PlusInterview

Nita Liem: ‘Urban dans is laten zien wie je bent’

Tijdens Black Light Dance presenteert Cinedans dansfilms van Afrikaanse jonge makers. De Amsterdamse danstheatermaker Nita Liem vertelt over de wortels van grootstedelijke dans in een lezing met dans en film.

Beeld uit Making Men.Beeld -

Zelf is Nita Liem (Malang, 1962) 95 procent Chinees: “Ik ben de offspring van de eerste ­Chinese generatie uit Indonesië.” Geboren op Java, vanaf haar vijfde opgegroeid in Eibergen, later verhuisd naar Rotterdam. “Van kinds af aan was ik gefascineerd door dans. Maar ik kom uit een typisch migrantengezin, die brengen hun kinderen niet naar balletles. Gelukkig werden er in die tijd CJP’s uitgedeeld, waardoor ik wel prachtige voorstellingen heb kunnen zien. Van het werk van theatermaker Shusaku Takeuchi en moderne danspionier Pauline Daniëls tot dat van Jirí Kylián.”

In Amsterdam studeerde Liem aan de opleiding docent dans. Om naar eigen zeggen ‘meer ritme en kleur te proeven’ ging ze daarnaast naar zoveel mogelijk optredens van Afrikaanse, Zuid-Amerikaanse en jazzmuzikanten in De Melkweg en Maloe Melo. Muzikant Busi Mhlongo verdiende destijds bij met het geven van danslessen, die volgde ze.

Al snel werd ze zelf gevraagd les te geven in de Bijlmer. “Toen, we hebben het over halverwege de jaren tachtig, werd daar nog op straat en – als het regende – in bushokjes gedanst. Op een stuk karton. Het heette toen streetdance; dat waren voor mij de eerste hiphopdansers.”

Gemixte roots

Inmiddels leidt Liem al twintig jaar haar eigen gezelschap: Don’t Hit Mama. Al die tijd verdiepte ze zich in de Afrikaanse, Amerikaanse en Aziatische roots van de grootstedelijke dans. Diverse keren reisde ze naar New York, Johannesburg en Dakar, waar de wereldberoemde Germaine Acogny een danscentrum leidt.

“Urban dance is een verzamelnaam voor alles in de stad wat voortkomt uit de migranten­cultuur en uit het leven in achtergestelde wijken; hiphop, salsa, tango tot en met oriëntaalse dans. Er zit een reden achter: jonge mensen komen naar de stad op zoek naar werk met de behoefte om zich uit te drukken. Dat doen ze met de muziek en dans die ze meenemen van hun geboortegrond.”

Zelf ervaarde Liem haar gemixte roots aan den lijve. “Ik heb eerst heel erg geprobeerd een echt Hollands meisje te zijn, maar rond mijn dertigste merkte ik dat ik me eigenlijk helemaal thuisvoelde in de hiphopcultuur. Qua thematiek waren die jongeren en ik met hetzelfde bezig: via dans op zoek zijn naar je identiteit. Dat is ook waar ik vooral van hou in urban dansstijlen: die levenskracht en dat engagement wat eruit spreekt. Het draait om zichtbaar maken wie je bent.”

Azonto, bolo… zoropoto. Liem begint haar lezing morgen met een overzichtsfilm van hedendaagse Afrikaanse stijlen. Daarna leidt ze ons langs de clubdans en het snelle voetenwerk van pantsula. Ook de show Ipi Tombi en de Run the world-clip van Beyoncé komen voorbij. Die laatste zijn ingebracht door Funmi Adewole, die morgen via een skypeverbinding Eye binnenkomt. Adewole startte in Nigeria als mediakunstenaar en streek in de jaren negentig in Leicester neer voor een studie danswetenschap.

Het verhaal van Liem en Adewole wordt van tijd tot tijd gepareerd door liveacts van twee Nederlandse dansers, Timothy Akinbile en Junadry Leocaria. Ze leveren ter plekke ‘bodyfeedback’ op een aantal dingen die te horen zijn en te zien. Akinbile is freestyler, Leocaria was te zien in theatervoorstellingen van ISH en Don’t Hit Mama en maakt nu deel uit van Femme Lethal en House of Vineyard. Ze specialiseerde zich in waacking, een dansstijl die in de Amerikaanse underground lhbtq-clubscene ontstond. Stijlkenmerken: zelfbewuste beweging, krachtige gezichtsuitdrukkingen en uitgekiende outfits.

Verschillende brillen

Al met al is Liems lezing een mooie warm-up voor het shortsprogramma dat Cinedans samenstelde met de Nigeriaanse Azu Nwagbogu en The Nest Collective, waarin onderwerpen als identiteit, homo-/transseksualiteit en overleven in de grote stad aan de orde komen.

“She Paradise van Maya Cozier bijvoorbeeld gaat over dansen als een manier om aan armoede te ontkomen. Wat ik er mooi aan vind, is de saamhorigheid tussen de vrouwen die eruit spreekt. Die verbondenheid voel je ook in een Bijlmerkapsalon, waar vrouwen elkaars haar en nagels verzorgen.”

“Wat ik sterk vind van de regisseur is dat ze in New York heeft gestudeerd, maar er bewust voor koos terug te keren naar haar geboortegrond, het eiland Trinidad, om het leven daar in beeld te brengen. Makers als Antoine Panier en Harold George wonen in Brussel. Ik denk dat dat niet voor niks is; het verwijst naar de vraag hoe open je in landen als Sierra Leone en Zimbabwe over jezelf kunt zijn.”

De film van het tweetal, Making Men, toont sans gêne door elkaar wervelende naakte mannentorso’s. Aan het begin klinkt een bekentenis: ‘Ik wilde danser worden omdat dat de minst masculiene kunstvorm is die ik kon vinden.’

Liem: “Open Fire van singer-songwriter Patoranking, ook in het programma, is gewoon een lekker over the top vette videoclip. Dat is helemaal losgaan met je creativiteit, jezelf tiptop uitdossen en je profileren op straat.”

“Dit zijn films waar je met heel verschillende brillen naar kunt kijken. Je ziet een heleboel dansvormen langskomen, maar voor mij draait het niet om danstechniek en esthetiek. Je ziet jonge mensen in totaal verschillende steden en de spontane manier waarop ze zich uitdrukken. Je merkt dat het niet zo anders of exotisch is – het is allemaal heel relatief. Al deze filmmakers en dansers zijn uiteindelijk een melange van verschillende culturen. Over de hele wereld mengen we echt als gekken.”

Beeld uit She Paradise.Beeld -

Cinedans – Black Light Dance, demolezing en shorts: 5/9 in Eye. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden