Recensie

Nieuwe dirigent Daniele Gatti kreeg warm welkom maar liet steken vallen (***)

Het Amsterdamse publiek heeft de nieuwe dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest omarmd. Daniele Gatti kreeg langdurig applaus maar liet steken vallen. De harpen speelde ongelijk en de inzet van de fluiten waren onzuiver.

Eerste repetitie van Daniele Gatti na zijn benoeming tot chef-dirigent van het Koninklijk Concertgebouworkest.Beeld Renske Vrolijk

De verwachtingen waren zeer hooggespannen. De blikken priemden vlijmscherp in zijn rug, de oren stonden op steeltjes. Want dit was hem dan, de opvolger van chef-dirigent Mariss Jansons, man met wie het KCO het tweede decennium van de 21ste eeuw in moet, en die een orkest overneemt dat zich op de hoogste toppen van spelniveau en roem bevindt. De man die het bestaansrecht van een uniek muziekensemble in steeds schraperigere en kunstvijanderigere tijden zal moeten verdedigen.
No pressure dus.

Toch was van extra gevoelde spanning of druk bij Daniele Gatti (53) niet veel te merken. Hij dirigeerde de complexe vierdelige 'Zesde Symfonie' van Gustav Mahler uit het hoofd. Er stónd niet eens een lessenaar.

Na afloop stond hij, verhit en met bolle wangen lucht uitstotend als een bokser na een titelgevecht, tussen de orkestleden, toch zichtbaar opgelucht te genieten van het langdurige applaus dat hem (en het orkest) ten deel viel. Hij schudde de handen van alle musici op de eerste rij, gaf Tatjana Vassiljeva, de aanvoerster van de cellisten, een handkus en streek haar liefkozend onder de kin (ze kreeg ook zijn bloemen) en liet alle orkestgroepen opstaan om in de ovaties te delen.

De eerste horde is genomen. Het Amsterdamse publiek heeft de aanstaande nieuwe chef omarmd. Directie en orkest, die de wereld verbaasden met de onverwacht snelle benoeming van Jansons' opvolger, zullen opgelucht ademhalen.

Ongelijk spelende harpen
Hoe begrijpelijk die opluchting en de warme ontvangst ook mogen zijn, er viel ook wel wat af te dingen op Gatti's Zesde. En dan hebben we het niet over klein ongemak als toch wel erg storend ongelijk spelende harpen op de gevaarlijk openliggende plekken in het langzame deel, of de wel erg onzuivere inzet van fluiten, klarinetten en hoge strijkers bij partituurcijfer 59, die forte moet zijn en daardoor genadeloos is geëxposeerd.

Wat wel enige zorgen baarde, was dat Gatti niets toevoegde aan de bestaande canon van Zesdes en dat zijn betoog emotioneel ronduit steriel kon worden genoemd. Terwijl we hier toch te maken hebben met Mahlers allerpersoonlijkste, diepst doorvoelde existentiële muzikale noodkreet - de enige symfonie in zijn oeuvre die nadrukkelijk in mineur staat en in mineur eindigt en die hij zelf eventjes de bijnaam 'De Tragische' gaf.

Er was vanaf het tweede deel een vreemde onrust voelbaar. Wellicht had die te maken met de niet geheel vlekkeloze overgang van het daverende slot, drievoudig forte, van het Allegro energico, het eerste deel, dat Gatti bijna attacca, dus zonder pauze, wilde laten doorlopen in het Scherzo.

Hectisch
Doorgaan, dóórgaan, maande Gatti's nerveus vlinderende hand, maar de musici hadden de pagina's nog niet omgeslagen en het publiek was net lekker aan het hoesten geslagen. Het is ook niet niks, zo'n hectisch eerste deel dat net zo lang duurt als een hele symfonie bij andere componisten. Maar dit ging dus niet helemaal zoals het hoorde.

Daar kwam bij dat je fundamentele kritiek kunt hebben op Gatti's keuze om de volgorde van de twee middendelen om te draaien, waardoor gisteren eerst het Scherzo en pas daarna het Andante klonk. Zijn motivatie: wat Mahler hier precies wilde, is onduidelijk. Misschien is dat zo, maar muzikaal is het volkomen evident dat het Scherzo oneindig veel beter tot zijn recht komt na het Andante. Haitink en Jansons gaan hierin niet met Gatti mee. Gatti's eigenwijsheid dient hier geen enkel doel, sterker nog, wekt irritatie op.

Gatti was in belangrijke mate de keuze van de musici, die dan ook merkbaar hun allerbeste beentje voorzetten om de toehoorders te overtuigen. Gevolg: er waren vele schitterende momenten, waarin de individuele en collectieve klasse van het Koninklijk Concertgebouworkest zich ten volle openbaarden.

Gustav Mahler: Zesde Symfonie

Ons oordeel: ★★★☆☆
Wat: Klassiek
Door: Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Daniele Gatti
Gezien: 27 november
Waar: Concergebouw
Te zien: 29 en 30 november
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden