vervolgens mensen in Nederland gaan nadenken. Megan belichaamt het feit dat je iets kunt doen om een verschil te maken, ongeacht hoe oud je bent. Heel inspirerend.”

De roman gaat ook over de kernreactorramp in Fukushima en de atoomproeven op de Marshalleilanden. Wat ontdekte u daar?

“Over Fukushima wordt min of meer gedaan alsof er niks is gebeurd – er zijn geen doden gevallen, dus het valt allemaal wel mee. Intussen heeft een gebied zo groot als België nog altijd een enorm hoge straling. Ik ben er in 2017 geweest op het moment dat er voor het eerst, na zes jaar, mensen terugkeerden naar hun huizen. Ik sprak mensen die ondanks de hoge straling gewoon weer een groentetuin zijn begonnen. De impact van zo’n ramp is gigantisch, ook op de lange termijn. Japan is groot en daar kun je een gebied zo groot als België evacueren. Maar als er in België zo’n ramp gebeurt met de kerncentrale in Borssele of Tihange en de wind staat verkeerd, waar moeten wij hier dan naartoe?”

“Op de Marshalleilanden, waar de Amerikanen twaalf jaar lang kernproeven hebben gedaan, hebben de mensen daar al die tijd heel veel straling over zich heen gekregen – zo’n Polynesisch volk, in een rieten rokje, wat kan het schelen. Mensen werden doodziek, raakten verbrand. Vrouwen bevielen van zogenoemde jellyfish baby’s: baby’s zonder botten, die eruitzien als een kwal en geen ogen of kraakbeen hebben. Nog steeds worden kinderen zonder oogballen geboren. Uiteindelijk zijn de inwoners van Bikini en een paar andere eilanden – veel te laat – verplaatst naar het eiland Majuro, en daar zitten ze al sinds de jaren tachtig. Ze kunnen niet terug, want de straling is nog steeds te hoog. Niemand kijkt naar die mensen om.”

En daarover dan een ‘vrolijke’ roman schrijven.

“Ja. Ik heb zoveel gehoord wat ik niet wist, dus ik vind dat dit verhaal verteld moet worden, zodat er misschien ook anderen zijn die het zich aantrekken. Maar een loodzwaar boek wil niemand lezen, daarvan gaan mensen alleen maar in verzet, ze wenden hun hoofd af. Ik hou daar zelf ook niet van. Trientje is een hilarische figuur, die psalmen als pepernoten rondstrooit.”

Fictie Anne-Gine ­Goemans Holy Trientje Ambo Anthos, €22,99 416 blz. Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden